Financieel en operationeel verslag 2019, Dividendvoorstel


Verslag 2019

Financiële kernpunten 20191:

  • Volume Total Feed2: groei van 0,7% tot 10,1 miljoen ton; maar autonome daling (-2,9%), vooral in H2-2019 (-4,0%)

  • Volume mengvoer: groei van 1,9% tot 7,1 miljoen ton; maar autonome daling (-3,2%), vooral in H2-2019 (-3,9%)

  • Brutowinst: daling van 0,6% tot €440,7 miljoen; ondanks verdere volumedaling, herstel in H2-2019 ten opzichte van H1-2019 (H1: effect negatieve inkooppositie en ook volumedaling)

  • Onderliggende EBITDA: daling van 11,6% tot €88,5 miljoen; inclusief positief IFRS 16 effect (€5,8 miljoen); herstel in H2-2019 ten opzichte van H1-2019, ondanks volumedaling

  • Onderliggende winst per aandeel: daling van 36,2% tot €0,37

  • Netto winst3: daling van 69,8% tot €17,7 miljoen; onder meer door bijzondere waardevermindering goodwill Verenigd Koninkrijk (€25,6 miljoen)

  • Dividendvoorstel: totaal van €0,28 per (gewoon) aandeel (regulier: €0,19 en een speciaal dividend van €0,09)

  • Werkkapitaal: verbetering van 36,2% tot €48,7 miljoen door operationele verbeteringen

  • Kasstroom uit operationele activiteiten: groei van 17,1% tot €96 miljoen

Geconsolideerde kerncijfers
             
In miljoenen euro (tenzij anders vermeld) 2019 2018 Totaal mutatie in % Valuta Acquisitie Autonoom(3)
Volume Total Feed (x 1.000 ton) 10.095 10.021 0,7%   3,6% -2,9%
Mengvoer 7.083 6.952 1,9%   5,1% -3,2%
 
Omzet 2.463,1 2.404,7 2,4% 0,1% 4,7% -2,4%
Brutowinst 440,7 443,4 -0,6% 0,1% 3,9% -4,6%
Bedrijfslasten -428,1 -372,9 14,8% 0,1% 4,4% 10,3%
Onderliggende bedrijfslasten -393,1 -372,4 5,6% 0,1% 4,4% 1,1%
EBITDA 85,2 103,9 -18,0% 0,0% 5,1% -23,1%
Onderliggende EBITDA(1) 88,5 100,1 -11,6% 0,0% 5,3% -16,9%
EBIT 14,2 75,9 -81,3% 0,0% 1,2% -82,5%
Onderliggende EBIT(1) 48,2 71,5 -32,6% 0,0% 1,3% -33,9%
Winst toe te rekenen aan aandeelhouders van de Vennootschap 17,7 58,6 -69,8% 0,0% 3,8% -73,6%
Onderliggende winst(1) 36,4 57,6 -36,8% 0,0% -0,2% -36,6%
 
Netto kasstroom uit operationele activiteiten 96,1 82,1 17,1%      
 
Onderliggende EBITDA / Brutowinst 20,1% 22,6% -11,1%      
ROACE onderliggende EBITDA(2) 16,2% 23,0%        
ROACE onderliggende EBIT(2) 8,8% 16,4%        
 
Gewone winst per aandeel (x €1) 0,18 0,58 -69,0%      
Onderliggende winst per aandeel (x €1) 0,37 0,58 -36,2%      
 
(1) Onderliggende betekent exclusief incidentele posten (zie noot 17 inzake de Alternatieve Prestatie Maatstaven (APM's)).
(2) ROACE betekent onderliggende EBITDA (EBIT) gedeeld door het 12-maands gemiddeld geïnvesteerd vermogen.
(3) Autonoom is de verandering exclusief valuta-effecten en acquisitie en desinvesteringen.
Algemeen: de percentages worden gepresenteerd op basis van de bedragen afgerond in miljoenen euro. Optellingen kunnen iets afwijken door afrondingen.

Change layout to 2 columns

Algemeen

De markten waarin ForFarmers actief is werden in 2019 beïnvloed door vier ontwikkelingen:

  • Er is toenemende maatschappelijk discussie in Noordwest-Europa over de milieu-impact van de agrarische sector in het algemeen. In Nederland in het bijzonder leidt het politieke debat over het verminderen van de stikstofuitstoot door de veehouderij tot onzekerheid. De mogelijke maatregelen die de overheid zou kunnen opleggen, kunnen op termijn leiden tot een krimp van de veestapel;

  • De significant hogere vraag uit China naar varkensvlees, en inmiddels ook naar pluimveeproducten, als gevolg van de uitbraak van de Afrikaanse varkenspest in China, met als gevolg aanzienlijk hogere Europese varkensprijzen;

  • De uitbraak van dierziekten, waaronder de Afrikaanse varkenspest die in België is geconstateerd bij wilde zwijnen en inmiddels ook in West-Polen dicht bij de Duitse grens, is zorgwekkend. Daarnaast is er sprake van hoog pathogene vogelgriep in Polen;

  • In alle landen waar ForFarmers actief is, behalve in Polen, ontstaat overcapaciteit en toenemende concurrentie in de markt door teruglopende volumes.

Deze ontwikkelingen leiden tot een mate van onzekerheid over het toekomstperspectief van de agrarische sector.

 

 De resultaten in de eerste helft van 2019 hebben een nadrukkelijke stempel gedrukt op de 2019 resultaten.

2019 geeft het volgende beeld:

  • In het eerste halfjaar drukte een ongunstige inkooppositie, die niet aan klanten werd doorberekend, substantieel op de brutowinst, onderliggende EBITDA en onderliggende netto winst;

  • Tevens was er in het eerste halfjaar voor het eerst sinds vele jaren sprake van autonome volumedaling, vooral in Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk;

  • In maart 2019 werden efficiencyplannen aangekondigd om kosten te besparen. In het tweede halfjaar werden kosten bespaard met name door de sluiting van fabrieken in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en België;

  • In het tweede halfjaar was er sprake van verdere autonome volumedaling in alle landen behalve in Polen;

  • De vier overnames (uit de tweede helft van 2018) waren in de tweede helft van 2019 volledig geïntegreerd en leverden een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van de onderliggende EBITDA (H1: 8,2% en H2: 2,1%).

De resultaatverdeling tussen H1-2019 en H2-2019 wordt weergegeven in de tabel hieronder, met de gerelateerde mutaties op jaarbasis (absoluut en in percentages).
De onderliggende EBITDA in H2-2019 was 47,5% hoger dan in H1-2019.

Change layout to 1 column

Kernparameters 2019 en jaar-op-jaar delta versus 2018(1)
    2019 Totaal mutatie Totaal mutatie in % Valuta Acquisitie Autonoom(2)
Total Feed H1 5.079 253,3 5,2%   6,8% -1,6%
(x1.000 ton) H2 5.017 -179,0 -3,4%   0,6% -4,0%
  FY 10.095 74,3 0,7%   3,6% -2,9%
 
Mengvoer H1 3.561 238,5 7,2%   9,8% -2,6%
(x1.000 ton) H2 3.522 -108,1 -3,0%   0,9% -3,9%
  FY 7.083 130,4 1,9%   5,1% -3,2%
 
Brutowinst H1 214,1 -3,6 -1,7% 0,3% 6,6% -8,6%
  H2 226,6 0,9 0,4% -0,1% 1,2% -0,7%
  FY 440,7 -2,7 -0,6% 0,1% 3,9% -4,6%
 
Onderliggende bedrijfslasten H1 -198,4 -20,3 11,4% 0,4% 7,9% 3,1%
  H2 -194,7 -0,5 0,3% -0,1% 1,2% -0,8%
  FY -393,1 -20,7 5,6% 0,1% 4,4% 1,1%
 
Onderliggende EBITDA H1 35,8 -16,5 -31,5% 0,2% 8,2% -39,9%
  H2 52,8 5,0 10,5% -0,1% 2,1% 8,5%
  FY 88,5 -11,6 -11,6% 0,0% 5,3% -16,9%
 
(1) In miljoenen euro (tenzij anders vermeld)
(2) Autonoom is exclusief acquisitie en desinvesteringen en valuta-effecten.

