Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

2.2.1 Basis voor opstelling

2.2.1.1 1. ForFarmers N.V.

ForFarmers N.V. (de 'Vennootschap') is een naamloze vennootschap, statutair gevestigd in Nederland. Het adres van de statutaire zetel is Kwinkweerd 12, 7241 CW Lochem. De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap over 2019 omvat de Vennootschap en haar dochtermaatschappijen (tezamen te noemen de 'Groep' of 'ForFarmers') en het belang van de Groep in de joint venture HaBeMa.

Per 31 december 2019 is het kapitaalbelang en stemrecht in de Vennootschap als volgt verdeeld:

  31 december 2019 31 december 2018
  Kapitaalbelang Stemrecht Kapitaalbelang Stemrecht
Eigen bezit ForFarmers 8,07%   5,73%  
 
Aandelen Coöperatie FromFarmers U.A. (Direct) 17,41% 18,94% 17,41% 18,47%
Participatierekening bij leden (Indirect) 26,63% 28,97% 28,35% 30,08%
Coöperatie FromFarmers U.A. 44,04% 47,91% 45,76% 48,54%
 
Certificaten bij leden 5,31% 5,78% 4,78% 5,07%
Certificaten in lock up 0,72% 0,79% 0,92% 0,98%
Overige certificaathouders(1) 1,47% 1,60% 1,23% 1,30%
Aandelen Stichting Beheer- en Administratiekantoor ForFarmers 7,50% 8,16% 6,93% 7,35%
 
Aandeelhouders (derden) 40,39% 43,93% 41,58% 44,10%
Totaal gewone aandelen in omloop 100,00% 100,00% 100,00% 100,00%
 
(1) Betreft (voormalige) medewerkers van ForFarmers van wie de certificaten niet in de lock-up zitten en derden die hun certificaten nog niet hebben omgezet naar aandelen.

ForFarmers N.V. is een internationaal opererende voer-onderneming die complete voeroplossingen biedt voor de (biologische) veehouderij. ForFarmers zet zich in “For the Future of Farming”: voor de continuïteit van het boerenbedrijf en voor een financieel gezonde agrarische sector.

 

2.2.1.2 2. Toegepaste accounting standaarden

Overeenstemmingsverklaring

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie (EU-IFRS, hierna vermeld als IFRS) en artikel 2:362 lid 9 BW.

De geconsolideerde (en enkelvoudige) jaarrekening is goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen op 11 maart 2020. De jaarrekening van de Groep staat geagendeerd voor vaststelling op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 24 april 2020.

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.

Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving in 2019

IFRS 16 leases
IFRS 16 is per 1 januari 2019 effectief en de Groep heeft deze standaard voor het eerst toegepast in deze jaarrekening.

IFRS 16 heeft één model voor verwerking van leaseovereenkomsten in de balans van lessees geïntroduceerd. De groep, als lessee, verantwoordt een actief met gebruiksrecht voor het recht om het onderliggende actief te gebruiken en een leaseverplichting die de verplichting tot leasebetalingen weergeeft.

De Groep heeft IFRS 16 toegepast volgens de aangepaste retrospectieve transitiemethode. Door de gekozen transitiemethode is geen aanpassing in het eigen vermogen verantwoord en zijn de vergelijkende cijfers voor 2018 niet aangepast - dat wil zeggen dat deze worden gepresenteerd, zoals eerder gerapporteerd, onder IAS 17 en de hieraan gerelateerde interpretaties. De details van de gewijzigde grondslagen zijn hieronder uiteengezet.

Definitie van een lease
Voorheen beoordeelde de Groep bij aangaan van het contract op basis van IFRIC 4 of de overeenkomst een lease is of een lease bevat. De Groep beoordeelt nu of een overeenkomst een lease bevat of een leaseovereenkomst is op basis van de nieuwe definitie van een lease.  Onder IFRS 16, is of bevat een contract een leaseovereenkomst, indien het contract in ruil voor een vergoeding, het recht verleent om gedurende een bepaalde periode de zeggenschap over het gebruik van een geïdentificeerd actief uit te oefenen.

Bij de overgang naar IFRS 16 heeft de Groep gekozen om de vrijstelling toe te passen met betrekking tot de definitie van een leaseovereenkomst en de reeds verrichtte beoordelingen te gebruiken om te bepalen welke overeenkomsten een lease betreffen. IFRS 16 is dus enkel toegepast op overeenkomsten die voorheen ook waren geïdentificeerd als leaseovereenkomst. Overeenkomsten die voorheen, onder IAS 17 en IFRIC 4, niet waren geïdentificeerd als leaseovereenkomst zijn niet opnieuw beoordeeld. De definitie van een lease onder IFRS 16 is daardoor enkel toegepast op contracten die zijn aangegaan of zijn aangepast op of na 1 januari 2019.

Bij aangaan van een contract of bij een herbeoordeling of een contract een leasecomponent bevat heeft de Groep gekozen om niet-leasecomponenten niet van hun leasecomponent te scheiden en in plaats daarvan de leasecomponent en niet-leasecomponenten als één enkele leasecomponent te verwerken.

Als een lessee
De Groep leaset onder andere grond, gebouwen, productiefaciliteiten, bedrijfsauto’s en vrachtwagens.

Voorheen classificeerde de Groep haar leaseovereenkomsten voornamelijk als operationele lease op basis van de beoordeling of nagenoeg alle risico’s en voordelen van de lease waren overgedragen. Onder IFRS 16, verantwoordt de Groep een actief met gebruiksrecht en een leaseverplichting voor de meeste leases. Dat wil zeggen dat deze leases op de balans worden verantwoord. 

De Groep heeft gekozen om geen actief met gebruiksrecht en leaseverplichtingen te verantwoorden voor kortlopende leases (leasetermijn korter dan 12 maanden en zonder koopoptie) en leases waarbij het onderliggende actief een lage waarde heeft (een waarde beneden €5 duizend). De Groep verantwoordt de leasebetalingen horende bij deze leases lineair als kosten in de winst-en-verliesrekening op basis van de leasetermijn.

De Groep presenteert zowel het actief met gebruiksrecht als de leaseverplichtingen als afzonderlijke regels in de balans.

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving
De Groep verantwoordt een actief met gebruiksrecht en de leaseverplichting op de aanvangsdatum. De activa met gebruiksrecht worden gewaardeerd tegen kostprijs minus cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen, aangepast voor bepaalde herwaarderingen van leaseverplichtingen (zie hieronder voor de herwaardering van leaseverplichtingen).

De leaseverplichting wordt bij aanvang vastgesteld op de contante waarde van de nog te betalen leasebedragen op de aanvangsdatum, contant gemaakt tegen de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst. Indien deze niet op eenvoudige wijze kan worden bepaald, hanteert de groep haar incrementele rentevoet. Over het algemeen hanteert de groep haar incrementele rentevoet per specifieke activa categorie en leasetermijn als disconteringsvoet.

De leaseverplichtingen nemen toe door de rente op de leaseverplichtingen en de leaseverplichtingen nemen af door de verrichte leasebetalingen. De leaseverplichtingen worden geherwaardeerd wanneer een verandering in toekomstige leasebetalingen zich voordoet die voortvloeit uit een verandering in een index of rentevoet, een verandering in de bedragen die naar verwachting uit hoofde van een restwaardegarantie verschuldigd zijn of een verandering in de beoordeling of een koop- of verlengingsoptie redelijkerwijs uitgeoefend zal worden of een beëindigingsoptie niet uitgeoefend zal worden.

De groep heeft schattingen en beoordelingen gebruikt om de leasetermijn te bepalen voor bepaalde leasecontracten die verlengingsopties en beëindigingsopties bevatten. De beoordeling of de groep deze opties uit zal oefenen heeft impact op de leasetermijn. Deze leasetermijn heeft een significante invloed op de omvang van zowel de verantwoorde leaseverplichtingen als de verantwoorde activa met gebruiksrecht.

Transitie
Voor leases die als operationele lease waren geclassificeerd onder IAS 17 zijn leaseverplichtingen opgenomen welke zijn gewaardeerd tegen de contante waarde van de resterende leasebetalingen, contant gemaakt tegen de incrementele rentevoet van de groep op 1 januari 2019. De activa met gebruiksrecht zijn gewaardeerd voor een bedrag dat gelijk is aan de leaseverplichting, aangepast voor het bedrag van alle vooruitbetaalde of nog te ontvangen leasebetalingen.

De Groep heeft bij de transitie naar IFRS 16 de volgende vrijstellingen toegepast voor leases die onder IAS 17 waren geclassificeerd als operationele lease:

  • De vrijstelling om geen activa met gebruiksrecht en leaseverplichtingen te verantwoorden voor leases met een resterende looptijd korter dan 12 maanden.

  • Het buiten beschouwing laten van initiële directe kosten bij de waardering van het actief met een gebruiksrecht.

  • Het gebruik maken van achteraf verkregen kennis bij het bepalen van de leasetermijn, indien het contract opties tot verlenging of beëindiging van de leaseovereenkomst bevat.

De Groep leaset een aantal vrachtwagen en opleggers (beide in het Verenigd Koninkrijk) en bedrijfsauto’s (in Polen), die waren geclassificeerd als financiële lease onder IAS 17. Voor deze financiële leases is de boekwaarde van het actief met gebruiksrecht en de leaseverplichting op 1 januari 2019 gelijk aan de in overeenstemming met IAS 17 bepaalde boekwaarde van het geleasede actief en de leaseverplichting van vlak vóór die datum.

Impact op transitie
Bij de transitie naar IFRS 16 heeft de Groep additionele activa met gebruiksrecht en additionele leaseverplichtingen verantwoord van €25,0 miljoen.

Bij de waardering van de leaseverplichtingen van leases die voorheen waren geclassificeerd als operationele lease heeft de Groep de resterende leasebetalingen contant gemaakt met haar incrementele rentevoet op 1 januari 2019. De gewogen gemiddelde rentevoet die is toegepast betreft 3,1%. Voor een aantal specifieke langlopende contacten voor grond en productiefaciliteiten zijn rentevoeten tussen de 3,5% en 6,1% gebruikt, afhankelijk van de leasetermijn.

Hierna is een aansluiting opgenomen van de operationele leaseverplichtingen per 31 december 2018 en de leaseverplichtingen per 1 januari 2019: 

In duizenden euro  
 
Operationele leaseverplichtingen 31 december 2018 33.106
Opname uitzonderingen (lage waarde en korte termijn) 884
Operationele leaseverplichtingen 31 december 2018 exclusief uitzonderingen 32.222
Gedisconteerd tegen de incrementele rente voet 22.172
Verdisconteerde verlengingsopties met redelijke mate van zekerheid tot uitoefening 2.815
Additionele IFRS 16 leaseverplichtingen 24.987
Financiële leaseverplichtingen 31 december 2018 586
Leaseverplichtingen 1 januari 2019 25.573

Impact voor de periode
Als gevolg van het initieel toepassen van IFRS 16 voor leases die voorheen waren geclassificeerd als operationele lease heeft de groep €23,5 miljoen verantwoord voor activa met gebruiksrecht (zie noot 19)  en €23,9 miljoen verantwoord voor de leaseverplichtingen (zie noot 33)  per 31 december 2019.

Voor dezelfde leases heeft de Groep onder IFRS 16 afschrijvingen en rentekosten verantwoord in plaats van operationele lease kosten. Gedurende 2019 heeft de Groep €5,2 miljoen aan afschrijvingen en €0,9 miljoen aan rentekosten verantwoord in plaats van €5,8 miljoen aan operationele lease kosten. De toepassing van IFRS 16 heeft daarom geresulteerd in een stijging van de EBITDA met €5,8 miljoen.

Overige standaarden
Een aantal wijzigingen met betrekking tot bestaande standaarden (IFRS 9 Financiële instrumenten, IAS 28 equity accounted investees en IAS 19 personeelsbeloningen) en interpretaties (IFRIC 23 onzekere belastingposities) zijn effectief per 1 januari 2019, echter deze wijzigingen hebben geen materiële impact op de jaarrekening van de groep.

Voor een toelichting op de nog niet van toepassing zijnde nieuwe standaarden wordt verwezen naar noot 42.

Vergelijkende cijfers

Indien noodzakelijk zijn vergelijkende cijfers aangepast in overeenstemming met de huidige presentatie.

Grondslagen voor financiële verslaggeving

Informatie over de door de Groep gehanteerde grondslagen die het meeste van invloed zijn op de jaarrekening is opgenomen in noot 40 en 41.

2.2.1.3 3. Functionele valuta en presentatie valuta

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in euro’s. Dit is tevens de functionele valuta van de Vennootschap. Alle financiële informatie die in euro’s wordt gepresenteerd is afgerond op het naastliggende duizendtal, tenzij anders is aangegeven. De functionele valuta van de entiteiten van de Groep zijn voornamelijk de euro, het Britse pond en de Poolse zloty. Het merendeel van de transacties en resulterende saldi vinden plaats in de lokale en functionele valuta. De volgende wisselkoersen zijn toegepast gedurende het boekjaar:

Koers op 31 december € 1,00 € 1,00
2017 £ 0,8872 -
2018 £ 0,8945 zł 4,3014
2019 £ 0,8508 zł 4,2568
 
Gemiddelde koers € 1,00 € 1,00
2018 £ 0,8847 zł 4,3013
2019 £ 0,8778 zł 4,2976

2.2.1.4 4. Gebruik van schattingen en oordelen

Bij het opstellen van deze geconsolideerde jaarrekening heeft het management oordelen gevormd en schattingen en veronderstellingen gemaakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. De uiteindelijke waardering van activa en verplichtingen kan afwijken van deze schattingen.

De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden continu beoordeeld, rekening houdend met de meningen en de adviezen van (externe) specialisten. Aanpassingen van de schattingen worden verwerkt in de periode waarin de schattingen worden herzien en in de toekomstige perioden waarin deze invloed hebben.

 

A. Oordelen

Informatie over de gevormde oordelen bij de toepassing van de grondslagen die het meest van invloed zijn op de in de jaarrekening opgenomen bedragen, is opgenomen in de volgende onderdelen van de toelichting:

  • omzet: bepaling of de Groep bij de transactie in plaats van als hoofdpartij als tussenpersoon optreedt (noot 8);
  • consolidatie: bepaling of de Groep de facto zeggenschap heeft over een deelneming (noot 34);

B. Schattingen en veronderstellingen

De schattingen en veronderstellingen die het meest relevant worden beschouwd zijn:

  • waardering van verplichtingen uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen: belangrijke actuariële veronderstellingen (noot 15);
  • verwerking van uitgestelde belastingvorderingen: beschikbaarheid van toekomstige fiscale winsten die kunnen worden gebruikt ter voorwaartse compensatie van fiscale verliezen (noot 16);
  • economische levensduur van materiële vaste activa en immateriële activa (noot 18 en 20);
  • verwachte leasetermijn en disconteringsvoet van activa met gebruiksrecht (noot 19);
  • test op bijzondere waardeverminderingen (‘impairment test’): belangrijkste veronderstellingen met betrekking tot de realiseerbare waarden (noot 20);
  • waardering van handels- en overige vorderingen (noot 23);
  • verwerking en waardering van voorzieningen en voorwaardelijke verplichtingen: belangrijke veronderstellingen over de waarschijnlijkheid en omvang van een uitstroom van middelen met betrekking tot voorzieningen (noot 31); en
  • waardering van put optie verplichtingen en voorwaardelijke vergoedingen uit hoofde van acquisities (noot 32).

C. Bepaling van de reële waarde

Een aantal grondslagen en toelichtingen van de Groep vereist de bepaling van reële waarden, voor zowel financiële als niet-financiële activa en verplichtingen.

De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld op de waarderingsdatum in een ordelijke transactie tussen ter zake goed geïnformeerde partijen op de primaire of, indien deze niet aanwezig is, de meest voordelige markt die voor de Groep toegankelijk is op die datum. De reële waarde van een verplichting weerspiegelt het risico op niet-nakoming.