Change layout to 2 columns

De analyse (jaar-op-jaar, hierna: j-o-j) behandelt de geconsolideerde jaarresultaten van 2019, gevolgd door meer gedetailleerde analyses per cluster. De bijdragen van overgenomen ondernemingen worden gedurende één jaar na overnamedatum als ‘acquisitie-effect’ gespecificeerd.

Voor 2019 betekent dit dat de bijdrage van Tasomix (Polen) in de resultaten van het eerste halfjaar als acquisitie-effect wordt beschouwd, en in het tweede halfjaar als autonome ontwikkeling. De resultaten van Maatman (NL) worden tot 31 augustus 2019, en van Van Gorp Biologische voeders (NL) en Voeders Algoet (België) tot 30 september 2019 als acquisitie-effect gespecificeerd, en daarna als autonome ontwikkeling. Het valuta translatie-effect was in 2019 zeer beperkt. In de volgende analyses wordt hieraan daarom geen specifieke aandacht geschonken.

IFRS 16 effect op 2019 resultaten

De impact van de toepassing van de nieuwe accounting standaard IFRS 16 (leases) per 1 januari 2019 en uitgaand van de contracten per die datum, heeft geleid tot een stijging van de onderliggende EBITDA met €5,8 miljoen, een stijging van de onderliggende EBIT met €0,6 miljoen en een daling van de onderliggende winst voor belasting met €0,3 miljoen.

De totale activa zijn gestegen met €23,5 miljoen. De vergelijkende 2018 resultaten zijn niet aangepast voor het IFRS 16 effect.

Alternatieve Prestatie Maatstaven (APM’s)

ForFarmers hanteert Alternatieve Prestatie Maatstaven (APM’s) om een beter inzicht te geven in de bedrijfsontwikkeling en de financiële prestaties van de Groep. Dit zijn kengetallen die als ‘onderliggend’ (exclusief incidentele posten) worden gepresenteerd en uitgelegd op het niveau van bedrijfslasten, EBITDA, bedrijfsresultaat (EBIT), en winst toe te rekenen aan aandeelhouders.
De Alternatieve Prestatie Maatstaven (APM’s) worden nader toegelicht in Noot 17 van de jaarrekening 2019. De invloed van de incidentele baten/lasten op de winst- en verliesrekening worden hieronder in de vier gedefinieerde categorieën weergegeven en toegelicht.

Change layout to 1 column

2019
In miljoenen euro IFRS Bijzondere waarde- verminderingen Bedrijfscombinaties en Verkoop van activa en belangen Herstructurering Overig Totaal APM items Onderliggend exclusief APM items
 
EBITDA(1) 85,2   2,0 -5,1 -0,3 -3,3 88,5
EBIT 14,2 -30,7 2,0 -5,1 -0,3 -34,1 48,2
Netto financieringsresultaat     13,4     13,4  
Belastingeffect   1,3 -0,5 1,0 0,1 1,9  
Winst toe te rekenen aan Aandeelhouders van de Vennootschap 17,7 -29,4 14,9 -4,1 -0,2 -18,7 36,4
Winst per aandeel in euro(2) 0,18 -0,30 0,15 -0,04 - -0,19 0,37
 
(1) EBITDA is bedrijfsresultaat exclusief afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeverminderingen.
(2) Winst per aandeel toe te rekenen aan de aandeelhouders van de Vennootschap.

Change layout to 2 columns

Op EBITDA niveau:

De incidentele herstructureringskosten (€5,1 miljoen) hebben betrekking op de sluiting van vijf fabrieken, als onderdeel van de efficiencyplannen.

De impact van €2,0 miljoen van bedrijfscombinaties en verkoop van activa en belangen bestaat uit de finale afwikkeling met de voormalige aandeelhouders van Vleuten-Steijn (€1,1 miljoen) en daarnaast een opbrengst (€0,9 miljoen) van de verkoop van onroerend goed in Nederland. Voor nadere toelichting zie noot 6 van de jaarrekening 2019.

Op EBIT niveau:

De uitkomst van de goodwill impairment test met betrekking tot de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk heeft geleid tot een bijzondere waardevermindering van €25,6 miljoen. De afzet in het Verenigd Koninkrijk blijft achter bij de verwachtingen waardoor een bijzondere waardevermindering noodzakelijk is. De overige bijzondere waardeverminderingen (totaal €5,2 miljoen) hebben betrekking op de gesloten fabrieken.

Op niveau van netto financieringsresultaat:

De €13,4 miljoen is het saldo van de oprentingslast (€4,7 miljoen) door het tijdsverloop van de optie en de earn-out verplichtingen, en de bate van de herwaardering van zowel de optie (€9,8 miljoen) als de earn-out verplichtingen (€8,3 miljoen) met name met betrekking tot Tasomix. Bij de overname van 60% van de aandelen van Tasomix werd een earn-out overeengekomen gebaseerd op onder andere de verwachte resultaten van Pionki in 2019 en 2020. De ontwikkeling van de resultaten is echter zodanig dat niet verwacht wordt dat de oorspronkelijke earn-out verplichting zal moeten worden voldaan, waardoor de earn-out verplichting vrijvalt. De optie op de resterende 40% van de aandelen van Tasomix wordt gewaardeerd als put-optie verplichting. De huidige verwachting is dat de put-optie in de toekomst tegen een lager bedrag zal kunnen worden uitgeoefend als gevolg van een lagere groeiverwachting op de middellange termijn en een beperkt hoger kostenniveau. Dit resulteerde in een vrijval van €9,8 miljoen. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar noot 6,en 17 van de 2019 jaarrekening.   

Geconsolideerde resultaten 2019

Het volume Total Feed steeg met 0,7% tot 10,1 miljoen ton. In H1-2019 steeg het Total Feed volume met 5,2%. In H2-2019 was er sprake van een daling van 3,4%. De volumegroei in Polen kon de autonome volumedaling in andere markten in de tweede helft van 2019 niet compenseren.

Op jaarbasis werd 3,6% in de Total Feed volumestijging bijgedragen door acquisities en was er sprake van een autonome volumedaling van 2,9%. De Total Feed volumegroei in het cluster Duitsland/Polen, volledig gedreven door Tasomix in Polen, was echter hoger dan de volumedaling in het Verenigd Koninkrijk. Het Total Feed volume bleef stabiel in het cluster Nederland/België.

Het volume mengvoer, als onderdeel van de Total Feed portfolio, steeg met 1,9%. Door de acquisities (vooral Tasomix) nam het mengvoervolume toe met 5,1%, maar autonoom daalde het mengvoervolume met 3,2%. In H1-2019 steeg het mengvoervolume met 7,2%. In H2-2019 was er sprake van een daling van 3,0%.

De autonome procentuele daling van het mengvoervolume was groter in H2-2019 (-3,9%) dan in H1-2019 (-2,6%), vooral in het Verenigd Koninkrijk. De productmix verbeterde in H1-2019 (mengvoervolume steeg procentueel harder dan Total Feed volume). In H2-2019 daalden het mengvoervolume en Total Feed volume procentueel nagenoeg gelijk. Vergeleken met H2-2018, werden in H2-2019 binnen de productgroep mengvoer meer specialiteiten verkocht, waaronder jongdiervoeders en concentraten.
In het cluster Nederland/België daalde het mengvoervolume vooral door de krimp in de Nederlandse varkens- en rundveestapel als gevolg van milieumaatregelen. De volumedaling in het Verenigd Koninkrijk kwam door de zachte winter waardoor dieren langer in de wei bleven. In een aantal regio’s is bewust gekozen om niet mee te gaan in neerwaartse prijsstelling in markten. In Polen nam het mengvoervolume verder toe; de autonome volumegroei (H2-2019 vergeleken met H2-2018) was 27%.

De totale omzet nam met 2,4% toe tot €2.463 miljoen. De omzet groeide met 4,7% door acquisities en daalde autonoom met 2,4%, in lijn met de volumeontwikkeling.

De brutowinst daalde met 0,6% tot €440,7 miljoen. Op jaarbasis steeg de brutowinst door het acquisitie-effect met 3,9% en daalde autonoom met 4,6%. In H1-2019 daalde de brutowinst autonoom met 8,6% als gevolg van de ongunstige inkooppositie en autonome volumedaling. In H2-2019 was er een lichte autonome daling van de brutowinst van 0,7% ondanks de autonome mengvoervolumedaling van 3,9%.

 

Ter vergelijking; in de tweede helft van 2018 waren er eenmalige extra aanvoerkosten (€2 miljoen) als gevolg van de lage waterstanden in de rivieren in Nederland en Duitsland.

De onderliggende totale bedrijfslasten, inclusief afschrijvingen en amortisatie, stegen met 5,6% tot €393,1 miljoen, door acquisities (+4,4%) en autonome kostenstijging (+1,1%). In het eerste halfjaar stegen de  onderliggende bedrijfslasten. De uitvoering van de efficiencyplannen startte in het tweede kwartaal van 2019, met als gevolg dat er in H2-2019 sprake was van een autonome kostendaling. 
Ondanks een afname in het aantal fte’s namen de personeelskosten in 2019 nog enigszins toe door loon-indexatie, de acquisities en hogere sociale lasten. Overige bedrijfskosten stegen vooral door hogere productie- en (externe) transportkosten. In 2019 viel €0,2 miljoen (netto) vrij uit de voorziening voor dubieuze debiteuren.

Onderliggende afschrijvingen4  (als onderdeel van de totale onderliggende bedrijfslasten) namen toe met €11,7 miljoen tot €40,3 miljoen, inclusief een IFRS 16 effect van €5,2 miljoen. De toename was vooral het gevolg van de acquisities (€4,4 miljoen) en afgeronde investeringsprojecten. In de €40,3 miljoen is €8,7 miljoen gerelateerd aan amortisatie.

Het onderliggende bedrijfsresultaat (EBIT) daalde met 32,6% tot €48,2 miljoen als gevolg van de daling van de brutowinst, de stijging van de onderliggende bedrijfslasten en inclusief een positief IFRS 16 effect (€0,6 miljoen). 

Het effect van de incidentele posten op de onderliggende EBITDA is als volgt:

Change layout to 1 column

         
In miljoenen euro 2019 2018 ∆%
 
EBITDA 85,2 103,9 - 18,7 -18,0%
 
Bedrijfscombinaties en Verkoop van activa en belangen -2,0 -4,9 2,9  
Herstructureringskosten 5,1 0,1 5,0  
Overig 0,3 0,9 -0,6  
Onderliggende EBITDA 88,5 100,1 - 11,6 -11,6%
Effect valutakoersveranderingen -      
Onderliggende EBITDA, tegen gelijkblijvende koersen 88,5 100,1 - 11,6 -11,6%
 
Algemene opmerking: de percentages worden gepresenteerd op basis van de bedragen afgerond in miljoenen euro. Optellingen kunnen iets afwijken door afrondingen.

Change layout to 2 columns

De onderliggende EBITDA daalde met 11,6% tot €88,5 miljoen. De bijdrage van de acquisities was 5,3% en er was een autonome daling van 16,9%. De onderliggende EBITDA in 2019 daalde in het cluster Nederland/België, steeg licht in Duitsland/Polen en bleef stabiel in het Verenigd Koninkrijk. Dit was inclusief het positieve IFRS 16 effect van €5,8 miljoen.
De daling van de onderliggende EBITDA was 31,5% in H1-2019. In H2-2019 nam de onderliggende EBITDA toe met 10,5%, vooral door het positieve IFRS 16 effect.

De onderliggende EBITDA/brutowinst ratio daalde in 2019 tot 20,1%, tegen 22,6% in 2018.

Gezien het feit dat er nauwelijks sprake was van een valuta translatie-effect daalde de onderliggende EBITDA tegen gelijkblijvende koersen ook met 11,6%.

De onderliggende netto-financieringslasten namen met 31,8% toe tot €2,7 miljoen, volledig gedreven door de stijging van de rentelasten als gevolg van IFRS 16 (€0,9 miljoen).

De bijdrage van de Duitse joint venture HaBeMa (die wordt gerapporteerd als aandeel in het resultaat deelnemingen verwerkt volgens de ‘equity’-methode (na belastingen)), bleef nagenoeg stabiel (€2,8 miljoen).

De onderliggende effectieve belastingdruk bedroeg 25,4% (2018: 20,3%). De hogere belastingdruk was het gevolg van het in 2019 deels aanpassen van de in december 2018 aangekondigde belastingverlaging in Nederland. In 2018 werden eenmalige geactiveerde belastinglatenties opgenomen.

De onderliggende winst daalde met 36,8% tot €36,4 miljoen, inclusief een daling van €0,3 miljoen door IFRS 16. 
De onderliggende winst per aandeel daalde in 2019 met 36,2% naar €0,37. Het effect van het inkoopprogramma van eigen aandelen (van €30 miljoen), dat per het eind van 2019 voor net boven de 50% was uitgevoerd, was minder dan een cent.

Het aantal medewerkers (omgerekend naar volledige dienstverbanden (fte’s)) was per 31 december 2019 met 2.570 lager dan de stand per 31 december 2018 (2.654). De netto afname (84 fte’s) is vooral het gevolg van het sluiten van locaties in het Verenigd Koninkrijk, Nederland en België als gevolg van de efficiencyplannen.

 

In Polen groeide het aantal medewerkers als gevolg van de verdere opschaling van de fabriek in Pionki.

Kort geconsolideerd kasstroomoverzicht

In duizenden euro 2019 2018
 
Netto kasstroom uit operationele activiteiten 96.146 82.095
Netto kasstroom gebruikt bij investeringsactiviteiten -34.953 -113.997
Netto kasstroom gebruikt bij financieringsactiviteiten -85.018 -41.561
 
Netto-toename/afname van geldmiddelen en kasequivalenten -23.825 -73.463
Geldmiddelen en kasequivalenten op 1 januari(1) 38.449 111.607
Effect van valutakoers- en omrekeningsverschillen op geldmiddelen 735 305
Geldmiddelen en kasequivalenten op 31 december(1) 15.359 38.449
 
(1) Na aftrek van korte-termijn bankschulden
 


Korte geconsolideerde balans

In miljoenen euro 31 december 2019 31 december 2018
 
Totaal Activa 865,5 873,7
Eigen vermogen 418,4 440,8
 
Solvabiliteitsratio(1) 48,3% 50,4%
Netto werkkapitaal 48,7 76,3
- Vlottende activa(2) 328,6 350,6
- Kortlopende verplichtingen(3) 284,6 277,2
Achterstallige vorderingen 16,1% 18,7%
 
Netto schuld / (Cash)(4) 7,0 17,1
IFRS 16 Leaseverplichtingen 24,1 -
 
(1) Solvabiliteit betreft het eigen vermogen gedeeld door balanstotaal.
(2) Vlottende activa exclusief geldmiddelen en kasequivalenten en activa aangehouden voor verkoop.
(3) Kortlopende verplichtingen exclusief bankschulden.
(4) Exclusief IFRS 16 Leaseverplichtingen
Algemene opmerking: optellingen kunnen leiden tot kleine verschillen door afrondingen.

Integratie acquisities

De integratie van Van Gorp Biologische Voeders in Reudink werd in het derde kwartaal van 2019 afgerond. Reudink heeft met deze acquisitie de leidende marktpositie verder versterkt. Voeders Algoet en ForFarmers België werden samengevoegd tot één organisatie, die nu de op een na grootste voeronderneming in België is. In Polen werd de integratie van Tasomix op het gebied van de operationele afdelingen afgerond.