Bij het bepalen van de reële waarde van een actief of een verplichting maakt de Groep zoveel mogelijk gebruik van op de markt waarneembare gegevens. De reële waarden worden ingedeeld naar verschillende niveaus op basis van de reële-waardehiërarchie, afhankelijk van de inputs op basis waarvan de waarderingstechnieken zijn toegepast. De verschillende niveaus zijn als volgt gedefinieerd.

Niveau 1: genoteerde marktprijzen (niet gecorrigeerd) in actieve markten voor identieke activa of verplichtingen. Een markt wordt beschouwd als actief als transacties voor het actief of passief plaatsvinden met voldoende frequentie en volume om prijsstellingsinformatie te verstrekken op een continue basis.
Niveau 2: input die geen onder niveau 1 vallende genoteerde marktprijzen betreft en die waarneembaar is voor het actief of de verplichting, hetzij rechtstreeks (i.c. in de vorm van prijzen) hetzij indirect (i.c. afgeleid van prijzen).
Niveau 3: input voor het actief of de verplichting die niet is gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niet-waarneembare input).

De gekozen waarderingstechniek omvat alle factoren waarmee marktpartijen rekening zouden houden bij het bepalen van de prijs van de transactie.

De Groep verwerkt eventuele herrubriceringen tussen de niveaus van reële-waardehiërarchie aan het einde van de verslagperiode waarin de wijziging zich heeft voorgedaan. Indien de inputs die worden gebruikt voor het bepalen van de reële waarde van een actief of verplichting binnen verschillende niveaus van de reële-waardehiërarchie vallen, dan wordt de bepaalde reële waarde in zijn geheel ingedeeld in hetzelfde niveau van de reële-waardehiërarchie als de input van het laagste niveau die van belang is voor de gehele meting.

Als een actief dat of een verplichting die is gewaardeerd tegen reële waarde een bied- en een laatprijs heeft, waardeert de Groep haar activa en long posities tegen de biedprijs en haar passiva en short posities tegen de laatprijs.

De beste onderbouwing van de reële waarde van een financieel instrument bij eerste waardering is normaliter de transactieprijs - dat wil zeggen de reële waarde van de verstrekte of ontvangen vergoeding. Indien de Groep vaststelt dat de reële waarde bij eerste waardering verschilt van de transactieprijs en de reële waarde niet wordt onderbouwd door een genoteerde marktprijs op een actieve markt voor een identiek actief of verplichting, noch is gebaseerd op een waarderingstechniek waarbij alle niet-waarneembare inputs worden beoordeeld als insignificant in relatie tot de waardering, wordt het financieel instrument bij eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde, aangepast om het verschil tussen de reële waarde bij eerste waardering en de transactieprijs uit te stellen. Vervolgens wordt dat verschil gedurende de looptijd van het instrument in de winst-en-verliesrekening verwerkt, maar niet later dan wanneer de waardering geheel wordt ondersteund door waarneembare marktgegevens of de transactie beëindigd is.

De Groep heeft een vast raamwerk van beheersmaatregelen ten aanzien van de bepaling van de reële waarden. Dit omvat onder meer een waarderingsteam met algehele verantwoordelijkheid voor het toezicht op alle belangrijke bepalingen van reële waarden, inclusief reële waarden van niveau 3. Het waarderingsteam rapporteert direct aan de CFO.

Het waarderingsteam beoordeelt periodiek belangrijke niet-waarneembare inputs en waardecorrecties. Als voor de waardering tegen reële waarde gebruik wordt gemaakt van informatie van derden, zoals broker quotes en prijsbepalingsdiensten, beoordeelt en documenteert het team het van derden verkregen bewijs om te verifiëren of deze waarderingen en de rubricering ervan in de niveaus van de reële-waardehiërarchie voldoen aan de vereisten van de IFRS.

Belangrijke waarderingsaangelegenheden worden gerapporteerd aan de auditcommissie van de Groep.

Meer informatie over de veronderstellingen van de bepaling van reële waarden is opgenomen in de volgende toelichtingen:

  • Op aandelen gebaseerde beloningsplannen (noot 14)
  • Materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen (noot 18 en 21)
  • Immateriële activa, exclusief goodwill (noot 20)
  • Voorraden (noot 24)
  • Biologische activa (noot 25)
  • Derivaten (noot 33)
  • Financiële instrumenten, anders dan derivaten (noot 33)

2.2.2 Resultaten voor het jaar

2.2.2.1 5. Operationele segmenten

A. Basis voor segmentatie

De Groep onderscheidt de volgende drie strategische clusters, welke haar gerapporteerde segmenten vormen:

  • Nederland / België

  • Duitsland / Polen

  • Verenigd Koninkrijk

Elk land is een separaat operationeel segment, maar kan worden geaggregeerd in gerapporteerde segmenten op basis van gelijksoortige economische, markt en concurrentie kenmerken, aangezien de aard van de producten en diensten, de aard van de productieprocessen, het type klant, de gebruikte methoden voor de distributie van de producten en de aard van de regelgeving, vergelijkbaar zijn. Ten opzichte van 2018 heeft een verschuiving van België van het gerapporteerde segment Duitsland / België / Polen naar het segment Nederland plaatsgevonden. Door de overname in 2018 van Voeders Algoet is ForFarmers in 2019 de op een na grootste voeronderneming in België geworden. De marktpositie van ForFarmers in België en Nederland zijn daardoor meer vergelijkbaar geworden. De marktposities van ForFarmers in Duitsland en Polen zijn vergelijkbaar, omdat beiden de vierde speler zijn in de markt voor diervoeders. De vergelijkende cijfers zijn aangepast op deze nieuwe presentatie.

Het assortiment dat de Groep verkoopt bestaat onder andere uit mengvoer, voer voor jonge dieren, speciaalvoer, ruwvoer en bijproducten alsmede zaden en meststoffen. Kernactiviteiten zijn de productie en levering van voer en het aanbieden van Total Feed oplossingen gebaseerd op nutritionele knowhow.

 

De Directie van de Groep beoordeelt de interne managementrapportages van elk gerapporteerd segment op maandelijkse basis en opereert als belangrijkste operationeel besluitvormend orgaan.

B. Informatie over te rapporteren segmenten

Informatie over de te rapporteren segmenten is op de volgende pagina gepresenteerd.

De kolom Groep / eliminaties bevat zowel bedragen als gevolg van activiteiten voor de Groep als eliminaties in het kader van de consolidatie. Er bestaan verschillende niveaus van integratie tussen de segmenten. Deze integratie betreft onder andere onderlinge leveringen van producten en gezamenlijke logistieke dienstverlening. De prijsvaststelling hiervan tussen segmenten vindt plaats op basis van zakelijke afspraken zoals die tussen onafhankelijke partijen zouden zijn gemaakt.

De Groep is niet afhankelijk van individuele grote afnemers.

C. Aansluiting van het resultaat

De aansluiting tussen het bedrijfsresultaat van de te rapporteren segmenten en de winst voor belastingen van de Groep is hierna weergegeven:

In duizenden euro noot 2019 2018
Bedrijfsresultaat segmenten   14.179 75.932
Netto financieringsresultaat 12 10.663 -4.385
Aandeel resultaat deelnemingen verwerkt volgens 'equity'-methode, na belastingen 22 2.773 2.907
 
Winst voor belastingen   27.615 74.454

 

 

2.2.2.1.1

Te rapporteren segmenten
 
2019
In duizenden euro Nederland / België Duitsland / Polen Verenigd Koninkrijk Groep / eliminaties Geconsolideerd
Mengvoer omzet 1.002.341 503.585 498.396 - 2.004.322
Overige omzet 236.301 78.126 144.312 - 458.739
Externe omzet 1.238.642 581.711 642.708 - 2.463.061
Omzet uit transacties tussen segmenten 36.797 837 - -37.634 -
Omzet 1.275.439 582.548 642.708 -37.634 2.463.061
 
Brutowinst 240.496 76.392 122.924 852 440.664
Overige bedrijfsopbrengsten 456 186 86 895 1.623
Bedrijfslasten -192.912 -72.136 -145.938 -17.122 -428.108
Bedrijfsresultaat 48.040 4.442 -22.928 -15.375 14.179
Afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeverminderingen 16.006 9.324 40.391 5.280 71.001
EBITDA 64.046 13.766 17.463 -10.095 85.180
 
Materiële vaste activa 113.297 58.236 91.067 4.774 267.374
Activa met gebruiksrecht 4.574 8.496 8.666 2.248 23.984
Immateriële activa en goodwill 61.920 57.317 16.686 3.848 139.771
Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode - 27.206 - - 27.206
Overige vaste activa 4.114 8.251 693 1.006 14.064
Vaste activa 183.905 159.506 117.112 11.876 472.399
Vlottende activa 206.400 155.535 106.062 -74.912 393.085
Totaal activa 390.305 315.041 223.174 -63.036 865.484
 
Eigen vermogen -162.312 -84.700 -30.471 -140.870 -418.353
Verplichtingen -227.993 -230.341 -192.703 203.906 -447.131
Totaal eigen vermogen en verplichtingen -390.305 -315.041 -223.174 63.036 -865.484
 
Werkkapitaal -24.833 48.876 26.316 -1.665 48.694
Investeringen(1) 16.658 7.161 10.684 4.078 38.581
 
2018
In duizenden euro Nederland / België Duitsland / Polen Verenigd Koninkrijk Groep / eliminaties Geconsolideerd
Mengvoer 1.036.236 418.126 511.439 - 1.965.801
Overige omzet 207.735 80.335 150.792 - 438.862
Externe omzet 1.243.971 498.461 662.231 - 2.404.663
Omzet uit transacties tussen segmenten 41.003 609 - -41.612 -
Omzet 1.284.974 499.070 662.231 -41.612 2.404.663
 
Brutowinst 250.556 64.691 127.478 683 443.408
Overige bedrijfsopbrengsten 4.932 32 443 1 5.408
Bedrijfslasten -181.280 -55.905 -120.292 -15.407 -372.884
Bedrijfsresultaat 74.208 8.818 7.629 -14.723 75.932
Afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeverminderingen 7.936 5.123 12.214 2.715 27.988
EBITDA 82.144 13.941 19.843 -12.008 103.920
 
Materiële vaste activa 109.903 57.522 89.174 4.956 261.555
Immateriële activa en goodwill 64.065 59.296 40.466 4.196 168.023
Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode - 25.392 - - 25.392
Overige vaste activa 2.552 10.522 107 3.251 16.432
Vaste activa 176.520 152.732 129.747 12.403 471.402
Vlottende activa 189.386 147.923 121.072 -56.066 402.315
Totaal activa 365.906 300.655 250.819 -43.663 873.717
 
Eigen vermogen -158.213 -66.440 -51.081 -165.019 -440.753
Verplichtingen -207.693 -234.215 -199.738 208.682 -432.964
Totaal eigen vermogen en verplichtingen -365.906 -300.655 -250.819 43.663 -873.717
 
Werkkapitaal -1.053 53.148 33.215 -9.017 76.293
Investeringen(1) 20.083 5.900 17.017 2.892 45.892
 
(1) Verworven immateriële activa en materiële vaste activa

2.2.2.2 6. Bedrijfscombinaties

Acquisities gedaan in 2019

Op 31 mei 2019 heeft ForFarmers een kleine voeronderneming gericht op de rundveesector in het Verenigd Koninkrijk overgenomen. De overnamesom bedroeg €1,2 miljoen, inclusief een voorwaardelijke vergoeding van €0,3 miljoen. De voorlopige reële waarde van de verkregen activa is eveneens vastgesteld op €1,2 miljoen, wat resulteert in een goodwill van nihil. De overname is niet materieel voor de Groep in het kader van de toelichtingsvereisten van IFRS 3 (bedrijfscombinaties).

Ontwikkelingen 2019

2018 acquisities

De Groep heeft de onderstaande bedrijven in 2018 overgenomen met de volgende verkrijgingsprijzen:

In duizenden euro Tasomix Maatman Algoet Van Gorp Totaal
Overname datum 2-7-2018 3-9-2018 1-10-2018 2-10-2018  
Overgedragen vergoeding 55.101 6.246 14.359 8.798 84.504
Voorwaardelijke vergoeding 6.893 2.030 1.180 339 10.442
Put optie verplichting 29.956 - - - 29.956
 
Verkrijgingsprijs 91.950 8.276 15.539 9.137 124.902

De reële waarden van de identificeerbare activa en verplichtingen van de aangekochte bedrijven zijn niet materieel gewijzigd en definitief geworden in 2019:

In duizenden euro Tasomix Maatman Algoet Van Gorp Totaal
Overname datum 2-7-2018 3-9-2018 1-10-2018 2-10-2018  
Openingsbalans          
Materiële vaste activa 30.565 354 1.912 436 33.267
Immateriële activa (klantenrelaties) 20.564 2.682 4.415 3.095 30.756
Voorraden 4.980 19 1.191 733 6.923
Handels- en overige vorderingen 34.472 4.147 6.096 2.259 46.974
Actuele belastingvorderingen 10 - 8 - 18
Uitgestelde belastingvorderingen 4.239 - - - 4.239
Geldmiddelen en kasequivalenten 905 - 2.900 1.472 5.277
Activa aangehouden voor verkoop - 187 - - 187
Activa 95.735 7.389 16.522 7.995 127.641
 
Uitgestelde belastingverplichtingen 5.091 - 1.421 564 7.076
Leningen en overige financieringsverplichtingen 14.830 - 970 - 15.800
Handelsschulden en overige verplichtingen 16.699 725 3.767 2.323 23.514
Personeelsbeloningen 26 25 - 25 76
Voorzieningen - - 180 150 330
Actuele belastingverplichtingen - - 126 - 126
Bankschulden 1.819 - - - 1.819
Verplichtingen 38.465 750 6.464 3.062 48.741
 
Totaal identificeerbare netto activa tegen reële waarde 57.270 6.639 10.058 4.933 78.900
Goodwill gerelateerd aan de overname 34.680 1.637 5.481 4.204 46.002
 
Verkrijgingsprijs 91.950 8.276 15.539 9.137 124.902

2.2.2.2.1

Tasomix Groep (Polen)

Op 19 februari 2018 ondertekenden de Groep en de eigenaren van Tasomix een overeenkomst voor de overname van 60% van de aandelen van Tasomix Sp. z o.o., Tasomix 2 Sp. z o.o., Kaboro Sp. z o.o. en Tasomix Pasze Sp. z o.o. (hierna gezamenlijk "Tasomix"). Tasomix is een grote en innovatieve voeronderneming, voornamelijk actief in de pluimveesector in Polen. Op het moment van overname exploiteerde Tasomix twee volledig operationele productiefaciliteiten (in Biskupice en Kaboro) met een gezamenlijke capaciteit van ongeveer 450.000 ton. Daarnaast werd een nieuwe fabriek gebouwd in Pionki, ten zuidwesten van Warschau. Deze nieuwe fabriek, met een maximale capaciteit van 350.000 ton, werd in het derde kwartaal van 2018 in gebruik genomen. Aan het einde van 2019 werd meer dan 40% van capaciteit van de fabriek in Pionki benut.

Op 2 juli 2018 betaalde ForFarmers een bedrag van PLN 242 miljoen (toentertijd €55,1 miljoen) in contanten en kreeg daarmee 60% van de aandelen in handen. Als onderdeel van de overeenkomst zal ForFarmers een tweede betaling ('voorwaardelijke vergoeding’) voor het 60% belang in Tasomix doen in 2021. Het bedrag voor de tweede betaling is volledig afhankelijk van in de overeenkomst vooraf overeengekomen gestelde operationele doelen, waaronder EBITDA, te behalen in 2019 en 2020 door de nieuwe voerfabriek in Pionki.
De voorwaardelijke vergoeding wordt gewaardeerd tegen reële waarde. Op het moment van overname (2 juli 2018) bedroeg deze verplichting €6.893 duizend. Op 31 december 2018 bedroeg de voorwaardelijke vergoeding €7.428 duizend. De resultaten van de fabriek in Pionki in 2019 lopen achter op de aan de voorwaardelijke vergoeding gerelateerde operationele doelen, met vooral een hoger werkkapitaal en een lagere toename in de EBITDA dan was voorzien. De waarde van de verwachte voorwaardelijke vergoeding wordt dientengevolge per 31 december 2019 op nul ingeschat waardoor deze in zijn geheel is vrijgevallen ten gunste van het netto financieringsresultaat in de winst-en-verliesrekening in 2019, zie noot 12, 17 en 32. Deze vrijval is geen onderdeel van het onderliggende resultaat. 