Kapitaalstructuur en solvabiliteit

Het Eigen Vermogen daalde in 2019 met €22,4 miljoen tot €418,4 miljoen (ten opzichte van 31 december 2018). De dalingwas het saldo van de toevoeging van de winst over 2019 (€18,0 miljoen) minus de uitkering van dividend (€30,5 miljoen) en het inkoopprogramma van eigen aandelen in 2019 (€15,5 miljoen). De niet-gerealiseerde resultaten die rechtstreeks in het eigen vermogen werden verwerkt, bestonden voornamelijk uit valuta-omrekeningsverschillen (€5,1 miljoen).
De solvabiliteit bedroeg 48,3% per 31 december 2019 (ultimo 2018: 50,4%).

De netto schuldpositie (het netto saldo van de lange- en korte-termijn bankschulden en andere leningen minus beschikbare liquide middelen) bedroeg €7,0 miljoen (ultimo 2018: schuld van €17,1 miljoen). Dit kwam door het resultaat van de operationele kasstroom van €96,1 miljoen, inclusief de verlaging van het werkkapitaal, verminderd met onder andere de uitgaven voor het investeringsprogramma (€36,9 miljoen), de uitbetaling van het dividend (€29,4 miljoen) en de inkoop van eigen aandelen (€15,5 miljoen).

Het netto werkkapitaal daalde tot €48,7 miljoen per 31 december 2019 (ultimo 2018: €76,3 miljoen). Het werkkapitaal daalde vooral in Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk, waar openstaande vorderingen bij klanten lager waren. Er werd tevens voortgang geboekt bij het verbeteren van het betalingsgedrag bij klanten van de overgenomen bedrijven. Daarnaast werden betalingstermijnen bij onze leveranciers verder aangescherpt.
Het percentage van vorderingen met een betalingsachterstand verbeterde tot 16,1% per 31 december 2019 (per eind 2018: 18,7%).
In het koopcontract voor het in 2016 overgenomen Nederlandse varkensvoederbedrijf Vleuten-Steijn voeders was overeengekomen de laatste betaling in het vierde kwartaal van 2019 te doen. Deze betaling van €8,7 miljoen is in januari 2020 gedaan.

De investeringen in materiële en immateriële vaste activa bedroegen €38,6 miljoen (2018: €45,9 miljoen). Er werden onderhoudsinvesteringen gedaan. Ook werd er geïnvesteerd in innovatie en aanpassingen van fabrieken die productieactiviteiten overnamen van fabrieken die werden gesloten in het kader van de efficiencyplannen. Er werden ook grondstof-opslagsilo’s in Polen overgenomen ter verbetering van de supply chain.
ForFarmers kondigde begin 2019 aan om in dat jaar ongeveer €50 miljoen te gaan investeren (2018: €45 miljoen). In de investeringsplannen voor 2019 was rekening gehouden met de mogelijke bouw van een nieuwe fabriek in Duitsland (Wesel). Bij de publicatie van de halfjaarresultaten 2019 maakte ForFarmers bekend af te zien van de nieuwbouw en mede daarom het totaalbedrag voor kapitaalinvesteringen voor 2019 bij te stellen van €50 miljoen naar €40 miljoen.

De netto kasstroom uit operationele activiteiten steeg van €82,1 miljoen in 2018 tot €96,1 miljoen in 2019. Deze stijging werd voornamelijk veroorzaakt door de verbetering van het werkkapitaal, die het lagere resultaat over de periode meer dan compenseerde.

De ROACE5 ratio daalde van 23,0% in 2018 tot 16,2% in 2019. De reden hiervoor was de lagere EBITDA gecombineerd met het hogere gemiddeld geïnvesteerd vermogen door het vol-jaar effect van de acquisities. De ratio op basis van de onderliggende EBIT daalde van 16,4% naar 8,8%.

Resultaten per cluster

Zoals bij de publicatie van het bericht over het eerste kwartaal 2019 werd aangegeven, is de indeling van de clusters waarover wordt gerapporteerd met ingang van 2019 gewijzigd. Vanaf 1 januari 2019 is de clusterindeling: Nederland/België, Duitsland/Polen, het Verenigd Koninkrijk en het cluster ‘Centrale en Ondersteunende Diensten’. Voor vergelijkingsdoeleinden zijn de cijfers van de clusters over 2018 aangepast.

Prijs- en marktontwikkelingen in de sectoren in 2019

De gemiddelde Europese melkprijzen waren in 2019 redelijk stabiel en lagen, met uitzondering van het tweede kwartaal, lager dan een jaar eerder.

De gemiddelde Europese varkensprijzen (zowel voor biggen als voor varkens) stegen vanaf het tweede kwartaal van 2019 sterk als gevolg van de uitbraak van de Afrikaanse varkenspest in China en de daardoor aanzienlijk gekrompen varkensstapel aldaar. Aan het einde van 2019 lagen de gemiddelde Europese varkensprijzen meer dan 40% hoger dan een jaar eerder. Dit was echter niet het geval in België. Daar gold een exportblokkade voor Belgisch varkensvlees naar een aantal landen buiten Europa omdat er Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnen was geconstateerd. In Nederland en Duitsland waren varkenshouders terughoudend om hun veestapels uit te breiden, ondanks de gestegen prijzen.

 

De gemiddelde Europese prijs voor eieren lag aan het begin van 2019 ruim onder het niveau van een jaar eerder. Sinds de zomer waren de eierprijzen hoger dan het jaar daarvoor, maar over het gehele jaar bezien lagen de gemiddelde Europese eierprijzen lager dan in 2018.

De prijzen voor vleeskuikens toonden in 2019 een volatiel verloop, met een stijgende lijn in het eerste halfjaar. Dit was onder meer het gevolg van de toegenomen vraag vanuit Azië naar vleeskuikens als alternatief voor varkensvlees. Deze vraag werd echter voor een groot deel ingevuld door export vanuit Amerika naar Azië. In de tweede helft van 2019 daalden de prijzen tot onder het niveau van 2018, om uiteindelijk op ongeveer hetzelfde niveau te eindigen als aan het begin van 2019. Over het gehele jaar bezien lagen de gemiddelde Europese vleeskuikenprijzen nagenoeg op hetzelfde niveau als in 2018.

Change layout to 1 column

Nederland/België

In duizenden euro 2019 2018 ∆%
 
Total Feed volume (in tonnen) 5.222.528 5.223.731 0,0%
Omzet 1.275.439 1.284.974 -0,7%
 
Brutowinst 240.496 250.556 -4,0%
Overige bedrijfsopbrengsten 456 4.932 -90,8%
Bedrijfslasten incl afschrijving & amortisatie -192.912 -181.280 6,4%
Onderliggende lasten incl afschrijving & amortisatie -189.551 -181.849 4,2%
EBITDA 64.046 82.144 -22,0%
Onderliggende EBITDA 64.378 77.633 -17,1%
 
Onderliggende afschrijving en amortisatie -12.977 -8.503 52,6%
EBIT 48.040 74.208 -35,3%
Onderliggend EBIT 51.401 69.130 -25,6%
 
Onderliggende EBITDA / Brutowinst 26,8% 31,0% -13,6%
ROACE onderliggende EBITDA 34,9% 48,2% -27,5%

Change layout to 2 columns

Markt- en sectorontwikkelingen

Nederlandse melkveehouders produceerden in 2019 licht minder melk dan in 2018. De daling vond vooral plaats in de eerste helft van 2019, toen melkveehouders terughoudend waren in het opvoeren van de productie. Vanaf de zomermaanden werd er iets meer geproduceerd, mede omdat er een lichte toename was in het aantal dieren.  

De productie (qua gewicht) groeide licht in de varkenssector, terwijl de varkensstapel kromp. Varkenshouders profiteerden van een sterke stijging van de prijs van varkens. De pluimveesector produceerde minder, zowel voor wat betreft vleeskuikens als eieren.