In de koopovereenkomst van 2 juli 2018 is eveneens een call- en put optie voor de resterende 40% aandelen opgenomen. De put optie verplichting, welke op het moment van uitoefening in PLN moet worden voldaan, is op de datum van acquisitie gewaardeerd op €29.956 duizend en is op basis van reële waarde. Op 31 december 2019 is de put optie verplichting afgenomen tot €26.665 duizend (31 december 2018: €32.279 duizend), zie noot 32. De afname van deze verplichting is het gevolg van de eerder genoemde verwachte vertraging in het realiseren van de operationele doelen en additionele kosten om de organisatie te versterken om de plannen te implementeren (vrijval van €9.805 duizend), deels gecompenseerd door oprenting ter hoogte van €3.909 duizend (verantwoord in het netto financieringsresultaat in de winst-en-verliesrekening) en een wisselkoerseffect (€282 duizend opgenomen in de niet gerealiseerde resultaten). De netto vrijval ter hoogte van €5.896 duizend is als niet- operationeel financieringsresultaat in de winst-en-verliesrekening verantwoord (zie noot 12 en 17).

ForFarmers blijft de snelgroeiende Poolse agrarische markt zien als een belangrijke groeipijler voor de toekomst en is met Tasomix daar sinds de overname goed gepositioneerd. De focus in Polen ligt op het verder benutten van de productiecapaciteit van de nieuwe voerfabriek in Pionki. De verwachting is dat de capaciteitsbenutting van de fabriek in Pionki in 2020 en volgende jaren verder zal toenemen. 

Maatman (Nederland)

ForFarmers tekende op 2 juli 2018 een overeenkomst met de eigenaren van VOF Maatman om de activa van VOF Maatman Veevoeders en Kunstmest (hierna "Maatman") te verwerven. Maatman is een voeronderneming gericht op de pluimveesector, voornamelijk in het noorden van Nederland en Duitsland. Een groot deel van de voerproductie van Maatman was voor de overname reeds uitbesteed aan ForFarmers.

De reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding bedroeg €2.030 duizend op datum van acquisitie (3 september 2018) en was per 31 december 2018 door het effect van oprenting gestegen tot €2.045 duizend (zie noot 32). Gedurende 2019 is de voorwaardelijke vergoeding afgewikkeld en grotendeels betaald.

Voeders Algoet (België)

Op 12 juni 2018 kondigde ForFarmers de overname aan van Voeders Algoet, een voeronderneming gevestigd in Zulte, dicht bij de Belgische ForFarmers-locaties. Als gevolg hiervan versterkte ForFarmers haar positie als voeronderneming in België met het aanbod van Total Feed-oplossingen.

De reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding bedroeg €1.180 duizend op datum van acquisitie (1 oktober 2018) en was per 31 december 2018 door het effect van oprenting gestegen tot €1.187 duizend (zie noot 32). De voorwaardelijke vergoeding bedraagt per 31 december 2019 €418 duizend. De daling wordt met name veroorzaakt door het niet volledig realiseren van de vooraf bepaalde operationele criteria, deels ongedaan gemaakt door het effect van oprenting. De netto vrijval ter hoogte van €769 duizend is als niet-operationeel financieringsresultaat in de winst-en-verliesrekening verantwoord (zie noot 12 en 17).

Van Gorp (Nederland)

Op 2 oktober 2018 tekende ForFarmers' dochteronderneming Reudink, een overeenkomst om Van Gorp Biologische Voeders BV (‘van Gorp Bio’) over te nemen. Van Gorp Bio is een voeronderneming gericht op de productie van biologisch mengvoeder, met voornamelijk klanten in Nederland en België.

De reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding bedroeg €339 duizend op datum van acquisitie (2 oktober 2018) en was door het effect van oprenting per 31 december 2018 gestegen tot €341 duizend (zie noot 32). Gedurende 2019 is €75 duizend afgewikkeld en de resterende voorwaardelijke vergoeding is per 31 december 2019 vrijgevallen. De vrijval wordt met name veroorzaakt door het niet volledig realiseren van de vooraf bepaalde operationele criteria. De vrijval ter hoogte van €266 duizend is als niet-operationeel financieringsresultaat in de winst-en-verliesrekening verantwoord (zie noot 12 en 17).

Eerdere acquisities

Vleuten-Steijn wordt vanaf 1 oktober 2016 geconsolideerd in de resultaten van ForFarmers. De voorwaardelijke vergoeding bedraagt per 31 december 2019 €8.673 duizend en bevat een stijging van €887 duizend als gevolg van de eindafwikkeling, doordat debiteurensaldi zijn overgenomen.  De vrijval van de daarmee verband houdende voorziening van €1.050 duizend voor bijzondere waardeverminderingen en de toename van de voorwaardelijke vergoeding zijn geen onderdeel van het onderliggende resultaat. De voorwaardelijke vergoeding is in januari 2020 afgewikkeld.

Acquisitie gerelateerde kasstromen

De acquisitie gerelateerde kasstromen bedroegen in 2019 €2,7 miljoen (2018: €81,0 miljoen), bestaande uit €0,9 miljoen voor acquisities gedaan in 2019 en €1,8 miljoen voor afwikkeling van voorwaardelijke vergoedingen.

Vaststelling reële waarden

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de waarderingstechnieken met betrekking tot de reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen van de aangekochte bedrijven.

Verworven activa Waarderingstechniek
Materiële vaste activa Marktvergelijkingstechniek en kostentechniek: Het waarderingsmodel gaat uit van genoteerde marktprijzen voor vergelijkbare posten, indien beschikbaar, en afgeschreven vervangingskosten, waar van toepassing. Afgeschreven vervangingskosten omvatten aanpassingen voor fysieke slijtage en functionele en financiële veroudering.
Immateriële activa Multi-period excess earnings'-methode: de ‘multi-period excess earnings’-methode gaat uit van de contante waarde van de netto kasstromen die naar verwachting worden gegenereerd door de klantenrelaties.
Voorraden Marktvergelijkingstechniek: De reële waarde wordt bepaald op basis van de geschatte verkoopprijs onder normale zakelijke omstandigheden, minus de geschatte kosten van sluiting en verkoop, en een redelijke winstmarge op basis van de inspanningen die vereist zijn om de voorraden gereed te maken en te verkopen.

2.2.2.3 7. Desinvesteringen

Desinvesteringen 2019

Gedurende 2019 hebben geen desinvesteringen plaatsgevonden.

Desinvesteringen 2018

In 2018 heeft ForFarmers haar akkerbouwactiviteiten verkocht aan CZAV. Het gaat hierbij om de niet veevoer gerelateerde producten (zoals meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en zaden) die ForFarmers aan Nederlandse akkerbouwbedrijven levert. CZAV heeft deze activiteiten overgenomen, en de daarbij behorende opslaglocatie, met ingang van 5 februari 2018. ForFarmers ontving hiervoor op de overdracht datum €5,7 miljoen, wat tot een boekwinst van €4,5 miljoen heeft geleid. 

2.2.2.4 8. Omzet

De geografische verdeling van de omzet kan als volgt worden weergegeven:

In duizenden euro 2019 2018
 
Nederland 942.031 960.950
Duitsland 539.753 537.938
België 170.397 162.229
Polen 149.467 64.142
Verenigd Koninkrijk 642.543 661.988
Overige landen binnen EU 18.345 17.034
Overige landen buiten EU 525 382
 
Totaal 2.463.061 2.404.663

De verdeling van de omzet per categorie kan als volgt worden weergegeven:

In duizenden euro 2019 2018
 
Mengvoer 2.004.322 1.965.801
Overige omzet 458.739 438.862
 
Totaal 2.463.061 2.404.663
De toename van de omzet van €58,4 miljoen is inclusief een positief valuta-effect van €5,4 miljoen, waarbij het netto-effect van acquisities en desinvesteringen zorgde voor een toename van de omzet met €112,0 miljoen, voornamelijk in mengvoer. Dit resulteert in een afname van de autonome omzet met €59,0 miljoen. Deze autonome afname wordt met name verklaard door een afname in het volume. 

De overige omzet heeft voornamelijk betrekking op leveringen van enkelvoudige, vochtige en vloeibare voeders, overige handelsproducten alsmede dienstverlening. De toename van €19,9 miljoen is het gevolg van toegenomen volume.

2.2.2.5 9. Kosten van grond- en hulpstoffen

De stijging van de kosten van grond- en hulpstoffen van €61,1 miljoen bevat een negatief valuta-effect van €4,4 miljoen (voornamelijk Engelse pond) en een netto-effect van acquisities en desinvesteringen zorgde voor een toename van €94,9 miljoen. Dit resulteert in een afname van de autonome kosten van grond- en hulpstoffen met €38,2 miljoen. Deze afname wordt met name veroorzaakt door een afname van het volume.

In 2019 is op voorraden een bedrag van €30 duizend voorzien (2018: €30 duizend). De lasten van deze voorziening worden verwerkt in de kosten van grond- en hulpstoffen.

2.2.2.6 10. Overige bedrijfsopbrengsten

2019

De overige bedrijfsopbrengsten in 2019 hebben met name betrekking op de verkoop van onroerend goed in Nederland (€0,9 miljoen).

2018

De overige bedrijfsopbrengsten in 2018 hebben met name betrekking op de boekwinst van €4,5 miljoen in verband met de verkoop van de akkerbouwactiviteiten aan CZAV, zie noot 7 voor meer informatie. Daarnaast heeft ForFarmers een nabetaling van €0,4 miljoen ontvangen in verband met de verkoop van Adaptris (2015) in het Verenigd Koninkrijk.

2.2.2.7 11. Bedrijfslasten

De stijging van de bedrijfslasten bedraagt €55,2 miljoen en bevat een stijging van €0,4 miljoen als gevolg van een valuta-effect. Het effect van acquisities en desinvesteringen bedraagt €16,4 miljoen. De autonome stijging van de bedrijfslasten bedroeg derhalve €38,4 miljoen. Dit komt onder meer door €35,0 miljoen aan incidentele posten (zie noot 17).

A. Overige bedrijfskosten

In duizenden euro 2019 2018
 
Energiekosten 29.616 28.817
Transportkosten 72.509 71.551
Onderhoudskosten 28.318 25.529
Verkoopkosten 7.278 8.090
Overige 54.049 53.386
 
Totaal 191.770 187.373

De overige bedrijfskosten stijgen met €4,4 miljoen, inclusief een stijging van €0,4 miljoen veroorzaakt door valuta-effecten en een stijging van €7,6 miljoen door het effect van acquisities en desinvesteringen. Daarentegen heeft de toepassing van IFRS 16 een effect van €5,8 miljoen, aangezien afschrijvingen en rentekosten zijn verantwoord in plaats van operationele leasekosten (zie noot 2). Exclusief IFRS 16 komt de autonome stijging van de overige bedrijfskosten op €2,2 miljoen. Dit komt voornamelijk door incidentele posten.

De overige kosten bestaan onder meer uit de inhuur van tijdelijk personeel en IT licenties, samen ongeveer 35% van het totaal (2018: 37% van het totaal).

B. Kosten voor onderzoek en ontwikkeling

De kosten voor onderzoek en ontwikkeling bedroegen in 2019 €6,0 miljoen (2018: €5,7 miljoen). Deze kosten hebben hoofdzakelijk betrekking op de kosten van nutritionele specialisten, productmanagers en laboratoriummedewerkers.

 

C. Honoraria van de accountant

De volgende honoraria van KPMG Accountants N.V. zijn ten laste gebracht van de Groep, haar dochtermaatschappijen en andere maatschappijen die zij consolideert, een en ander zoals bedoeld in artikel 2:382a lid 1 en 2 BW.

In duizenden euro KPMG Accountants NV Overig KPMG netwerk Totaal KPMG
2019      
Onderzoek van de jaarrekening 590 470 1.060
Andere controleopdrachten 74 10 84
Adviesdiensten op fiscaal terrein - - -
Andere niet-controlediensten - - -
 
Totaal 664 480 1.144
 
2018      
Onderzoek van de jaarrekening 670 446 1.116
Andere controleopdrachten 112 10 122
Adviesdiensten op fiscaal terrein - - -
Andere niet-controlediensten - - -
 
Totaal 782 456 1.238

De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening hebben betrekking op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening, ongeacht of de werkzaamheden al gedurende het boekjaar zijn verricht. De overige accountantskosten (dit zijn de 'Andere controleopdrachten') zijn verantwoord in het jaar waarin de diensten zijn verricht.

De opdrachten naast de controle van de jaarrekening hebben betrekking op specifiek overeengekomen werkzaamheden met betrekking tot bestuurdersbezoldiging, bonusdoelstellingen, duurzaamheid en bankconvenanten.

2.2.2.8 12. Netto financieringsresultaat

In duizenden euro noot 2019 2018
 
Rentebaten   1.181 1.096
Rentelasten   -1.803 -1.020
Overige financiële lasten   -737 -1.129
 
Netto rente op leningen1   -1.359 -1.053
 
Baten (Lasten) inzake omrekening vreemde valuta   140 43
Rentelasten pensioen 15 -597 -924
Rente op leaseverplichtingen   -955 -17
Verandering in fair value instrumenten   44 -118
 
Netto overige financieringsresultaat   -1.368 -1.016
 
Onderliggend netto financieringsresultaat   -2.727 -2.069
 
Verandering in voorwaardelijke vergoedingen 6 , 32 7.494 -524
Verandering in put optie verplichting 6 , 32 5.896 -1.792
 
Netto niet-operationeel financieringsresultaat   13.390 -2.316
 
Netto financieringsresultaat opgenomen in de winst-en-verliesrekening   10.663 -4.385
(1) Onderdeel van interest coverage ratio berekening, zie noot 29

Het netto financieringsresultaat bedraagt €10,7 miljoen positief (2018: €4,4 miljoen negatief) en bevat onder meer een niet-operationeel financieringsresultaat van €13,4 miljoen positief (2018: €2,3 miljoen negatief).

Het niet-operationele financieringsresultaat bevat een bate van €18,1 miljoen als gevolg van de herwaardering van de voorwaardelijke vergoedingen van de overnames (€8,3 miljoen) en de put optie verplichting van Polen (€9,8 miljoen). Daarnaast resulteerde de reguliere jaarlijkse oprenting van deze voorwaardelijke vergoedingen (€0,8 miljoen) en de put optie verplichting (€3,9 miljoen) in een last van €4,7 miljoen (zie noot 6 en 17).

De rentebaten betreffen voornamelijk ontvangen rente op uitstaande langlopende vorderingen (leningen).

De rentelasten betreffen voornamelijk betaalde rente op (bank)leningen en overige financieringsverplichtingen.

De overige financiële lasten bevatten een afschrijving van €0,3 miljoen (2018: €0,4 miljoen) met betrekking tot geactiveerde kosten voor de financiering, zoals nader is toegelicht onder noot 30.

Op transacties in vreemde valuta die zijn afgewikkeld in 2019 en de omrekening van monetaire posten is een bate verantwoord (2018: eveneens een bate).

2.2.2.9 13. Winst per aandeel

A. Gewone winst per aandeel

De berekening van de gewone winst per aandeel is gebaseerd op de hierna weergegeven resultaten toerekenbaar aan gewone aandeelhouders en gewogen gemiddelde aantallen uitstaande gewone aandelen.