Stikstofdebat in Nederland

In Nederland stond het jaar 2019 in het teken van het stikstofdebat. De Raad van State oordeelde in mei 2019 dat het PAS6 in strijd is met de Europese natuurwetgeving. Het gevolg was dat bouwprojecten stil werden gelegd en er maatschappelijke onrust ontstond. In september werden maatregelen voorgesteld, om ‘stikstofruimte’ te creëren op korte termijn zodat bouwvergunningen weer zouden kunnen worden afgegeven. Hieronder waren gebiedsgerichte maatregelen voor de agrarische sector, zoals vrijwillige uitkoopregelingen, die tot onrust onder veehouders leidden, en zorgen voor onzekerheid over de toekomst van de sector.
In december 2019 maakte het kabinet bekend7 met het Landbouw Collectief afspraken te hebben gemaakt om gezamenlijk de stikstofneerslag in Nederland omlaag te brengen en te werken aan een gezonde toekomst voor de veehouders, zonder generieke inkrimping van de veestapel en zonder gedwongen sanering. Tevens werd een pakket maatregelen voorgesteld zoals het aanpassen van het eiwitgehalte van het veevoer, koeien meer in de wei en technische maatregelen bij het uitrijden van mest.

In februari 2020 werd bekendgemaakt dat het kabinet €172 miljoen extra beschikbaar stelt voor de innovatie en verduurzaming van stallen van veehouders die hun bedrijf willen voortzetten. Daarnaast is €350 miljoen bestemd voor de gerichte, vrijwillige opkoop van veehouderijen in de buurt van Natura 2000 gebieden. In het geval dat veehouders gebruik maken van de subsidies om te stoppen met hun bedrijf, zullen hun dierrechten worden ingenomen. Door deze maatregelen zal vooral de melkveestapel in Nederland naar verwachting in de komende jaren licht krimpen.

De stikstofuitscheiding in dierlijke mest is in 2019 vergeleken met een jaar eerder met 2,6% gedaald, en ligt onder het stikstofplafond dat de Europese Unie heeft vastgesteld voor de Nederlandse veestapel.

Ook de fosfaatuitstoot daalde (-3,7%) in 2019 vergeleken met een jaar eerder en ligt hiermee ruim onder het voor Nederland gestelde fosfaatplafond8.

Warme sanering varkenshouderij in Nederland

De Nederlandse varkenssector had daarnaast te maken met de ‘warme sanering varkenshouderij’. Deze subsidieregeling was voorafgaand aan 2019 door de sector samen met de overheid opgesteld met als doel geuroverlast in veedichte gebieden te verminderen door het vrijwillige beëindigen van varkensbedrijven. Varkenshouders konden zich gedurende een maand registreren voor de subsidieregeling. Met het ontvangen van de subsidie worden de varkensrechten doorgehaald. In januari 2020 bleek dat meer varkenshouders zich hadden aangemeld dan verwacht. Veehouders moeten in mei/juni 2020 een definitief besluit nemen over het wel of niet stoppen met hun bedrijf. Het kabinet maakte in februari 2020 bekend dat er boven op het bestaande budget van €180 miljoen extra geld beschikbaar wordt gesteld voor de sanering varkenshouderij, om alle inschrijvers die aan de eisen voldoen te helpen hun bedrijf te beëindigen. In eerste instantie was de verwachting dat bij het volledig toekennen van de €180 miljoen het totaal aantal varkensplaatsen in Nederland over de komende twee jaar met circa 7% tot 10% zou dalen. Dit percentage zou door het inmiddels aangepaste budget hoger kunnen uitvallen.

België

De gemiddelde melkprijs was in 2019 hoger dan in 2018. Met circa 2% meer melkkoeien nam ook de melkproductie in België in 2019 toe. Voor rundveehouders waren de prijzen voor vlees lager dan een jaar eerder. Het aantal dieren in de vleesveesector nam iets af.
De agrarische sector in België had in 2019 te maken met dreiging van dierziekten. De uitbraak van de Afrikaanse varkenspest, die alleen bij wilde zwijnen is geconstateerd, lijkt zich niet uit te breiden.
De exportblokkade van varkens naar bepaalde landen buiten Europa, als gevolg van de dreiging van de varkenspest, duurt echter nog voort. Deze exportbeperking had een tijdelijke negatieve impact op de varkensprijzen in België. Een aantal veehouders besloot (tijdelijk) te stoppen. Inmiddels zijn de varkensprijzen sterk gestegen. Indien er geen nieuwe gevallen van varkenspest worden geconstateerd zal de exportblokkade naar verwachting voor de resterende landen (die nog een importbeperking hebben) rond september 2020 worden opgeheven.
De pluimveesector had te maken met een uitbraak van laag pathogene vogelgriep. De situatie is inmiddels onder controle. Alle besmette stallen zijn geruimd, met compensatie vanuit Europese fondsen.

Resultaten

Het Total Feed-volume bleef stabiel op 5,2 miljoen ton. De volumegroei door de overnames (Maatman en Van Gorp Biologische Voeders in Nederland, en Voeders Algoet in België) was bijna gelijk aan de autonome volumedaling. De afzet van mengvoer daalde.

Vooral de daling van het mengvoervolume in Nederland drukte op de Total Feed volumeontwikkeling. De procentuele daling in de afzet aan melkveehouders was in het eerste halfjaar hoger dan in de tweede helft van 2019.
In heel 2019 lag er een druk op volumes in de varkenssector.

De afzet aan pluimveehouders daalde. De procentuele daling was in het eerste halfjaar hoger dan in het tweede halfjaar.
De afzet van Reudink, dat zich volledig richt op biologische veehouders, steeg door de overname van Van Gorp Biologische Voeders, dat in 2019 volledig werd geïntegreerd. Pavo (paardenvoer) volumes namen gestaag toe door groei in de kernregio’s door onder meer productinnovaties.

In België bleef het Total Feed volume stabiel door de overname van Voeders Algoet. Autonoom daalde het volume onder andere door de exportbeperkingen als gevolg van de (dreigende) dierziekten in de varkens- en pluimveesector. De overname van Voeders Algoet zorgde in eerste instantie voor druk op het behoud van de klanten en leden van het verkoopteam. Inmiddels worden nieuwe klanten aangetrokken en keren oude klanten langzaam aan terug.

De brutowinst daalde met €10,1 miljoen (4,0%). In het eerste halfjaar van 2019 daalde de brutowinst met 8% vooral als gevolg van de ongunstige inkooppositie. In het tweede halfjaar bleef de brutowinst stabiel (j-o-j) ondanks een lagere mengvoerafzet en een minder goede productmix. Ter vergelijk: in de tweede helft van 2018 waren er eenmalige aanvoerkosten van circa €2 miljoen als gevolg van de lage waterstanden. De brutowinstontwikkeling in het tweede halfjaar was door de terugval in volumes niet voldoende om de brutowinstdaling uit het eerste halfjaar volledig te compenseren.

De onderliggende bedrijfslasten namen toe met €7,7 miljoen (4,2%), door de overnames en autonome kostenstijging. Personeelskosten waren hoger door loon-indexatie, grotendeels gecompenseerd door een daling van het aantal fte’s, mede door de sluiting van drie fabrieken. Productiekosten waren hoger, onder meer door extra kosten van de heropende fabriek in Deventer. Transportkosten waren eveneens hoger. De doorbelaste overheadkosten waren €2,2 miljoen lager dan vorig jaar.

De onderliggende EBITDA daalde derhalve met 17,1% (€13,3 miljoen) tot €64,4 miljoen (inclusief een positief effect van IFRS 16 van €1,9 miljoen). De ratio van de onderliggende EBITDA/brutowinst daalde van 31,0% in 2018 tot 26,8% in 2019. 
De ROACE (op onderliggende EBITDA) daalde van 48,2% tot 34,9% door de lagere onderliggende EBITDA en het hogere geïnvesteerd vermogen door de overnames.