Aan gewone aandeelhouders toe te rekenen winst
In duizenden euro 2019 2018
 
Winst over het boekjaar, toe te rekenen aan aandeelhouders van de Vennootschap 17.705 58.590
 

Gewogen gemiddeld aantal aandelen
  Note 2019 2018
 
Uitstaande aandelen per 1 januari 28 106.261.041 106.261.041
Effect van gehouden eigen aandelen (gewogen gemiddelde gedurende het jaar)   -6.847.384 -6.018.337
 
Gewogen gemiddeld aantal aandelen   99.413.657 100.242.704

Gewone winst per aandeel
In euro 2019 2018
 
Gewone winst per aandeel 0,18 0,58
 

De daling van de gewone winst per aandeel is het gevolg van het lagere resultaat.

B. Verwaterde winst per aandeel

De berekening van de verwaterde winst per aandeel is gelijk aan de calculatie van de gewone winst per aandeel omdat er in 2019 en 2018 geen nieuwe aandelen zijn uitgegeven. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar noot 28.

2.2.3 Personeelsbeloningen

2.2.3.1 14. Op aandelen gebaseerde beloningsplannen

A. Beschrijving van de op aandelen gebaseerde beloningsplannen

De Groep kent twee soorten participatieplannen. Een plan heeft betrekking op de Directie en senior management (toepasselijk vanaf 2014) en het andere plan heeft betrekking op de overige medewerkers (toepasselijk vanaf 2015). Beide plannen zijn verder in detail uitgewerkt voor medewerkers in Nederland ('Het Nederlandse participatieplan') en voor medewerkers in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en België ('Buitenlands participatieplan'). Het totaal aantal deelnemers aan alle lopende participatieplannen bedraagt 17,9% (2018: 19,1%) van het totale aantal medewerkers van de Groep.

De participatieplannen zijn jaarlijkse plannen die alleen van toepassing zijn in de jaren waarop ze betrekking hebben, eventuele additionele participatieplannen worden beschouwd als nieuwe plannen. Nieuwe participatieplannen kunnen alleen worden ingevoerd na goedkeuring van de Raad van Commissarissen en op basis van machtiging door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voor de inkoop van aandelen in het kader van een participatieplan.

Participatieplannen 2019

Op 26 april 2019, heeft de Groep twee participatieplannen aan haar medewerkers aangeboden. Een plan voor de leden van de Directie en senior management en de ander voor de overige medewerkers. Voor beide plannen moeten de deelnemers gedurende de aankomende 36 maanden in dienst blijven om in aanmerking te komen voor de korting op de certificaten van de gekochte aandelen. De medewerkers hebben het recht de certificaten te kopen tegen een korting van 13,5% (medewerkers) of 20% (Directie en senior management) van de reële waarde op de datum van toekenning. De voorwaarden van beide plannen zijn in overeenstemming met de plannen die van toepassing zijn voor 2018.

In 2019, namen 27 medewerkers (van wie 5 medewerkers werkzaam buiten Nederland) deel aan het participatieplan voor de Directie en senior management en 209 medewerkers (van wie 35 medewerkers werkzaam buiten Nederland) aan het participatieplan voor overige medewerkers.

De toekenningen van het aantal certificaten met betrekking tot de participatieplannen 2019 waren als volgt:

In aantallen Nederland Buiten Nederland
 
Directie en senior management 123.652 12.679
Overige medewerkers 92.218 15.394

In 2019 zijn hiervan 321 toegekende certificaten geannuleerd als gevolg van uitdiensttreding.

Participatieplannen 2018 en 2017

In 2018 en 2017 heeft de Groep haar medewerkers twee participatieplannen aangeboden. Een plan voor de leden van de Directie en senior management en de ander voor de overige medewerkers. Voor beide plannen moeten de deelnemers de aankomende 36 maanden in dienst blijven om in aanmerking te komen voor de korting op de certificaten van de gekochte aandelen. De medewerkers hebben het recht de certificaten te kopen tegen een korting van 13,5% (medewerkers) of 20,0% (Directie en senior management) van de reële waarde op de datum van toekenning. Voor het bedrag van de korting worden additionele certificaten van aandelen verstrekt. De voorwaarden van beide plannen zijn in overeenstemming met de voorwaarden van de plannen die van toepassing zijn voor 2016, met uitzondering van de lock-up periode van de certificaten voor de Directie en senior management, deze is aangepast naar 5 jaar ten opzichte van de 3 jaar die geldt voor het 2016 plan voor de Directie en senior management.

In 2018 namen 46 medewerkers (van wie 11 medewerkers werkzaam buiten Nederland) deel aan het participatieplan voor de Directie en senior management en 583 medewerkers (van wie 143 medewerkers werkzaam buiten Nederland) aan het participatieplan voor overige medewerkers.

 

De toekenningen van het aantal certificaten met betrekking tot de participatieplannen 2018 waren als volgt:

In aantallen Nederland Buiten Nederland
 
Directie en senior management 81.127 7.064
Overige medewerkers 68.077 14.148

In 2019 zijn hiervan 98 (2018: geen) toegekende certificaten geannuleerd als gevolg van uitdiensttreding.

In 2017 namen 35 medewerkers (van wie 7 buitenlandse medewerkers) deel aan het participatieplan voor de Directie en senior management en 297 medewerkers (van wie 59 buitenlandse medewerkers) aan het participatieplan voor overige medewerkers.

De toekenningen van het aantal certificaten met betrekking tot de participatieplannen 2017 waren als volgt:

In aantallen Nederland Buiten Nederland
 
Directie en senior management 210.934 12.221
Overige medewerkers 108.131 24.942

In 2019 zijn hiervan in totaal 905 (2018: geen) toegekende certificaten geannuleerd als gevolg van uitdiensttreding.

Verschillen Nederlandse en buitenlandse plannen

Belangrijke verschillen tussen de Nederlandse en buitenlandse participatieplannen met betrekking tot additionele certificaten van aandelen zijn als volgt:

  • Nederlandse participatieplan: een voorwaarde voor definitieve toekenning houdt in dat de korting door de medewerker moet worden terugbetaald indien de medewerker binnen drie jaar na toekenning zijn dienstverband beëindigt. De certificaten van aandelen worden bij aanvang van het plan voorlopig toegekend.
  • Buitenlands participatieplan: een voorwaarde voor definitieve toekenning houdt in dat de medewerker geen recht heeft op de additionele certificaten van aandelen indien de medewerker binnen drie jaar na toekenning zijn dienstverband beëindigt. Certificaten van aandelen ten behoeve van de medewerkers worden door de Vennootschap in bewaring gehouden en worden verstrekt wanneer ze definitief worden toegekend. De totale kosten voor de Vennootschap voor de additionele certificaten van aandelen, inclusief de te betalen loonheffing, is beperkt tot de waarde van de totale korting die is verstrekt aan een Nederlandse participant.
Participatieplannen 2016

De participatieplannen 2016 zijn in 2019 volledig afgewikkeld.

B. Bepaling van de reële waarden

Participatieplannen 2019

De waarde waartegen de medewerker (zowel leden van de Directie, senior management als overige medewerkers) de certificaten van aandelen kon verkrijgen is vastgesteld op het gemiddelde van de slotkoers die gold op Euronext in de vijf handelsdagen van 2 mei 2019 tot en met 8 mei 2019. Deze waarde bedroeg €7,20 per aandeel.

Participatieplannen 2018

De waarde waartegen de medewerker (zowel leden van de Directie, senior management als overige medewerkers) de certificaten van aandelen kon verkrijgen is vastgesteld op het gemiddelde van de slotkoers die gold op Euronext in de vijf handelsdagen van 2 mei 2018 tot en met 8 mei 2018. Deze waarde bedroeg €11,72 per aandeel.

Participatieplannen 2017

De waarde waartegen de medewerker (zowel leden van de Directie, senior management als overige medewerkers) de certificaten van aandelen kon verkrijgen is vastgesteld op het gemiddelde van de slotkoers die gold op Euronext in de vijf handelsdagen van 2 tot en met 8 mei 2017. Deze waarde bedroeg €8,66 per aandeel.

De fiscale verplichtingen voor de buitenlandse werknemer zijn voor alle plannen gebaseerd op de reële waarde van de certificaten van aandelen op afwikkelingsdatum.

C. Bedragen verwerkt in de winst-en-verliesrekening en de balans

De kosten worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening over de looptijd van het participatieplan (3 jaar), zie noot 15F. De certificaten van aandelen toegekend in het Nederlandse participatieplan zijn volledig verstrekt aan medewerkers in de betreffende jaren. Het voorwaardelijk toegekende deel is niet verantwoord in de winst-en-verliesrekening, maar als overige vorderingen onder de handels- en overige vorderingen voor €366 duizend (2018: €472 duizend), waarvan €229 duizend is geclassificeerd als kortlopend (2018: €307 duizend). De cumulatieve reserve voor op aandelen gebaseerde beloning met betrekking tot het buitenlandse participatieplan bedraagt €92 duizend (2018: €111 duizend).

2.2.3.2 15. Personeelsbeloningen

Verschillende beloningsplannen zijn van toepassing in de verschillende landen waarin de Groep actief is.

In duizenden euro noot 31 december 2019 31 december 2018
 
Verplichting uit hoofde van netto toegezegd-pensioenrechten 15B 25.434 28.683
Verplichting uit hoofde van overige lange termijn beloningsplannen 15E 4.418 4.813
 
Totaal   29.852 33.496

Voor meer informatie over de personeelskosten, zie noot 15F.

A. Pensioenplannen en financiering

De Groep draagt bij aan de volgende pensioenplannen welke per te rapporteren segment zijn beschreven.

Nederland / België

In Nederland waren tot en met 2015 de pensioenen geregeld via twee pensioenplannen. Een verzekerd toegezegd-pensioenplan was aanwezig voor de (ex) medewerkers van Hendrix. Deze onderneming is door de Groep in 2012 verworven. Daarnaast was een verzekerd toegezegde bijdrage plan aanwezig voor de (ex) ForFarmers medewerkers. Per 1 januari 2016 is de Groep een pensioenplan gestart dat van toepassing is op alle Nederlandse medewerkers, waarbij alle pensioenrechten opgebouwd tot en met 31 december 2015 achter zijn gebleven in de oude pensioenplannen.

Als gevolg daarvan zijn beide oude pensioenplannen gesloten per 31 december 2015. Een verzekeringsmaatschappij administreert het plan. Vanaf die datum resteren geen verplichtingen onder het oude ForFarmers pensioenplan. Onder het oude Hendrix pensioenplan blijft de Groep verantwoordelijk voor de verplichtingen opgebouwd tot en met 31 december 2015 en de daaraan gerelateerde gegarandeerde premies. Als gevolg daarvan wordt dit plan als toegezegd-pensioenplan verantwoord.

Vanaf 2016 worden pensioenrechten opgebouwd onder het nieuwe plan op basis van een collectief toegezegde-bijdrageregeling. Samen met dit pensioenplan heeft de Groep tot een toegezegde bijdrageregeling besloten voor medewerkers met een jaarsalaris dat meer bedraagt dan €55.927 (2019). Een verzekeringsmaatschappij administreert de verplichtingen onder beide plannen met ingang van 1 januari 2016. Vanaf 2020 is de collectief toegezegde-bijdrageregeling aangepast naar een individueel toegezegde bijdrageregeling, welke door een verzekeringsmaatschappij geadministreerd wordt.

De netto verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen in Nederland bedraagt per 31 december 2019 €16.033 duizend (31 december 2018: €12.653 duizend). De toename van deze verplichting wordt met name veroorzaakt door de daling van de rentevoet die als wijziging in de financiële veronderstellingen is opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten.

De Belgische deelnemingen hebben twee verzekerde pensioenplannen voor hun medewerkers welke kwalificeren als toegezegd-pensioenregelingen. De netto verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen in België bedraagt per 31 december 2019 €423 duizend (31 december 2018: €124 duizend).

Duitsland / Polen

De Duitse deelnemingen hebben, voor een beperkt aantal mensen, toegezegd-pensioenregelingen in eigen beheer. Dit plan is reeds gesloten voor nieuwe toetreders zodat geen nieuwe verplichtingen ontstaan. De toezeggingen zijn bepaald op basis van actuariële berekeningen waarbij de van toepassing zijnde disconteringsvoet is gehanteerd. Actuariële resultaten worden direct in het eigen vermogen verantwoord als niet gerealiseerde resultaten. Het Duitse toegezegd-pensioenplan is een niet-gefinancierd plan.

In aanvulling op het toegezegd-pensioenplan in eigen beheer is een toegezegde bijdrageregeling van kracht voor alle overige medewerkers van de Duitse deelnemingen.

De netto verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland bedraagt per 31 december 2019 €4.926 duizend (31 december 2018: €4.817 duizend).

Bij de Poolse deelnemingen is geen sprake van een pensioenregeling. In overeenstemming met de lokale wetgeving hebben de medewerkers recht op één maandsalaris bij pensionering.

Verenigd Koninkrijk

In het Verenigd Koninkrijk zijn twee pensioenplannen van kracht. Het eerste plan heeft betrekking op de (ex) medewerkers van BOCM PAULS Ltd., welke onderneming is verworven door de Groep in 2012. Per 1 oktober 2006 is dit plan gesloten voor nieuwe toetreders, zodat geen nieuwe verplichtingen ontstaan.  Het tweede plan is een klein toegezegd-pensioenplan dat betrekking heeft op de (ex) medewerkers van HST Feeds Ltd., welke onderneming is verworven door de Groep in 2014. In dit plan worden geen nieuwe rechten opgebouwd. Beide toegezegd-pensioenplannen zijn gefinancierde plannen.

 

De financieringsvereisten zijn gebaseerd op het actuariële berekeningsraamwerk zoals uiteengezet in het financieringsbeleid van de plannen.

Vanaf 1 oktober 2006 is een andere regeling van kracht gebaseerd op een toegezegde bijdrage. Een verzekeringsmaatschappij administreert het plan.

De netto verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen in het Verenigd Koninkrijk bedraagt per 31 december 2019 €4.052 duizend (31 december 2018: €11.089 duizend). De daling van deze verplichting wordt met name veroorzaakt door de gerealiseerde beleggingsresultaten, deels ongedaan gemaakt een daling van de rentevoet.

Change layout to 1 column

B. Mutatie in de netto toegezegd-pensioenverplichting

De volgende tabel geeft de aansluiting weer tussen de openingsbalans en de balans per einde boekjaar voor de verplichting uit hoofde van toegezegd pensioen en de componenten daarvan.

2019
In duizenden euro Bruto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (gefinancierde plannen) Reële waarde van fondsbeleggingen (gefinancierde plannen) Netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (gefinancierde plannen) Netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (niet-gefinancierde plannen) Totale netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen
 
Stand op 1 januari 257.320 -233.454 23.866 4.817 28.683
 
Opgenomen in resultaat
Aan dienstjaar toegekende pensioenkosten 371 - 371 8 379
Pensioenkosten van verstreken diensttijd - - - - -
Administratieve kosten - 648 648 - 648
Rentelasten (baten) 6.990 -6.477 513 84 597
  7.361 -5.829 1.532 92 1.624
 
Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten
Actuariële verliezen (winsten) als gevolg van:          
demografische veronderstellingen -905 - -905 - -905
financiële veronderstellingen 33.439 - 33.439 396 33.835
aanpassingen op grond van ervaringen -3.677 - -3.677 -94 -3.771
Rendement op fondsbeleggingen, exclusief rentebaten - -28.817 -28.817 - -28.817
Verliezen (winsten) in verband met herwaardering 28.857 -28.817 40 302 342
Effect wisselkoerswijzigingen 9.029 -8.694 335 - 335
  37.886 -37.511 375 302 677
 
Overig
Bijdragen door de werkgever (aan fondsbeleggingen) - -5.265 -5.265 - -5.265
Rechtstreeks door de werkgever uitbetaalde vergoedingen - - - -285 -285
Uit fondsbeleggingen uitbetaalde vergoedingen -8.632 8.632 - - -
  -8.632 3.367 -5.265 -285 -5.550
 
Stand op 31 december 293.935 -273.427 20.508 4.926 25.434

2018
In duizenden euro Bruto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (gefinancierde plannen) Reële waarde van fondsbeleggingen (gefinancierde plannen) Netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (gefinancierde plannen) Netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (niet-gefinancierde plannen) Totale netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen
 
Stand op 1 januari 279.867 -243.330 36.537 5.149 41.686
 
Opgenomen in resultaat
Aan dienstjaar toegekende pensioenkosten 323 - 323 13 336
Pensioenkosten van verstreken diensttijd 904 - 904 - 904
Administratieve kosten - 409 409 - 409
Rentelasten (baten) 6.729 -5.893 836 88 924
  7.956 -5.484 2.472 101 2.573
 
Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten
Actuariële verliezen (winsten) als gevolg van:          
demografische veronderstellingen -2.115 - -2.115 76 -2.039
financiële veronderstellingen -19.568 - -19.568 -26 -19.594
aanpassingen op grond van ervaringen 43 - 43 -195 -152
Rendement op fondsbeleggingen, exclusief rentebaten - 9.785 9.785 - 9.785
Verliezen (winsten) in verband met herwaardering -21.640 9.785 -11.855 -145 -12.000
Effect wisselkoerswijzigingen -1.334 1.277 -57 - -57
  -22.974 11.062 -11.912 -145 -12.057
 
Overig
Bijdragen door de werkgever (aan fondsbeleggingen) - -3.231 -3.231 - -3.231
Rechtstreeks door de werkgever uitbetaalde vergoedingen - - - -288 -288
Uit fondsbeleggingen uitbetaalde vergoedingen -7.529 7.529 - - -
  -7.529 4.298 -3.231 -288 -3.519
 
Stand op 31 december 257.320 -233.454 23.866 4.817 28.683

Change layout to 2 columns

Het verlies in verband met herwaardering (dit zijn actuariële verliezen/winsten en rendement op fondsbeleggingen) van €0,3 miljoen (2018: winst €12,0 miljoen) bedraagt na belastingen €16 duizend (2018: winst €9.864 duizend), zie noot 16B. De verandering in het actuarieel resultaat in verband met herwaardering, ten opzichte van 2018, is voornamelijk het gevolg van de daling van de disconteringsvoet in 2019 (in 2018 was sprake van een stijging van de disconteringsvoet), deels ongedaan gemaakt door het rendement op de fondsbeleggingen. Voor geen van de toegezegd-pensioenplannen is de reële waarde van de fondsbeleggingen hoger dan de brutoverplichting.

Op basis van een uitspraak van het Hooggerechtshof in het Verenigd Koninkrijk zijn pensioenregelingen verplicht om de opgebouwde pensioenen van mannen en vrouwen gelijk te stellen voor het effect van gegarandeerde minimum pensioenen (GMPs). Dit heeft in 2018 tot eenmalige service kosten uit verstreken dienstjaren geleid van €904 duizend die in de winst-en-verliesrekening van 2018 zijn verwerkt, zie ook noot 17.

C. Activa in het plan

Periodiek wordt een 'Asset-Liability Matching' studie uitgevoerd waarin de consequenties van het strategische investeringsbeleid worden geanalyseerd. Gebaseerd op de marktsituatie is een strategische activa-mix vastgesteld bestaande uit aandelen, obligaties, onroerend goed, geldmiddelen en overige investeringen in overwegend actieve markten. Dit kan als volgt worden weergegeven: 

Reële waarde
In duizenden euro 31 december 2019 31 december 2018
 
Aandelen 66.608 53.603
Vastgoed 1.775 224
Obligaties 115.247 103.579
Liquide middelen en overige activa 1.087 490
Overig (verzekeringscontracten) 88.710 75.558
 
Totaal 273.427 233.454

D. Toegezegd-pensioenverplichting

Risico blootstelling

De toegezegd-pensioenregelingen stellen de Groep bloot aan actuariële risico’s, zoals het langlevenrisico, valutarisico’s, renterisico’s en markt (investerings) risico.

Actuariële aannames

De belangrijkste actuariële aannames per de balansdatum kunnen als volgt worden weergegeven (uitgedrukt als gewogen gemiddelden):

Actuariële veronderstellingen
  2019 2018
Gewogen gemiddelde veronderstellingen om de bruto verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenrechten te bepalen
 
Disconteringsvoet 1,01% - 2,10% 1,65% - 2,95%
Toekomstige salarisgroei(1) - -
Toekomstige pensioensgroei 1,50% - 1,95% 1,50% - 2,15%
Inflatie 1,50% - 2,65% 1,50% - 2,10%
Salarisverhoging(2) 2,75% 2,75%
 
Gewogen gemiddelde veronderstellingen om de kosten van de toegezegd-pensioenregelingen te bepalen
Disconteringsvoet 1,47% - 2,95% 1,50% - 2,55%
Toekomstige salarisgroei(1) - -
Toekomstige pensioensgroei 1,50% - 2,15% 1,50% - 2,95%
Inflatie 1,50% - 3,10% 1,50% - 3,10%
Salarisverhoging(2) 2,75% 2,75%
 
(1) Niet van toepassing
(2) Alleen van toepassing voor België

Aannames met betrekking tot toekomstige sterftecijfers zijn gebaseerd op gepubliceerde statistieken en sterftetafels:

  • Nederland (gefinancierde plannen): AG2018 (2018: idem)
  • Duitsland (niet-gefinancierde plannen): RT Heubeck 2018G (2018: idem)
  • België (gefinancierde plannen): MR/FR-5 (2018: Idem)
  • Verenigd Koninkrijk (gefinancierde plannen): CMI Mortality Projects Model 'CMI_2018' (2018: 'CMI_2017')

De actuele verwachte levensduur van de toegezegd-pensioenverplichting op de balansdatum kan als volgt worden weergegeven (uitgedrukt in gewogen gemiddelden):

 

  2019 2018
Levensverwachting op 65-jarige leeftijd voor huidige gepensioneerden
Mannen 21,2 21,2
Vrouwen 23,6 23,4
 
Levensverwachting op 65-jarige leeftijd voor huidige deelnemers van 40 jaar
Mannen 23,2 23,2
Vrouwen 25,5 25,4

Op 31 december 2019 bedroeg de gewogen gemiddelde looptijd van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten 17,3 jaar (31 december 2018: 18,3 jaar).

Gevoeligheidsanalyse

Redelijkerwijs mogelijke wijzigingen op de verslagdatum in een van de relevante actuariële veronderstellingen, waarbij andere veronderstellingen constant blijven, zouden de volgende invloed hebben op de brutoverplichting ten bedrage van €299 miljoen (31 december 2018: €262 miljoen) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten:

In duizenden euro 31 december 2019 31 december 2018
 
Daling rekenrente met 0,25% 13.239 11.556
Stijging rekenrente met 0,25% -12.519 -10.910
Daling inflatie met 0,25% -7.276 -6.544
Stijging inflatie met 0,25% 7.616 6.855
Stijging levensverwachting met 1 jaar 9.731 7.188

Bijdragen werkgever

De Groep verwacht een bedrag van €5,8 miljoen aan pensioenbijdragen te betalen aan de toegezegd-pensioenregelingen in 2020 (verwachting voor 2019 was: €5,3 miljoen). Deze toename is het gevolg van afspraken met betrekking tot de financiering van de pensioenplannen in het Verenigd Koninkrijk.

E. Overige lange termijn beloningsplannen

De verplichtingen en kosten met betrekking tot de overige lange termijn beloningsplannen hebben met name betrekking op de jubileumuitkeringen voor medewerkers in Nederland, Duitsland en België en op een lange termijn beloningsplan voor de Directie. 

F. Personeelskosten

In duizenden euro noot 2019 2018
 
Lonen en salarissen   135.554 128.415
Sociale lasten   18.793 17.608
Pensioenkosten   10.846 11.017
Kosten van overige lange termijn beloningsplannen   995 1.217
Op aandelen gebaseerde betalingen met afwikkeling in eigenvermogensinstrumenten 14 413 316
 
Totaal   166.601 158.573

De personeelskosten stijgen met €8,0 miljoen, hierin is begrepen een stijging van €0,4 miljoen veroorzaakt door een valuta-omrekeningsverschil en een stijging van €4,2 miljoen door het effect van acquisities en desinvesteringen. De autonome stijging bedraagt derhalve €3,4 miljoen. Deze netto stijging bevat een toename veroorzaakt door eenmalige kosten van €5,1 miljoen (zie noot 17), een gemiddelde salarisverhoging en een afname als gevolg van de daling van het aantal medewerkers.

De kosten met betrekking tot op aandelen gebaseerde betalingen met afwikkeling in eigenvermogensintrumenten hebben betrekking op de verstrekte (certificaten van) aandelen in de Groep in het kader van het medewerkersparticipatieplannen.

De pensioenkosten zijn als volgt gespecificeerd:

In duizenden euro noot 2019 2018
 
Aan dienstjaar toegekende pensioenkosten 15B 379 336
Pensioenkosten van verstreken diensttijd 15A , B - 904
Administratieve kosten 15B 648 409
Kosten met betrekking tot toegezegd-pensioenregelingen   1.027 1.649
Bijdragen aan toegezegde-bijdrageregelingen   9.819 9.368
Pensioenkosten   10.846 11.017

De rentelasten met betrekking tot de toegezegd-pensioenregelingen ten bedrage van €597 duizend (2018: €924 duizend) zijn verantwoord onder het netto financieringsresultaat, zie noot 12. Zie noot 15A voor aanvullende informatie over de pensioenplannen.

Aantal medewerkers per personeelscategorie 2019
Omgerekend naar volledige dienstverbanden Nederland Buiten Nederland Totaal
 
Productie en logistiek 377 1.023 1.400
Ondersteunend en management 410 499 909
Overig 142 119 261
 
Stand op 31 december 929 1.641 2.570

Aantal medewerkers per personeelscategorie 2018
Omgerekend naar volledige dienstverbanden Nederland Buiten Nederland Totaal
 
Productie en logistiek 398 1.090 1.488
Ondersteunend en management 411 508 919
Overig 130 117 247
 
Stand op 31 december 939 1.715 2.654

Verloop aantal medewerkers
Omgerekend naar volledige dienstverbanden 2019 2018
 
Stand op 1 januari 2.654 2.325
Acquisities 8 264
Desinvesteringen - -14
Indiensttredingen 419 462
Uitdiensttredingen -511 -383
 
Stand op 31 december 2.570 2.654

De afname van 84 medewerkers omgerekend naar volledige dienstverbanden is met name het gevolg van het sluiten van locaties. De herallocatie van volumes als gevolg van deze sluiting heeft geleid tot indiensttredingen bij andere fabrieken (in 2018: toename 329; met name het gevolg van acquisities, met name Tasomix (Polen), en het versterken van de organisatie). Exclusief Polen en de acquisitie in het Verenigd Koninkrijk zou het aantal medewerkers, omgerekend naar volledige dienstverbanden, met 123 zijn afgenomen.

2.2.4 Winstbelastingen

2.2.4.1 16. Winstbelastingen

A. Bedragen verwerkt in de winst-en-verliesrekening

In duizenden euro noot 2019 2018
 
Actuele belastinglast
Actuele belastinglast huidig boekjaar   10.915 17.981
Aanpassing voorgaande boekjaren   -1.265 -2.248
Totaal   9.650 15.733
 
Uitgestelde belasting
Uitgestelde belasting huidig boekjaar   281 1.544
Wijziging belastingtarief 16C 168 -1.190
Opname/afwaardering van uitgestelde belastingvorderingen 16E -1.592 -807
Aanpassing schattingen met betrekking tot voorgaande boekjaren   1.113 -56
Totaal 16D -30 -509
 
Totale belastinglast   9.620 15.224

De aanpassing van vorige jaren in 2019 heeft betrekking op het definitief indienen van de vennootschapsbelasting aangiften van voorgaande jaren in diverse landen (netto effect €152 duizend, zie noot 16C). Dit is met name het gevolg van een verschuiving van actuele belasting naar uitgestelde belasting in Nederland.

De totale belastinglast is exclusief het aandeel van de Groep in de belastinglast van haar deelneming verwerkt volgens de ‘equity’- methode van €651 duizend (2018: €662 duizend), welk bedrag is opgenomen in de post Aandeel in resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de ‘equity’-methode (na belastingen), zie noot 16G.

B. Bedragen verwerkt in niet-gerealiseerde resultaten

    2019     2018  
In duizenden euro Vóór belasting Belasting- bate (-last) Na belasting Vóór belasting Belasting- bate (-last) Na belasting
 
Posten die nooit zullen worden overgeboekt naar het resultaat
Herwaardering van toegezegd-pensioenverplichtingen -342 326 -16 12.000 -2.136 9.864
Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode - aandeel in niet-gerealiseerde resultaten -26 8 -18 -13 2 -11
 
Posten die zijn of kunnen worden overgeboekt naar het resultaat
Buitenlandse activiteiten - valuta omrekeningsverschillen 5.906 -784 5.122 -1.128 167 -961
Kasstroomafdekkingen - effectieve deel van reële waardeveranderingen 531 -114 417 -417 87 -330
Kasstroomafdekkingen - geherclassificeerd naar de winst-en-verliesrekening / balans - - - -754 188 -566
 
Totaal 6.069 -564 5.505 9.688 -1.692 7.996
 
Actuele belastingbate (-last)   -744     355  
Uitgestelde belastingbate (-last)   180     -2.047  
 
Totaal   -564     -1.692  

Change layout to 2 columns

Binnen de Groep zijn leningen verstrekt tussen verschillende deelnemingen. De leningen in het Verenigd Koninkrijk en leningen aan Poolse entiteiten worden geacht deel uit te maken van de netto-investering in de deelnemingen en als gevolg daarvan worden valuta-omrekeningsverschillen op deze leningen in de niet-gerealiseerde resultaten verantwoord. Voor de berekening van de winstbelasting zijn de valuta-omrekeningsverschillen op de leningen in het Verenigd

 

Koninkrijk belast of aftrekbaar.

Omdat valuta-omrekeningsverschillen worden verantwoord via de niet-gerealiseerde resultaten worden de daaraan gerelateerde lopende belastingen eveneens verantwoord als niet-gerealiseerde resultaten. In 2019 bedroeg dit bedrag €784 duizend negatief (2018: €167 duizend positief).

Change layout to 1 column

C. Aansluiting van het effectieve belastingtarief

In duizenden euro noot 2019   2018  
Winst vóór belastingen     27.615   74.454
Minus het deel van de winst van deelnemingen verantwoord volgens de 'equity'-methode, na belasting     -2.773   -2.907
Winst vóór belastingen minus de winst van deelnemingen verantwoord volgens de 'equity'-methode, na belasting     24.842   71.547
 
Winstbelastingen op basis van het Nederlandse nominale belastingtarief   25,0% 6.211 25,0% 17.887
Effect van belastingtarieven in buitenlandse jurisdicties   5,8% 1.445 0,4% 301
Wijziging in belastingtarief   0,7% 168 -1,7% -1.190
Belastingeffect van:
Niet-aftrekbare kosten/ niet-belastbare baten   16,7% 4.173 2,8% 1.998
Fiscale subsidies   -2,5% -633 -0,9% -661
Opname/afwaardering van uitgestelde belastingvorderingen 16E -6,4% -1.592 -1,1% -807
Aanpassingen van vorige jaren 16A -0,6% -152 -3,2% -2.304
 
Totaal   38,7% 9.620 21,3% 15.224

Change layout to 2 columns

2019

De wijziging in het belastingtarief 2019  (€0,2 miljoen effect) heeft met name betrekking op de in 2019 wettelijk doorgevoerde aangepaste belastingtarieven in Nederland en het Verenigd Koninkrijk). De niet-aftrekbare kosten en niet belastbare baten hebben met name betrekking op het afboeken van de goodwill met betrekking tot de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk van €25,6 miljoen, en de veranderingen (baten) in de voorwaardelijke vergoedingen en in de put optie verplichting (zie noot 6 en 17). De opname van uitgestelde belastingvorderingen (€1,6 miljoen) heeft betrekking op de benutting van niet gewaardeerde fiscale verliezen in het Verenigd Koninkrijk (zie noot 16E).