Change layout to 1 column

Duitsland/Polen

In duizenden euro 2019 2018 ∆%
 
Total Feed volume (in tonnen) 2.194.065 1.894.471 15,8%
Omzet 582.548 499.070 16,7%
 
Brutowinst 76.392 64.691 18,1%
Overige bedrijfsopbrengsten 186 32 481,3%
Bedrijfslasten incl afschrijving & amortisatie -72.136 -55.905 29,0%
Onderliggende lasten incl afschrijving & amortisatie -71.155 -55.905 27,3%
EBITDA 13.766 13.941 -1,3%
Onderliggende EBITDA 14.321 13.941 2,7%
 
Onderliggende afschrijving en amortisatie -8.898 -5.123 73,7%
EBIT 4.442 8.818 -49,6%
Onderliggend EBIT 5.423 8.818 -38,5%
 
Onderliggende EBITDA / Brutowinst 18,7% 21,6% -13,0%
ROACE onderliggende EBITDA 8,0% 12,5% -36,1%

Change layout to 2 columns

Markt- en sectorontwikkelingen

In Duitsland neemt de publieke en politieke aandacht voor de milieu-impact van de agrarische sector toe. Het verminderen van fosfaat- en ammoniakuitstoot wordt steeds belangrijker in Duitsland, vooral in de varkenssector. Dit resulteert in maatregelen waaronder subsidies aan veehouders om te stoppen, en dus in een krimpende varkensstapel, vergelijkbaar met de situatie in Nederland. Consumenten in Duitsland kiezen vaker voor non-GGO zuivelproducten. Melkveehouders moeten hiervoor hun dieren voeren met non-GGO voer. Legkippenhouders profiteerden van stijgende eierprijzen vanaf het begin van 2019 en merkten daarnaast dat er een stijgende vraag was naar grotere eieren. Vleeskuikenhouders hadden te maken met sterk dalende prijzen aan het eind van 2019. 

In Polen blijft de vleeskuikensector groeien doordat er meer slachtcapaciteit beschikbaar komt voor pluimveeproducten bedoeld voor de export. De wereldwijde vraag naar pluimveeproducten stijgt door de toenemende Europese consumentenvraag en door het tekort aan varkensvlees als gevolg van de Afrikaanse varkenspest in Azië. In de eerste helft van 2019 stegen de prijzen van vleeskuikens in Polen sterk, maar deze daalden in de laatste zes maanden van het jaar. Pluimveehouders in Polen bepalen aan het einde van elke opfokronde of ze hun stallen opnieuw vullen. Dit hangt af van de prijsontwikkeling van hun producten; als de prijs te laag ligt wachten ze. Hierdoor is de afzet in Polen meer volatiel dan in West-Europese landen.

In 2019 werd de Afrikaanse varkenspest geconstateerd bij wilde zwijnen, eerst in het oosten van Polen en later ook in het westen van het land. Inmiddels zijn er maatregelen van kracht in ongeveer een kwart van Polen om verspreiding tegen te gaan, waaronder het plaatsen van hekken.

Resultaten

De resultaten van het cluster Duitsland/Polen in 2019 zijn significant positief beïnvloed door de resultaten van Tasomix, die voor de eerste helft van het jaar als acquisitie-effect werden gepresenteerd en in de tweede helft van 2019 de autonome ontwikkeling van de resultaten ondersteunden.

Het Total Feed-volume nam met 15,8% toe tot 2,2 miljoen ton, volledig gedreven door de bijdrage van Tasomix (Polen). In Duitsland steeg het volume Total Feed in H1-2019, maar was er sprake van een daling in de tweede helft van het jaar door minder afzet van DML-producten.
Het mengvoervolume nam in 2019 toe in alle sectoren in Duitsland en Polen. De concurrentie in de Duitse varkenssector nam toe, met druk op de volumes in H2-2019 tot gevolg. In Polen groeide de afzet in de varkenssector door de uitbreiding van het sales- en marketingteam, ondanks de dreiging van de Afrikaanse varkenspest.

De afzet aan vleeskuikenhouders groeide, vooral door de substantiële bijdrage van Tasomix, dat in de tweede helft van 2019 een autonome volumestijging van 27% realiseerde. Dit droeg bij aan de groei van de bezettingsgraad in de fabriek in Pionki, die nu boven de 40% is. De afzet van mengvoer in het cluster Duitsland/Polen steeg procentueel harder dan de afzet van Total Feed.

De brutowinst steeg met €11,7 miljoen (18,1%). De bijdrage van Tasomix in volumegroei met betere marges werd beïnvloed door de prijsdruk in de varkenssector in Duitsland.

De onderliggende bedrijfslasten stegen met 27,3%, vooral door de overname van Tasomix. Personeelskosten bleven gelijk, doordat de stijging in Polen gecompenseerd werd door een daling in Duitsland. Productie- en logistieke kosten waren hoger door de volumegroei in Polen in de tweede helft van 2019. De doorbelaste overheadkosten waren €0,4 miljoen hoger dan vorig jaar.

De onderliggende EBITDA steeg met 2,7% (€0,4 miljoen) tot €14,3 miljoen (inclusief een positief IFRS 16 effect van €0,9 miljoen). Tasomix droeg €8,1 miljoen bij aan de onderliggende EBITDA; een groei van €5,8 miljoen ten opzichte van 2018. In Duitsland daalde de onderliggende EBITDA met €5,4 miljoen.  
De ratio van de onderliggende EBITDA/brutowinst van de cluster daalde echter tot 18,7% (2018: 21,6%).

De ROACE (op onderliggende EBITDA) daalde tot 8,0% (2018: 12,5%). In Polen groeide de ROACE door de verhoging van het geïnvesteerd vermogen door het vol-jaar effect van de overname van Tasomix en de opstart van de nieuwe fabriek in Pionki.

 

Tasomix

Gezien het belang van Tasomix worden de separate resultaten in 2019 op kernparameters gepresenteerd:

In miljoenen euro (tenzij anders vermeld)   2019 H2-2018
 
Volume Total Feed (x 1.000 ton)   531 218
  H1 254  
  H2 277 218
 
Mengvoer (x 1.000 ton)   526 216
 
Brutowinst   23,6 8,6
Onderliggende EBITDA   8,1 2,3
 
Bezettingsgraad Pionki per einde jaar   40% 25%

Change layout to 1 column

Verenigd Koninkrijk

 

In duizenden euro 2019 2018 ∆%
 
Total Feed volume (in tonnen) 2.678.742 2.902.796 -7,7%
Omzet 642.708 662.231 -2,9%
 
Brutowinst 122.924 127.478 -3,6%
Overige bedrijfsopbrengsten 86 443 -80,6%
Bedrijfslasten incl afschrijving & amortisatie -145.938 -120.292 21,3%
Onderliggende lasten incl afschrijving & amortisatie -117.434 -119.239 -1,5%
EBITDA 17.463 19.843 -12,0%
Onderliggende EBITDA 20.561 20.486 0,4%
 
Onderliggende afschrijving en amortisatie -15.053 -12.214 23,2%
EBIT -22.928 7.629 -400,5%
Onderliggend EBIT 5.512 8.272 -33,4%
 
Onderliggende EBITDA / Brutowinst 16,7% 16,1% 4,1%
ROACE onderliggende EBITDA 12,3% 12,6% -2,5%

Change layout to 2 columns

Markt- en sectorontwikkelingen

In het Verenigd Koninkrijk wordt de agrarische sector minder beïnvloed door aanpassingen in de milieuwetgeving.
De melkveestapel kromp licht. Doordat de productie per koe toenam steeg het melkvolume in 2019 met 2% ten opzichte van 2018. De melkprijs daalde, vooral in de tweede helft van 2019. De vraag naar mengvoer in de herkauwerssector daalde. Dit kwam doordat er voldoende ruwvoer beschikbaar was na een goed groeiseizoen. Bovendien bleven herkauwers, vooral schapen, als gevolg van de zachte winters langer in de wei. Schapenhouders verkochten hun lammeren eerder in het jaar, vanwege onzekerheid over het Brexit scenario. 
Varkenshouders hadden te maken met minder lokale vraag naar hun producten, wat volledig werd gecompenseerd door een hogere vraag naar varkensvlees, vooral uit Azië. Varkensprijzen in het Verenigd Koninkrijk stegen enigszins in 2019, maar minder dan op het continent. De trend naar minder, maar grotere varkensbedrijven zet zich door. De varkensstapel kromp licht.