Zie noot 17 voor onderliggende effectieve belastingdruk, waarbij rekening is gehouden met de incidentele posten.

 
2018

De wijziging in het belastingtarief 2018  (€1,2 miljoen effect) heeft met name betrekking op de eind 2018 wettelijk doorgevoerde aangepaste belastingtarieven in Nederland met wijzigingen in de jaren 2019 tot en met 2021 (zie noot 16F). De toename van de niet-aftrekbare kosten is met name het gevolg van acquisitiekosten, niet-aftrekbare rentekosten op voorwaardelijke vergoedingen en de put optie verplichting en amortisatie van immateriële activa in het kader van de acquisities. De opname van uitgestelde belastingvorderingen (€0,8 miljoen) heeft met name betrekking op het waarderen van een uitgestelde belastingvordering in Duitsland (zie noot 16E). De aanpassing van vorige jaren in 2018 heeft met name betrekking op een éénmalig effect van het definitief indienen van de vennootschapsbelasting aangiften van voorgaande jaren.

Change layout to 1 column

D. Mutaties in uitgestelde belastingsaldi

Uitgestelde belastinglast hangt samen met de volgende onderdelen
2019               Balans op 31 december
In duizenden euro Netto balanspositie op 31 december 2018 IFRS 16 aanpassing Netto balanspositie op 1 januari Opgenomen in winst- en verliesrekening Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten Verworven via bedrijfscombinaties en desinvesteringen Herclassificatie en overig (1) Netto balans Uitgestelde belastingvorderingen Uitgestelde belastingverplichtingen
 
Materiële vaste activa -13.564 - -13.564 -649 - - 12 -14.201 1.364 -15.565
Activa met gebruiksrecht - -6.450 -6.450 1.147 -   -182 -5.485 - -5.485
Immateriële activa -9.281   -9.281 1.514 - -231 -121 -8.119 232 -8.351
Voorraden en biologische activa -25 - -25 -13 - - - -38 14 -52
Vorderingen en andere activa -283 - -283 -74 -40 - 108 -289 283 -572
Derivaten 94 - 94 -9 -114 - - -29 - -29
Personeelsbeloningen 6.473 - 6.473 -1.145 334 - 96 5.758 5.760 -2
Leaseverplichtingen 30 6.450 6.480 -752 -   -207 5.521 5.521 -
Overige langlopende voorzieningen en verplichtingen -313 - -313 126 - - 236 49 49 -
Overige verplichtingen 4.507 - 4.507 -400 - - -187 3.920 4.385 -465
Fiscale verliezen en fiscale winsten 1.287 - 1.287 285 - - - 1.572 1.672 -100
Saldering -   - - - - - - -16.748 16.748
 
Uitgestelde belastingvorderingen (verplichtingen) -11.075 - -11.075 30 180 -231 -245 -11.341 2.532 -13.873
 
(1) Dit betreft met name omrekenverschillen op balansposten in Britse ponden en Poolse zloty's.

Uitgestelde belastinglast hangt samen met de volgende onderdelen
2018           Balans op 31 december
In duizenden euro Netto balanspositie op 1 januari Opgenomen in winst- en verliesrekening Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten Verworven via bedrijfscombinaties en desinvesteringen Herclassificatie en overig (1) Netto balans Uitgestelde belastingvorderingen Uitgestelde belastingverplichtingen
 
Materiële vaste activa -13.146 1.140 - -1.618 60 -13.564 1.492 -15.056
Immateriële activa -4.424 871 - -5.733 5 -9.281 119 -9.400
Voorraden en biologische activa 194 -219 - - - -25 25 -50
Vorderingen en andere activa -319 -81 - 367 -250 -283 1.325 -1.608
Derivaten - 7 87 - - 94 94 -
Personeelsbeloningen 9.739 -1.124 -2.134 10 -18 6.473 6.483 -10
Overige langlopende voorzieningen en verplichtingen 32 95 - 8 -448 -313 96 -409
Overige verplichtingen -647 177 - 4.170 837 4.537 5.786 -1.249
Fiscale verliezen en fiscale winsten 1.630 -357 - 14 - 1.287 1.292 -5
Saldering - - - - - - -14.613 14.613
 
Uitgestelde belastingvorderingen (verplichtingen) -6.941 509 -2.047 -2.782 186 -11.075 2.099 -13.174
 
(1) Dit betreft met name omrekenverschillen op balansposten in Britse ponden en Poolse zloty's.

Change layout to 2 columns

De Groep verwacht dat de opgenomen posten voor belastingverplichtingen toereikend zijn voor de nog niet afgewikkelde jaren, gebaseerd op een evaluatie van veel factoren, waaronder interpretatie van de belastingwetgeving en ervaringen uit het verleden. De Groep saldeert belastingvorderingen en belastingverplichtingen uitsluitend en alleen indien er een afdwingbaar recht is op compensatie. Ter zake van de uitgestelde belastingvorderingen acht de Groep - op basis van de vooruitzichten - dat er voldoende toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn om de uitgestelde belastingvordering te benutten.

E. Niet opgenomen uitgestelde belastingvorderingen

De uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot fiscale verliezen op de verkoop van onroerend goed in het Verenigd Koninkrijk zijn niet opgenomen. Deze verliezen kunnen alleen worden gecompenseerd met toekomstige winsten op de verkoop van specifieke activa, zoals onroerend goed, waardoor aanwending van deze fiscale verliezen hoogst onzeker is. Als gevolg van de afwikkeling van niet operationele eenheden werd in 2019 echter een niet gewaardeerd fiscaal verlies benut van €1,6 miljoen. Daarentegen zijn als gevolg van de afwikkeling van aangiften voorgaande jaren additioneel fiscaal te compenseren verliezen geïdentificeerd, met een belastingeffect van €0,9 miljoen. Per 31 december 2019 bedragen daardoor de niet gewaardeerde fiscale verliezen €4,2 miljoen (31 december 2018: €8,4 miljoen), met een belastingeffect van €0,7 miljoen (31 december 2018: €1,5 miljoen). 

F. Fiscale eenheid

De Groep en de Nederlandse dochtermaatschappijen waarin de Groep een 100% belang heeft vormen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, waarvan ForFarmers N.V. het groepshoofd is.

Voor de BTW bestaat een vergelijkbare fiscale eenheid voor de Nederlandse dochtermaatschappijen. Bij het hoofd van de fiscale eenheid (ForFarmers N.V.) wordt de volledige actuele vordering of schuld aan de fiscus in de balans opgenomen. Verrekening van belastingen binnen de fiscale eenheid vinden plaats alsof ieder vennootschap zelfstandig belastingplichtig is. Iedere vennootschap die deel uitmaakt van de fiscale eenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de fiscale verplichtingen van de fiscale eenheid als geheel.

Een aantal vennootschappen in Duitsland vormen een fiscale eenheid voor de winstbelastingen (‘Organschaft’ voor ‘Körperschaftsteuer‘ en ‘Gewerbesteuer’). Verrekening van belastingen binnen de fiscale eenheid vinden plaats alsof ieder vennootschap zelfstandig belastingplichtig is.

De vennootschappen in het Verenigd Koninkrijk vormen een fiscale eenheid voor de winstbelastingen (‘Group Relief’) en BTW. Verrekening van belastingen binnen de fiscale eenheid vinden plaats alsof ieder vennootschap zelfstandig belastingplichtig is. In de overige landen is geen sprake van fiscale eenheden.

 

Belastingtarieven

  2019 2018
Belastingtarieven    
Nederland 25,00% 25,00%
Duitsland (gemiddeld) 27,99% 27,87%
België 29,58% 29,58%
Polen 19,00% 19,00%
Verenigd Koninkrijk 19,00% 19,00%

Effectieve belastingdruk

  2019 2018
Effectieve belastingdruk    
Nederland 18,75% 20,91%
Duitsland 33,60% 20,13%
België 26,40% 30,97%
Polen 17,39% 4,19%
Verenigd Koninkrijk 2,09% 17,82%

De hierboven genoemde effectieve belastingdruk wijkt af van het wettelijke vennootschapsbelastingtarief onder andere door de volgende onderwerpen:

Nederland

De effectieve belastingdruk in 2019 is lager dan het wettelijke belastingtarief, met name vanwege niet belastbare baten en innovatie box voordelen. De niet belastbare baten zijn voornamelijk het gevolg van de herwaardering van de voorwaardelijke vergoedingen en de put optie verplichting. 

Gebaseerd op aangenomen Nederlandse belastingwetgeving zullen de Nederlandse vennootschapsbelastingen tarieven afnemen van 25% naar 21,7% per 1 januari 2021, waar voorheen nog een daling werd verwacht naar 20,5%. Alle uitgestelde belastingposities zijn bepaald op basis van deze nieuwe belastingtarieven. Deze aanpassing heeft een negatief effect op de Nederlandse uitgestelde belastingverplichting.

Duitsland

De effectieve belastingdruk in 2019 is hoger dan het wettelijke belastingtarief als gevolg afwikkeling van aangiften voorgaande jaren.

In 2018 was de effectieve belastingdruk lager vanwege het waarderen van de uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot de netto operationele verliezen.

 
België

De effectieve belastingdruk in 2019 is lager  dan het wettelijke belastingtarief vanwege niet belastbare baten, als gevolg van de herwaardering van de voorwaardelijke vergoedingen.

Polen

De effectieve belastingdruk in 2019 is lager dan het wettelijke belastingtarief als gevolg afwikkeling van aangiften voorgaande jaren.

In 2018 was de effectieve belastingdruk lager als gevolg van het gebruik van subsidies voor regionale investeringen, in relatie tot een lagere belastbare winst.

Verenigd Koninkrijk

De effectieve belastingdruk in 2019 is lager dan het wettelijke belastingtarief door de combinatie van een negatief resultaat en niet-aftrekbare kosten (waaronder het afboeken van de goodwill, zie noot 20), gedeeltelijk gecompenseerd door het effect van de benutting van niet gewaardeerde fiscale verliezen (zie noot 16E).

 

G. Belastingen op deelnemingen verwerkt volgens de ‘equity’-methode

Vennootschapsbelasting op de resultaten van HaBeMa worden met de belastingautoriteiten afgerekend door ForFarmers GmbH, Duitsland (indirect aandeelhouder). De resultaten van HaBeMa worden verantwoord op basis van de ‘equity’-methode en worden gepresenteerd in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening na aftrek van winstbelastingen. Deze lasten uit hoofde van winstbelasting worden in mindering gebracht op het aandeel in het resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de ‘equity’-methode en bedroegen in 2019 €651 duizend (2018: €662 duizend).

Handelsbelastingen met betrekking tot HaBeMa (‘Gewerbesteuer’) worden gedragen door HaBeMa zelf.

 

2.2.5 Alternatieve prestatiemaatstaven

2.2.5.1 17. Alternatieve prestatiemaatstaven

De Directie heeft ‘onderliggende kengetallen’ gedefinieerd als prestatiemaatstaf. Bij deze kengetallen wordt de IFRS waarde gecorrigeerd voor incidentele posten. De Directie is van mening dat de onderliggende waarden een beter beeld geven van de bedrijfsontwikkeling en financiële prestaties van ForFarmers, aangezien in deze waarden de materiële posten zijn geëlimineerd die eenmalig zijn en niet samenhangen met de operationele prestaties van ForFarmers. De onderliggende kengetallen worden gerapporteerd op het niveau van bedrijfslasten, EBITDA, EBIT en winst toe te rekenen aan Aandeelhouders van de Vennootschap.

 

De geëlimineerde posten vallen binnen vier categorieën:

i) Bijzondere waardeverminderingen op materiële en immateriële vaste activa; ii) Bedrijfscombinaties en Verkoop van activa en belangen en aan desinvestering gerelateerde posten, inclusief het disconteringseffect/reële waardewijzigingen op earn-out regelingen en opties, en dividend met betrekking tot minderheidsbelangen bij geanticipeerde acquisities; iii) Herstructurering; en iv) Overig, bestaand uit andere eenmalige niet-operationele effecten.

De definitie van de Groep van onderliggende kengetallen is mogelijk niet vergelijkbaar met gelijknamige prestatiemaatstaven en toelichtingen van andere ondernemingen.

Change layout to 1 column

2019
In duizenden euro IFRS Bijzondere waarde- verminderingen Bedrijfscombinaties en Verkoop van activa en belangen Herstructurering Overig Totaal APM items Onderliggend exclusief APM items
 
EBITDA(1,2) 85.180   1.993 -5.069 -264 -3.340 88.520
EBIT 14.179 -30.714 1.993 -5.079 -264 -34.064 48.243
Netto financieringsresultaat     13.390     13.390  
Belastingeffect   1.320 -466 1.003 90 1.947  
Winst toe te rekenen aan Aandeelhouders van de Vennootschap 17.705 -29.394 14.917 -4.076 -174 -18.727 36.432
Winst per aandeel in euro(3) 0,18 -0,30 0,15 -0,04 - -0,19 0,37
 
 
2018
In duizenden euro IFRS Bijzondere waarde- verminderingen Bedrijfscombinaties en Verkoop van activa en belangen Herstructurering Overig Totaal APM items Onderliggend exclusief APM items
 
EBITDA(1) 103.920   4.920 -149 -904 3.867 100.052
EBIT 75.932 569 4.920 -149 -904 4.435 71.497
Netto financieringsresultaat     -2.316     -2.316  
Belastingeffect   -142 -1.205 28 160 -1.159  
Winst toe te rekenen aan Aandeelhouders van de Vennootschap 58.590 427 1.399 -121 -744 961 57.629
Winst per aandeel in euro(3) 0,58 - 0,01 - -0,01 - 0,58
 
(1) EBITDA is bedrijfsresultaat exclusief afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeverminderingen.
(2) Zie noot 2 voor het effect van de toepassing van IFRS 16.
(3) Winst per aandeel toe te rekenen aan de aandeelhouders van de Vennootschap.

Change layout to 2 columns

De Alternatieve Prestatie Maatstaven (APM) posten 2019 vóór belasting bestaan uit:

  1. Bijzondere waardeverminderingen: €30,7 miljoen als gevolg van het afboeken van de goodwill met betrekking tot de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk (ter hoogte van €25,6 miljoen, zie noot 20), sluiting van een fabriek in het Verenigd Koninkrijk en één in Nederland, en het besluit om de ontwikkeling te staken van een nieuwe fabriek in Duitsland (totaal €5,2 miljoen). 

  2. Bedrijfscombinaties en Verkoop van activa en belangen: €0,9 miljoen incidentele bate op de verkoop van onroerend goed in Nederland en op onderdelen van de dit jaar gesloten fabrieken in het Verenigd Koninkrijk, €13,4 miljoen financieringsresultaat als gevolg van oprenting van zowel de voorwaardelijke vergoedingen (€0,8 miljoen) als de put optie verplichting (€3,9 miljoen) en €18,1 miljoen herwaardering (bate) als gevolg van de herwaardering van de voorwaardelijke vergoedingen (€8,3 miljoen) en de put optie verplichting (€9,8 miljoen) met betrekking tot de overnames, met name die van Tasomix.  
    Bij de overname van 60% van de aandelen van Tasomix is een voorwaardelijke vergoeding overeengekomen die is gebaseerd op onder andere de verwachte resultaten van Pionki in 2019 en 2020. De ontwikkeling van de resultaten is echter zodanig dat verwacht wordt dat de oorspronkelijke voorwaardelijke vergoeding niet voldaan hoeft te worden, waardoor de voorwaardelijke vergoeding vrijvalt. Als gevolg van een lagere groeiverwachting op de middellange termijn en een beperkt hoger kostenniveau is de huidige verwachting dat de put-optie in de toekomst tegen een lager bedrag zal kunnen worden uitgeoefend. Dit resulteert in een vrijval van €9,8 miljoen.
    Als gevolg van de eindafwikkeling van de voorwaardelijke vergoeding met betrekking tot Vleuten Steijn een bate van €1,1 miljoen, doordat debiteuren saldi zijn overgenomen door de voormalige aandeelhouders en hierdoor een herwaarderingslast van €0,9 miljoen ontstaat inzake de verhoging van de voorwaardelijke vergoedingen.

     

  3. Herstructurering: €5,1 miljoen als gevolg van de sluiting van twee fabrieken in het Verenigd Koninkrijk, sluiting van twee fabrieken in Nederland, en de herstructureringskosten van de projecten in verschillende landen naar aanleiding van het aangekondigde kostenbesparingsprogramma. 

  4. Overig: €0,3 miljoen overige operating kosten met betrekking de beslissing om de ontwikkeling van de nieuwe fabriek in Duitsland te staken.

De Alternatieve Prestatie Maatstaven (APM) posten 2018 vóór belasting bestaan uit:

  1. Bijzondere waardeverminderingen: €0,6 miljoen terugname van een bijzondere waardevermindering uit 2014 op een fabriek in Nederland, die opnieuw in gebruik is genomen voor de productie van niet-genetisch gemodificeerd (non-CGO) voer.

  2. Bedrijfscombinaties en Verkoop van activa en belangen: €4,9 miljoen incidentele bate in verband met de verkoop van de akkerbouwactiviteiten in Nederland, en nabetaling inzake de verkoop van een bedrijfsonderdeel in het Verenigd Koninkrijk, en €2,3 miljoen oprentingslast van de voorwaardelijke vergoeding en de put optie verplichting van de overnames.

  3. Herstructurering: €0,1 miljoen herstructureringskosten met betrekking tot een verkoopkantoor in het Verenigd Koninkrijk.

  4. Overig: €0,9 miljoen toevoeging aan de (niet actieve) Toegezegde Pensioen regeling in het Verenigd Koninkrijk als gevolg van een uitspraak van het Hooggerechtshof over gelijke pensioenrechten voor mannen en vrouwen.

Rekening houdend met de APM items is de onderliggende effectieve belastingdruk voor 2019 25,4% (2018: 20,3%). De wettelijke verlaging van de Nederlandse belastingtarieven aan het eind van 2018 leidde in 2018 tot een lagere effectieve belastingdruk. Echter in 2019 is wettelijk vastgelegd om de Nederlandse belastingtarieven minder te verlagen dan oorspronkelijk gepland en de verlaging uit te stellen, waardoor de effectieve belastingdruk in 2019 toegenomen is. Daarnaast werden in 2018 éénmalig (Duitse) uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot de netto operationele verliezen gewaardeerd.

 

2.2.6 Activa

2.2.6.1 18. Materiële vaste activa

A. Aansluiting van de boekwaarde

In duizenden euro noot Grond & gebouwen Machines & installaties Andere vaste bedrijfsmiddelen Activa in uitvoering Totaal
Kostprijs
Stand op 1 januari 2018   174.996 188.038 63.779 17.073 443.886
Verworven via bedrijfscombinaties   17.437 10.230 4.736 865 33.268
Verworven   3.546 10.357 4.387 26.782 45.072
Herclassificatie   10.428 7.633 9.397 -27.458 -
Herclassificatie naar immateriële activa 20 - - - -521 -521
Herclassificatie van vastgoedbeleggingen 21 187 906 - - 1.093
Afgestoten   - -1.083 -2.372 - -3.455
Overige mutatie   507 685 43 - 1.235
Effect van wijzigingen in wisselkoersen   -113 -161 -262 -24 -560
Stand op 31 december 2018   206.988 216.605 79.708 16.717 520.018
 
Stand op 31 december 2018   206.988 216.605 79.708 16.717 520.018
Herclassificatie naar activa met gebruiksrecht (IFRS 16) 19 - - -1.024 - -1.024
Stand op 1 januari 2019   206.988 216.605 78.684 16.717 518.994
Verworven via bedrijfscombinaties   - - 83 - 83
Verworven   3.033 11.024 3.586 19.294 36.937
Herclassificatie   5.610 15.210 7.107 -27.927 -
Herclassificatie naar immateriële activa 20 - - - -1.148 -1.148
Herclassificatie naar vastgoedbeleggingen 21 -687 - - - -687
Herclassificatie naar activa aangehouden voor verkoop 27 -3.492 -2.095 -598 - -6.185
Herclassificatie van activa met gebruiksrecht 19 - - 535 - 535
Afgestoten   -955 -3.484 -3.641 - -8.080
Overige mutatie   - - - - -
Effect van wijzigingen in wisselkoersen   2.539 2.349 2.079 202 7.169
Stand op 31 december 2019   213.036 239.609 87.835 7.138 547.618
 
Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen
Stand op 1 januari 2018   -83.103 -123.246 -31.633 - -237.982
Afschrijvingen   -4.809 -9.948 -6.881 - -21.638
(Terugneming van) bijzondere waardeverminderingsverlies materiële activa   399 156 12 - 567
Herclassificatie   - 4.355 -4.355 - -
Herclassificatie van immateriële activa 20 - - -2 - -2
Herclassificatie van vastgoedbeleggingen 21 - -906 - - -906
Afgestoten   - 950 1.486 - 2.436
Overige mutatie   -507 -685 -43 - -1.235
Effect van wijzigingen in wisselkoersen   47 67 183 - 297
Stand op 31 december 2018   -87.973 -129.257 -41.233 - -258.463
 
Stand op 31 december 2018   -87.973 -129.257 -41.233 - -258.463
Herclassificatie naar activa met gebruiksrecht (IFRS 16) 19 - - 77 - 77
Stand op 1 januari 2019   -87.973 -129.257 -41.156 - -258.386
Afschrijvingen   -5.679 -11.905 -8.571 - -26.155
(Terugneming van) bijzondere waardeverminderingsverlies materiële activa   -1.913 -2.910 -330 - -5.153
Herclassificatie   -153 139 14 - -
Herclassificatie naar vastgoedbeleggingen 21 260 - - - 260
Herclassificatie naar activa aangehouden voor verkoop 27 2.143 2.095 246 - 4.484
Herclassificatie van activa met gebruiksrecht 19 - - -163 - -163
Afgestoten   913 3.417 2.860 - 7.190
Overige mutatie   - - - - -
Effect van wijzigingen in wisselkoersen   -596 -587 -1.138 - -2.321
Stand op 31 december 2019   -92.998 -139.008 -48.238 - -280.244
 
Boekwaarden
Op 1 januari 2018   91.893 64.792 32.146 17.073 205.904
Op 31 december 2018   119.015 87.348 38.475 16.717 261.555
Op 31 december 2019   120.038 100.601 39.597 7.138 267.374

Change layout to 2 columns

De in 2019 via bedrijfscombinaties verworven activa heeft betrekking op de materiële activa van de acquisitie in het Verenigd Koninkrijk.

De investeringen in 2019 bestaan uit uitgaven om de prestaties en efficiëntie van de productiefaciliteiten te handhaven en te verbeteren (€27,8 miljoen), investeringen in vrachtwagens (€5,1 miljoen), investeringen in IT (€2,6 miljoen) en overige individueel kleinere investeringen.

De herclassificatie naar activa met gebruiksrecht is het gevolg van de transitie naar IFRS 16 en bestaat uit activa die in het verleden als financiële lease was verantwoord.

De herclassificatie van activa met gebruiksrecht heeft betrekking op lease contracten waarvan de koopoptie is uitgeoefend.

De herclassificaties naar vastgoedbeleggingen en activa aangehouden voor verkoop houden verband met activa in Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk die niet meer worden gebruikt in de normale bedrijfsuitvoering (zie ook noot 21 en noot 27).

Tevens zijn items geherclassificeerd tussen materiële vaste activa en immateriële vaste activa.

Van de in 2019 verworven materiële vaste activa ter hoogte van €36,9 miljoen (2018: €45,1 miljoen) is per jaareinde €33,4 miljoen (2018: €41,7 miljoen) betaald.

 

B. Bijzondere waardeverminderingen

Het bijzonder waardeverminderingsverlies van €5,2 miljoen in 2019 heeft betrekking op het besluit tot sluiting van een fabriek in het Verenigd Koninkrijk (€1,7 miljoen), sluiting van een fabriek in Nederland (€3,1 miljoen) en het besluit om de ontwikkeling te staken van de geplande nieuwe fabriek in Duitsland (€0,4 miljoen).

In 2018 zijn geen indicatoren geweest voor bijzondere waardeverminderingen op materiële vaste activa.

 

 

2.2.6.2 19. Activa met gebruiksrecht

A. Aansluiting van de boekwaarde

In duizenden euro noot Grond & gebouwen Machines & installaties Andere vaste bedrijfsmiddelen Totaal
Kostprijs
Stand op 31 december 2018   - - - -
Transitie naar IFRS 16 2 16.497 123 8.367 24.987
Herclassificatie van materiële vaste activa (IFRS 16) 18 - - 1.024 1.024
Stand op 1 januari 2019   16.497 123 9.391 26.011
Nieuwe leasecontracten   119 18 3.739 3.876
Afgelopen leasecontracten   -1 -1 -214 -216
Herclassificatie naar materiële vaste activa 18 - - -535 -535
Herwaardering   -454 - 46 -408
Effect van wijzigingen in wisselkoersen   360 2 168 530
Stand op 31 december 2019   16.521 142 12.595 29.258
 
Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen
Stand op 31 december 2018   - - - -
Herclassificatie van materiële vaste activa (IFRS 16) 18 - - -77 -77
Stand op 1 januari 2019   - - -77 -77
Afschrijvingen   -1.277 -42 -4.127 -5.446
Afgelopen leasecontracten   1 1 143 145
Herclassificatie naar materiële vaste activa 18 - - 163 163
Effect van wijzigingen in wisselkoersen   -13 -1 -45 -59
Stand op 31 december 2019   -1.289 -42 -3.943 -5.274
 
Boekwaarden
Op 1 januari 2019   16.497 123 9.314 25.934
Op 31 december 2019   15.232 100 8.652 23.984

Change layout to 2 columns

De herclassificatie van materiële vaste activa is het gevolg van de transitie naar IFRS 16 en bestaat uit activa die in het verleden als financiële lease was verantwoord. Als gevolg van een koopoptie in deze contracten is de verwachte afschrijvingstermijn langer dan het leasecontract wat tot gevolg heeft dat de waarde van de activa (€947 duizend) op transitiedatum hoger is dan de bijbehorende leaseverplichtingen (€586 duizend), zie noot 2 voor de leaseverplichting op transitiedatum.

De nieuwe leasecontracten hebben met name betrekking op nieuwe lease auto's in Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De herwaardering ter hoogte van €408 duizend heeft met name betrekking op wijzigingen in de (verwachte) looptijden van leasecontracten van productielocaties in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland.

 

De herclassificatie naar materiële vaste activa heeft betrekking op lease contracten waarvan de koopoptie is uitgeoefend.

B. Schattingen en veronderstellingen

De looptijden van leaseovereenkomsten worden overeengekomen op individuele basis en bevatten uiteenlopende voorwaarden. Bij de bepaling van de leasetermijn overweegt management alle feiten en omstandigheden die een economische stimulans creëren om verlengingsoptie uit te oefenen, of een beëindigingoptie niet uit te oefenen. Verlengingsopties (of periodes na de beëindigingoptie) worden enkel in de leasetermijn opgenomen indien het redelijkerwijs zeker is dat de lease wordt verlengd (of niet wordt beëindigd).

Een aantal vastgoedleaseovereenkomsten bevat verlengingsopties die door de Groep kunnen worden uitgeoefend voor het einde van de niet-opzegbare contract­periode. Waar mogelijk streeft de Groep ernaar uitbreidingsopties op te nemen in nieuwe huurovereenkomsten om operationele flexibiliteit te verkrijgen. De uitbreidingsopties zijn alleen uitoefenbaar door de Groep en niet door de lessors. De Groep beoordeelt op de ingangsdatum van de leaseovereenkomst of het redelijkerwijs zeker is om de verlengingsopties uit te oefenen. De Groep beoordeelt opnieuw of het redelijkerwijs zeker is dat de opties worden uitgeoefend in geval van een belangrijke gebeurtenis of belangrijke veranderingen in omstandigheden die zij zelf in de hand heeft.

De Groep heeft ingeschat dat de potentiële toekomstige leasebetalingen, als zij alle verlengingsopties zou uitoefenen, zouden resulteren in een toename van de leaseverplichtingen met €1,8 miljoen.

Daarnaast worden de activa met gebruiksrecht initieel gewaardeerd tegen kostprijs, die voornamelijk het initiële bedrag van de leaseverplichting omvat. De leaseverplichting wordt initieel gewaardeerd tegen de contante waarde van de contante waarde van de nog te betalen leasebedragen op de aanvangsdatum, contant gemaakt tegen de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst of, als die disconteringsvoet niet op eenvoudige wijze te bepalen is, de incrementele rentevoet van de Groep. Over het algemeen gebruikt de Groep haar incrementele rentevoet als disconteringsvoet. De Groep bepaalt haar incrementele rentevoet middels een ‘build-up’ methode die start met de risicovrije rentevoet, aangepast voor een bedrijfsspecifiek kredietrisico en aanpassingen specifiek voor de leaseovereenkomst (bijv. looptijd, land, valuta, zekerheid/aard van het actief).

 

C. Kosten verantwoord in de winst-en-verliesrekening

In duizenden euro 2019(1)
Kosten gerelateerd aan
kortlopende leases 1.949
leases met een lage waarde, exclusief kortlopende leases met een lage waarde 37
variabele leasebetalingen 12.130
Totaal 14.116
 
(1) IFRS 16 is per 1 januari 2019 effectief, om die reden zijn er geen vergelijkende cijfers.

De groep past IFRS 16 Leases niet toe op leases met een looptijd korter dan 1 jaar en op leases waarbij het onderliggende actief een lage waarde (kleiner dan €5 duizend) heeft. De kosten voor deze leases zijn, net als de kosten voor variabele leasebetalingen, opgenomen in de winst-en-verliesrekening. 

De kortlopende leases hebben met name betrekking op lease auto's die op 1 januari 2019 (transitiedatum naar IFRS 16) een looptijd korter dan 1 jaar hadden. De variabele leasebetalingen hebben voornamelijk betrekking op lease betalingen voor vrachtwagens en productie bij derden.

D. Bijzondere waardeverminderingen

In 2019 zijn geen indicatoren geweest voor bijzondere waardeverminderingen op activa met gebruiksrecht.

2.2.6.3 20. Immateriële activa en goodwill

A. Aansluiting van de boekwaarde

In duizenden euro noot Goodwill Klantenrelaties Handels- en merknamen Software Immateriële activa in uitvoering Totaal
Kostprijs
Stand op 1 januari 2018   63.929 41.655 869 11.975 - 118.428
Verworven via bedrijfscombinaties   45.958 28.838 1.805 54 58 76.713
Verworven   - - - 649 171 820
Herclassificatie van materiële activa 18 - - - 319 202 521
Afgestoten   - - - -107 - -107
Effect van wijzigingen in wisselkoersen   424 81 33 -67 2 473
Stand op 31 december 2018   110.311 70.574 2.707 12.823 433 196.848
 
Stand op 1 januari 2019   110.311 70.574 2.707 12.823 433 196.848
Verworven via bedrijfscombinaties   44 1.317 - - - 1.361
Verworven   - - - 453 1.191 1.644
Herclassificatie van materiële activa 18 - - - 1.148 - 1.148
Afgestoten   - - - -437 -85 -522
Effect van wijzigingen in wisselkoersen   1.562 1.810 19 433 2 3.826
Stand op 31 december 2019   111.917 73.701 2.726 14.420 1.541 204.305
 
Cumulatieve amortisatie en bijzondere waardeverminderingsverliezen
Stand op 1 januari 2018   - -12.972 -869 -8.358 - -22.199
Amortisatie   - -5.138 -199 -1.580 - -6.917
Herclassificatie van materiële activa 18 - - - 2 - 2
Afgestoten   - - - 107 - 107
Effect van wijzigingen in wisselkoersen   - 118 - 64 - 182
Stand op 31 december 2018   - -17.992 -1.068 -9.765 - -28.825
 
Stand op 1 januari 2019   - -17.992 -1.068 -9.765 - -28.825
Amortisatie   - -7.011 -399 -1.251 - -8.661
(Terugneming van) bijzondere waardeverminderingsverlies op immateriële activa   -25.561 - - -25 - -25.586
Herclassificatie van materiële activa 18 - - - - - -
Afgestoten   - - - 518 - 518
Effect van wijzigingen in wisselkoersen   -749 -810 -6 -415 - -1.980
Stand op 31 december 2019   -26.310 -25.813 -1.473 -10.938 - -64.534
 
Boekwaarden
Op 1 januari 2018   63.929 28.683 - 3.617 - 96.229
Op 31 december 2018   110.311 52.582 1.639 3.058 433 168.023
Op 31 december 2019   85.607 47.888 1.253 3.482 1.541 139.771

Change layout to 2 columns

De toevoeging aan de goodwill ter hoogte van €44 duizend heeft betrekking op een correctie van de openingsbalans van Voeders Algoet. De in 2019 via bedrijfscombinaties verworven immateriële activa heeft betrekking op de klantrelaties van de acquisitie in het Verenigd Koninkrijk (2018: in totaal €76,7 miljoen verkregen immateriële activa en goodwill met betrekking tot de acquisities van Maatman, Van Gorp (beide Nederland), Algoet (België) en Tasomix (Polen)), zie noot 6. 