 

Resultaten

Het Total Feed-volume daalde met 7,7% naar 2,7 miljoen ton. Er werd vooral minder afgezet in de herkauwerssector als gevolg van weersomstandigheden. Door de milde winter (2018/2019) bleven schapen langer buiten en aten dus minder mengvoer. Tijdens de zomermaanden in 2019 hoefden de melkkoeien niet te worden bijgevoerd, wat in 2018 wel het geval was omdat er door de droogte een tekort aan gras was. Het volume in de varkenssector daalde nog enigszins door de aangescherpte commerciële propositie, en vooral doordat een grotere afnemer minder dieren had. Er werd meer voer afgezet in de pluimveesector. De afzet van mengvoer daalde (procentueel) meer dan dat van Total Feed.

De brutowinst daalde met 3,6%. De daling van de brutowinst in het eerste halfjaar, vooral als gevolg van de ongunstige inkooppositie, kon niet geheel worden goedgemaakt in het tweede halfjaar. Hoewel de brutowinst in het tweede halfjaar daalde door de lagere volumes, steeg de marge per ton vergeleken met 2018 en het eerste halfjaar 2019.

De onderliggende bedrijfslasten daalden met 1,5%. Personeelskosten namen af doordat er minder medewerkers waren dan een jaar eerder. Dit was het gevolg van de sluiting van twee fabrieken, als onderdeel van de efficiencyplannen, naast de algehele focus op efficiency. De productie- en transportkosten namen af als gevolg van de lagere volumes. De doorbelaste overheadkosten waren €0,1 miljoen lager dan vorig jaar.

De onderliggende EBITDA steeg met 0,4% tot €20,6 miljoen (inclusief een positief IFRS 16 effect van €2,2 miljoen) ondanks de volumedaling en de lagere brutowinst als gevolg van de lagere bedrijfslasten. De ratio van de onderliggende EBITDA/brutowinst steeg licht van 16,1% in 2018 tot 16,7% in 2019. 
De ROACE op onderliggende EBITDA daalde licht van 12,6% in 2018 naar 12,3% in 2019.

 

De uitkomst van de goodwill impairment test met betrekking tot de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk heeft geleid tot een bijzondere waardevermindering van €25,6 miljoen. De afzet in het Verenigd Koninkrijk blijft achter bij de verwachtingen waardoor een bijzondere waardevermindering noodzakelijk is.

Change layout to 1 column

Centrale en ondersteunende diensten 

In duizenden euro 2019 2018 ∆%
 
Brutowinst 852 683 24,7%
Overige bedrijfsopbrengsten 895 1 89400,0%
Bedrijfslasten incl afschrijving & amortisatie -17.122 -15.407 11,1%
Onderliggende lasten incl afschrijving & amortisatie -14.963 -15.407 -2,9%
EBITDA -10.095 -12.008 -15,9%
Onderliggende EBITDA -10.740 -12.008 -10,6%
 
Onderliggende afschrijving en amortisatie -3.328 -2.715 22,6%
EBIT -15.375 -14.723 4,4%
Onderliggend EBIT -14.093 -14.723 -4,3%

Change layout to 2 columns

De onderliggende bedrijfslasten van de Centrale en ondersteunende diensten zijn exclusief het bedrag dat als overheadkosten aan de clusters wordt doorbelast. In 2019 daalden de onderliggende centrale bedrijfslasten met €0,4 miljoen. Er werd daarnaast €1,9 miljoen minder doorbelast aan de clusters. De totale daling van centrale kosten was daardoor €2,3 miljoen, welke vooral werd veroorzaakt door lagere M&A-kosten en een lagere reservering voor bonuskosten. In 2019 was in de onderliggende EBITDA sprake van een positief IFRS 16 effect van €0,8 miljoen.

Dividendvoorstel

ForFarmers streeft ernaar om een dividend uit te keren, rekening houdend met lange-termijn waardecreatie en een gezonde financiële structuur voor het uitvoeren van haar strategie. Het dividendbeleid van ForFarmers is gericht op het uitkeren van een dividend van tussen de 40% en 50% van de onderliggende winst na belasting. In 2019 bedroeg de onderliggende nettowinst €36,4 miljoen.
Het voorstel is een dividend uit te keren van €0,28 per gewoon aandeel, bestaande uit €0,19 gerelateerd aan 50% van de onderliggende nettowinst en een speciaal dividend van €0,09 (gebaseerd op 97,7 miljoen aandelen in omloop). In 2018 was het dividend €0,30 per gewoon aandeel, bestaande uit €0,283 gerelateerd aan de onderliggende nettowinst en een speciaal dividend van €0,017 gerelateerd aan de opbrengst van de verkoop van de akkerbouwactiviteiten in Nederland.

Op 24 april 2020 wordt de jaarrekening ter vaststelling voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Het dividend wordt op 8 mei 2020 betaalbaar gesteld.

Vooruitzichten en Ontwikkelingen in de markt

Maatschappelijke druk en milieumaatregelen

De wereldwijde vraag naar dierlijke eiwitten blijft toenemen onder invloed van de groeiende wereldbevolking en toenemende welvaart. In Noordwest-Europa neemt de maatschappelijke en politieke druk op de agrarische sector toe vanwege de impact van de veehouderij op het milieu en door een groeiende aandacht voor dierenwelzijn. Veehouders zijn daarom terughoudender bij het investeren in uitbreiding van hun veestapels. Bovendien moeten investeringen worden gedaan om aan de opgelegde milieumaatregelen te voldoen. Door de uitdaging om geschikte opvolging te vinden en door de toenemende financiële druk vindt consolidatie van boerenbedrijven plaats, wat leidt tot veranderende behoeften en vragen bij onze klanten. Hoewel de totale consumptie van dierlijke eiwitten in Europa nog stabiel is, neemt de belangstelling voor alternatieve eiwitbronnen merkbaar toe. Volumegroei zal voornamelijk worden gedreven door exportgroei.
De Nederlandse agrarische sector heeft in 2020 nog te maken met de effecten van de stikstofproblematiek. De melkveestapel in Nederland zal naar verwachting in 2020 niet groeien, vanwege de in februari jl. aangekondigde maatregelen om de stikstofuitstoot te verminderen.

Vooruitzichten per sector en impact dierziekten

De lange-termijn mondiale vooruitzichten voor de herkauwerssector blijven positief. De binnenlandse consumptie van zuivelproducten en vlees is in Noordwest-Europa aan het stabiliseren. De focus ligt op exportgroei. In Oost-Europa neemt de welvaart toe en daarmee groeit ook de lokale vraag naar zuivelproducten en vlees.

De uitbraak van de Afrikaanse varkenspest in China en andere Aziatische landen heeft een significante impact op Europese varkensprijzen. De productiegroei in Europa zal naar verwachting9 beperkt zijn vanwege onzekerheden rond de handelsovereenkomsten na Brexit, de handelsspanningen tussen China en de Verenigde Staten en de angst voor verdere uitbraak van de varkenspest. Naast de uitbraak bij wilde zwijnen in België is de varkenspest inmiddels ook geconstateerd bij wilde zwijnen in Polen, dicht tegen de Duitse grens. Dit is een bron van zorg bij varkenshouders. Naast de bestaande uitbreidingsbeperkingen door milieumaatregelen weerhoudt deze situatie hen ervan hun productie op te schalen.
In Nederland zal de varkensstapel in de komende twee jaar naar verwachting dalen als gevolg van de regeling ‘warme sanering varkenshouderij’, een subsidieregeling om varkenshouders uit te kopen en daarmee in bepaalde ‘veedichte’ gebieden geuroverlast te verminderen. Hoe groot de krimp zal zijn hangt af van het aantal varkenshouders dat in het voorjaar de uiteindelijke beslissing neemt om te stoppen.

De pluimveesector groeit doordat consumenten steeds vaker kiezen voor kippenvlees en eieren als alternatief voor andere dierlijke eiwitten. Daarnaast is de vraag vanuit China en andere Aziatische landen naar pluimveeproducten gestegen, vanwege het tekort aan varkensvlees. In Noordwest-Europa neemt de lokale vraag naar dierenwelzijnsconcepten (bijvoorbeeld vrije uitloop en biologisch) toe. De conventionele productie voor de export blijft ook groeien, vooral in Polen. Aan het begin van 2020 is in Polen hoog pathogene (besmettelijke) vogelgriep geconstateerd bij wilde vogels. Hygiëne protocollen zijn ingevoerd om verspreiding tegen te gaan. Een aantal landen buiten Europa heeft inmiddels een importblokkade voor pluimvee uit Polen ingesteld, met als gevolg dat er druk op de vleeskuikenprijzen staat en er naar verwachting een tijdelijke groeivertraging zal ontstaan. De situatie wordt nauwlettend gevolgd.

In de komende jaren komt er meer slachtcapaciteit bij in Polen. Naar verwachting zal dit leiden tot een toenemende vraag naar mengvoer in de pluimveesector. ForFarmers heeft met de nieuwe fabriek in Pionki capaciteit om aan deze groeiende vraag te voldoen. Na de uitbraak van laag pathogene vogelgriep in België in 2019 is de verwachting dat de pluimveeproductie in het eerste kwartaal van 2020 weer op het niveau van voor de uitbraak zal zijn.

Brexit

De uiteindelijk gevolgen van de Brexit blijven onzeker, maar een geordende exit uit de EU zou mogelijk moeten zijn nu er een transitieperiode is ingegaan. ForFarmers gaat ervan uit dat de varkens- en pluimveesector in het Verenigd Koninkrijk op termijn zal groeien. 

Coronavirus

ForFarmers volgt de ontwikkelingen rond het coronavirus nauwlettend en heeft per begin maart een coördinatieteam aangesteld en maatregelen getroffen om verspreiding van het virus te beperken. De maatregelen liggen in lijn met de nationaal afgekondigde maatregelen. Vooralsnog richten de maatregelen zich op aangescherpt reisadvies, extra hygiëne inachtneming en een strikt protocol voor medewerkers die recent in gebieden zijn geweest met een hoog risico. ForFarmers is alert op bedrijf-kritische processen die beïnvloed kunnen worden door (maatregelen omtrent) het coronavirus, zoals inkoop van bepaalde grondstoffen uit bijvoorbeeld China en de beschikbaarheid van onze medewerkers.

Het is, gezien alle onzekerheden hieromtrent, niet mogelijk een inschatting te geven over een potentiële impact op toekomstige resultaten.

Efficiencyplannen 2019 – 2020

Aan het begin van 2019 kondigde ForFarmers efficiencyplannen aan, met als doel €10 miljoen kosten te hebben bespaard in 2021 (ten opzichte van het kostenniveau van 2018), door optimalisatie van de fabriekslocaties van de groep en andere efficiency projecten in verschillende onderdelen van de organisatie. De efficiencyplannen betreffen alle landen exclusief Polen en betekenen dat het aantal fte’s in 2019-2020 zal worden teruggebracht met 125-150 door natuurlijk verloop en ontslagen.

In 2019 werden in lijn met deze plannen vijf fabrieken gesloten (twee in Nederland, twee in het Verenigd Koninkrijk en een in België). Mede hierdoor is het aantal fte’s in 2019 verminderd met 123. Door de groei in Polen steeg daar het aantal medewerkers. De sluitingen gingen gepaard met incidentele lasten. ForFarmers ligt op schema met de aangekondigde plannen. De marktomstandigheden vereisen dat kostenbeheersing nauwlettend wordt uitgevoerd.

(Kapitaals-)investeringen

ForFarmers blijft investeren in systemen en procesoptimalisatie en verwacht in 2020 ongeveer €40 miljoen te investeren (gelijk aan 2019). De focus op het verder optimaliseren van het werkkapitaal wordt voortgezet. Ook blijft ForFarmers streven naar acquisities. Per 31 december 2019 bedroeg de schuld/onderliggende EBITDA ratio 0,09. ForFarmers heeft voldoende financiële ruimte om haar groeiplannen te realiseren. 

Inkoopprogramma eigen aandelen

In mei 2019 startte ForFarmers een inkoopprogramma van eigen aandelen ter waarde van €30 miljoen, met een looptijd tot uiterlijk oktober 2020. In 2019 werden 2.786.204 eigen (gewone) aandelen ingekocht, waarvan 251.852 aandelen ten behoeve van de medewerkersparticipatieplannen waren. De 2.534.352 aandelen, specifiek voor het inkoopprogramma van €30 miljoen, werden ingekocht voor een totaalbedrag van €15,5 miljoen (rekening houdend met het feit dat 51.954 aandelen in 2020 werden afgerekend). Het programma blijft doorlopen tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) op 24 april 2020. Aan de Algemene Vergadering zal autorisatie gevraagd worden om de resterende aandelen tot aan het totaalbedrag €30 miljoen te mogen inkopen naast het mogelijke inkoopprogramma ten behoeve van een nieuwe medewerkersparticipatieplannen. Een dergelijk plan moet na de AvA worden goedgekeurd door de Raad van Commissarissen.

Aan de Algemene Vergadering van 24 april 2020 zal worden voorgesteld om alle aandelen in te trekken die onder het inkoopprogramma van €60 miljoen (2017) en die nu onder het huidige programma (€30 miljoen) zijn en worden ingekocht. Dit zal geen impact hebben op het dividend per aandeel noch op de winst per aandeel. Tevens wordt aan de AvA het voorstel gedaan om als gevolg  hiervan het maatschappelijk kapitaal te verlagen.   

Lancering strategie 2020 – 2025

Op 12 mei 2020 zal de strategie voor de jaren 2020 – 2025 worden bekendgemaakt. Dit zal worden gedaan door middel van een persbericht voor beurs. Op dezelfde dag vindt een Capital Markets Day voor genodigde aandeelhouders, analisten en beleggers plaats in Amsterdam. De presentaties zullen via audiowebcast te volgen zijn. 

Guidance

ForFarmers houdt bij de hiernavolgende guidance rekening met eerder genoemde marktontwikkelingen en met het feit dat op 12 mei aanstaande de strategie 2020-2025 met de daarbij behorende doelstellingen wordt gepubliceerd. 

ForFarmers verwacht de trend van het tweede halfjaar 2019 verder te continueren in 2020. Het effect van de voorziene autonome volumedaling in alle landen met uitzondering van Polen kan naar inschatting worden gecompenseerd door de verdere implementatie van de efficiencyplannen en een verbetering van de productmix. Dit zal een positieve impact hebben op de verbetering van het resultaat in het eerste halfjaar van 2020 vergeleken met het resultaat in de eerste helft van 2019, dat negatief werd beïnvloed door een ongunstige inkooppositie.

Gebeurtenissen na balansdatum

Er waren geen gebeurtenissen na balansdatum.

[1] Resultaten worden altijd jaar-op-jaar vergeleken
[2] Total Feed behelst de volledige productportefeuille van ForFarmers en bestaat uit mengvoer, specialiteiten, co-producten (zoals DML-producten), zaaigoed en overige producten (zoals ruwvoer)
[3] Netto winst: betekent hier winst toe te rekenen aan aandeelhouders van de Vennootschap
[4] Afschrijvingen betekent hier inclusief amortisatie
[5] ROACE betekent onderliggende EBITDA (EBIT) gedeeld door het 12-maands gemiddeld geïnvesteerd vermogen
[6] Het Plan Aanpak Stikstof (PAS) is een systeem waarbij vergunningen worden afgegeven aan activiteiten die stikstof veroorzaken (bijvoorbeeld infrastructuur en bouw) terwijl de vereiste stikstof-compenserende maatregelen nog niet zijn geëffectueerd.
[7] Bron: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/12/18/kabinet-en-landbouw-collectief-maken-afspraken
[8] Bron: Centraal Bureau voor Statistiek, Nederland
[9] Bron: RaboResearch, Pork Quarterly Q1 2020