De herclassificatie van materiële vaste activa heeft betrekking op software in ontwikkeling die onjuist gerubriceerd stond, zie ook noot 18.

B. Amortisatie

De amortisatie van klantenportefeuille, handelsmerken en software voor een totaalbedrag van €8.661 duizend (2018: €6.917 duizend) is verantwoord onder de kosten van afschrijving, amortisatie en bijzondere waardeverminderingen.

C. Impairment test

(i) Impairment test op kasstroomgenererende eenheden die goodwill bevatten

Jaarlijks wordt voor elke kasstroomgenererende eenheid de goodwill getoetst op bijzondere waardeverminderingen. Als gevolg van de aangepaste segmenten (zie noot 5) zijn de kasstroomgenererende eenheden gewijzigd ten opzichte van 2018. De significante kasstroomgenererende eenheden, zijn nu de landen waarin ForFarmers actief is. 

De goodwill is als volgt aan de kasstroomgenererende eenheden gealloceerd:

In duizenden euro 31 december 2019 31 december 2018
 
Nederland 35.880 35.880
België 5.760 5.716
Duitsland 3.738 3.738
Polen 35.665 35.295
Verenigd Koninkrijk - 25.118
Overige 4.564 4.564
 
Totaal 85.607 110.311

De mutatie in de goodwill met betrekking tot de activiteiten in Polen is het gevolg van een gewijzigde wisselkoers.

 
Uitkomst van de goodwill impairment test 2019

De goodwill impairment test 2019 laat zien dat de realiseerbare waarden de boekwaarden van de kasstroomgenererende eenheden Nederland, België en Polen voldoende overstijgen. Er is daarom geen noodzaak om een bijzondere waardevermindering voor deze kasstroomgenererende eenheden te laten plaatsvinden.

Als onderdeel van de goodwill impairment test heeft het management een inschatting gemaakt van de mogelijke impact van potentiele stikstof- en PFAS maatregelen en van de ‘warme sanering’ van de varkenshouderij op de resultaten in Nederland. De uiteindelijke impact op het resultaat kan afwijken van de door management gemaakte inschattingen. De realiseerbare waarde overstijgt de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid Nederland echter dusdanig, dat een bijzondere waardevermindering geen reëel scenario is.

Bij de afronding van de goodwill impairment test voor de kasstroomgenererende eenheid Polen is rekening gehouden met dezelfde aannames als voor de bepaling van de vrijval van de earn-out verplichting door het niet realiseren van de operationele doelstellingen voor 2019 en 2020 en de herwaardering van de put optie verplichting als gevolg van de ingeschatte langzamere middellange termijn groei en hogere kosten in Polen. Dit heeft geleid tot een verlaging van de verwachte CAGR voor de Total Feed volumes voor de expliciete forecast periode van vijf jaar. De realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid Polen blijft de boekwaarde overstijgen en een redelijke aanpassing in de belangrijkste aannames leidt niet tot een realiseerbare waarde lager dan de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid. De ontwikkelingen in Polen worden nauwlettend gevolgd.

Verenigd Koninkrijk

Onze groeiverwachtingen ten aanzien van de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn naar beneden bijgesteld ondanks dat de contouren van de Brexit duidelijker worden. Veehouders lijken vooralsnog terughoudend te blijven bij het investeren in uitbreiding van hun veestapel en daarnaast is de verwachting dat de afzet minder snel zal groeien vanwege een mogelijke daling van de vleesconsumptie per persoon. De eindwaarde groeivoet is bijgesteld van 1,38% in 2018 tot 0,95% en de verwachte CAGR voor Total Feed volumes voor de expliciete forecast periode van vijf jaar is bijgesteld van 3,6% in 2018 tot 1,6%. Dit heeft geresulteerd in een bijzondere waardevermindering op de goodwill van de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk. De eindwaarde groeivoet met betrekking tot de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk lag in de afgelopen jaren hoger dan die op het continent, voornamelijk vanwege de potentiële groeimogelijkheden bij lokale veehouders, omdat de zelfvoorzieningsgraad in een aantal sectoren lager ligt dan 100%. De groeivoet ligt nu meer in lijn met die van het continent.

Op basis van deze meest recente management-informatie en prognoses is gebleken dat voor de kasstroomgenererende eenheid het Verenigd Koninkrijk de realiseerbare waarde ter hoogte van €139,6 miljoen (gebaseerd op de bedrijfswaarde) de boekwaarde niet zal overstijgen. Daarom moet een bijzondere waardevermindering van €25,6 miljoen plaatsvinden. Daarmee is de volledige boekwaarde van de goodwill afgeschreven. De toename in de goodwill van het Verenigd Koninkrijk ten opzichte van 2018 (€25,1 miljoen) was het gevolg van een gewijzigde wisselkoers.

 
Duitsland

De bijstelling van de eindwaarde groeivoet naar 0,75% (2018: 1,05%) en de verwachte CAGR voor de Total Feed volumes naar 1,9% (2018: 5,9%) heeft voor de kasstroomgenererende eenheid Duitsland tot gevolg dat het verschil tussen de realiseerbare waarde en de boekwaarde is afgenomen tot €4,7 miljoen (2018: €40,6 miljoen). De groeiratio’s zijn naar beneden bijgesteld door de verwachting dat de prijsdruk in de voedermarkten op termijn toeneemt, vooral in de varkenssector. De reden hiervoor is dat groeimogelijkheden in deze sector meer beperkt lijken te gaan worden door (verwachte) aangescherpte milieuregelgeving. Daarnaast is onzeker wat de mogelijke impact van de toenemende consumentenvraag naar alternatieven voor eiwitproducten (waaronder vleesvervangers) zal zijn. Het toegenomen risico van de impact van dierziekten, vooral in de pluimvee- en varkenssector, kan de lange-termijn groeimogelijkheden eveneens beperken.    

Een redelijke aanpassing van de door management gemaakte inschattingen kan leiden tot een realiseerbare waarde die lager ligt dan de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de gehanteerde belangrijkste aannames in de goodwill impairment test 2019 van de activiteiten in Duitsland en de veranderingen die kunnen leiden tot een realiseerbare waarde die gelijk is aan de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid:

Duitsland
 
In procenten Disconteringsvoet voor belastingen Eindwaarde groeivoet Verwachte volume CAGR(1)
Gehanteerde aannames 9,74% 0,75% 1,90%
Aanpassing 0,70% -1,65% -0,30%
Realiseerbare waarde gelijk aan boekwaarde 10,44% -0,90% 1,60%
 
(1) Betreft de verwachte Total Feed volume CAGR in de vijf jaar prognoses.

Uitkomst van de goodwill impairment test 2018

De goodwill impairment test in 2018 liet zien dat de realiseerbare waarden de boekwaarden van alle kasstroomgenererende eenheden overstegen, zodat het niet nodig was om een bijzondere waardevermindering te laten plaatsvinden.

Echter in 2018 kon een redelijke aanpassing van de door management gemaakte inschattingen in de goodwill impairment test met betrekking tot de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk leiden tot een realiseerbare waarde die lager was dan de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de gehanteerde belangrijkste aannames in de goodwill impairment test 2018 van de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk en de veranderingen die konden leiden tot een realiseerbare waarde die gelijk zou zijn aan de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid:

Verenigd Koninkrijk
 
In procenten Disconteringsvoet voor belastingen Eindwaarde groeivoet Verwachte volume CAGR(1)
Gehanteerde aannames 9,06% 1,38% 3,60%
Aanpassing 1,35% -1,80% -0,70%
Realiseerbare waarde gelijk aan boekwaarde 10,41% -0,42% 2,90%
 
(1) Betreft de verwachte Total Feed volume CAGR in de vijf jaar prognoses.

 
Informatie over de realiseerbare waarde inclusief de belangrijkste aannames

Jaarlijks wordt voor iedere kasstroomgenererende eenheid de goodwill impairment test uitgevoerd aan het einde van het derde kwartaal. Echter, voor iedere publicatie (jaarrekening en halfjaarbericht) wordt bezien of een aanwijzing voor een bijzondere waardevermindering ten aanzien van goodwill is geïdentificeerd. Daarbij worden onder meer de meest recente marktonwikkelingen, financiële resultaten en management vooruitzichten meegenomen.

Voor de goodwill impairment test is de realiseerbare waarde van de verschillende kasstroomgenererende eenheden gebaseerd op de bedrijfswaarde, die is bepaald door de contante waarde te bepalen van de toekomstige kasstromen uit het voortgezette gebruik van deze kasstroomgenererende eenheden. De bepaling van de reële waarde is ingedeeld als reële waarde van niveau 3, op basis van de input gebruikt bij de waarderings­technieken (zie noot 4).

Change layout to 1 column

De belangrijkste aannames voor de berekening van de 2019 bedrijfswaarde per kasstroomgenererende eenheid zijn opgenomen in onderstaande tabel.

In procenten Nederland België Duitsland Polen Verenigd Koninkrijk
Disconteringsvoet voor belastingen 8,69% 10,16% 9,74% 10,77% 8,99%
Eindwaarde groeivoet 0,75% 0,75% 0,75% 1,75% 0,95%
Verwachte Total Feed volume CAGR in de vijf jaar prognoses 0,80% 1,20% 1,90% 10,20% 1,60%

De belangrijkste aannames voor de berekening van de 2018 bedrijfswaarde per kasstroomgenererende eenheid zijn opgenomen in onderstaande tabel.

In procenten Nederland België Duitsland Polen Verenigd Koninkrijk
Disconteringsvoet voor belastingen 9,01% 9,85% 9,70% 10,96% 9,06%
Eindwaarde groeivoet 1,05% 1,05% 1,05% 1,93% 1,38%
Verwachte Total Feed volume CAGR in de vijf jaar prognoses 3,20% 4,50% 5,90% 14,20% 3,60%

Change layout to 2 columns

De bedrijfswaarden van de kasstroomgenererende eenheden zijn bepaald op basis van het budget 2019 (2018: budget 2018) en de meerjarenplannen voor de komende 5 jaren. De gehanteerde groeivoet voor de periode na 2024 is gelijk aan de eindwaarde groeivoet.

De belangrijkste aannames in de prognoses zijn de verwachte CAGR voor Total Feed volumeontwikkeling en de gemiddelde onderliggende EBITDA/ brutowinst marge (de conversie-ratio). Deze zijn beide direct afgeleid van het budget en de meerjarenplannen voor de komende 5 jaren. De aannames zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden, een analyse van de marktontwikkelingen en management vooruitzichten. Vooral vanwege onzekerheden bij veehouders over toekomstperspectief door de (verwachte) aangescherpte milieuregelgeving, de mogelijke invloed van alternatieven voor eiwitproducten (waaronder vleesvervangers) en het toegenomen risico op dierziekten in de pluimvee- en varkenssector is de eindwaarde groeivoet en de verwachte CAGR voor de Total Feed volumes voor alle kasstroomgenererende eenheden naar beneden bijgesteld. 

Om tot de geprognotiseerde brutowinst te komen is een inschatting gemaakt van de ontwikkeling van de marge per ton en niet van de ontwikkelingen van verkoopprijzen. De ontwikkeling van de prijzen van grondstoffen is moeilijk te voorspellen. Deze worden echter in het algemeen waar mogelijk doorberekend aan klanten. Bij het bepalen van de kostenontwikkeling wordt rekening gehouden met de volumeontwikkeling, de inflatie en besparingen.

 

De disconteringsvoet is een maatstaf voor belastingen, gebaseerd op het rendement op 30-jarige staatsobligaties die zijn uitgegeven in de relevante markt en in dezelfde valuta als de kasstromen, gecorrigeerd voor een risico-opslag die recht doet aan het hogere risico van beleggingen in effecten in het algemeen en het systeemrisico van de specifieke kasstroomgenererende eenheid.

(ii) Impairment test op andere immateriële activa dan goodwill

De Groep heeft zowel in 2019 als in 2018 geen materiële afwaardering verantwoord op andere immateriële activa.

2.2.6.4 21. Vastgoedbeleggingen

A. Aansluiting van de boekwaarde

In duizenden euro 2019 2018
 
Stand op 1 januari 643 830
Herclassificatie naar/van materiële vaste activa 427 -187
 
Stand op 31 december 1.070 643
 
Kostprijs 1.358 1.717
Cumulatieve afschrijvingen -288 -1.074
 
Boekwaarde op 31 december 1.070 643

De vastgoedbeleggingen bestaan uit een aantal bedrijfspanden en terreinen die niet langer dienstbaar is aan de activiteiten van de Groep en welke de groep van plan is te verkopen.

De herclassificatie van materiële vaste activa in 2019 heeft betrekking op een fabriek in Nederland en een fabriek in België, beiden zijn niet langer in gebruik voor productie. Daarnaast heeft in 2019 een verkoop onroerend goed in Nederland plaatsgevonden, waarmee een incidentele bate van €0,9 miljoen is gerealiseerd (zie ook noot 10 en 17). De boekwaarde van deze activa was nihil.

De herclassificatie naar materiële vaste activa in 2018 heeft betrekking op het heropenen van een tweede fabriek in Deventer.

 

B. Informatie over de reële waarde

De reële waarde van de vastgoedbeleggingen is vastgesteld door externe, onafhankelijke vastgoedtaxateurs die over adequate professionele kwalificaties en ervaring beschikken en door rekening te houden met de verkoopprijzen die recent zijn overeengekomen.

De vastgestelde reële waarde voor de vastgoedbeleggingen bedroeg €2,3 miljoen (31 december 2018: €0,7 miljoen) en is geclassificeerd als een Niveau 3 reële waarde gebaseerd op de informatie die is afgeleid van markttransacties. De toename in de vastgestelde reële waarde is het gevolg van de herclassificatie van materiële activa in 2019. 

Onderstaande tabel geeft de waarderingstechnieken weer die zijn gebruikt in vaststelling van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen evenals de belangrijke niet waarneembare input die is gebruikt.

Change layout to 1 column

Waarderingstechniek
Type Belangrijke niet-waarneembare input Onderlinge relatie tussen belangrijke niet-waarneembare input en de bepaling van de reële waarde
Prijs van de transactie:  • Conditie van de vastgoedbelegging
De geschatte reële waarde zal toenemen (afnemen) als:
De reële waarde van de vastgoedbelegging wordt vastgesteld op beschikbare marktinformatie voor grond op een vergelijkbare locatie in vergelijkbare condities • Vergelijkbaarheid van locatie
• De beoordeelde conditie van de vastgoedbelegging beter (slechter) zou zijn
  • Beoordeling van de inbaarheid van vorderingen gerelateerd aan een specifieke vastgoedbelegging in Nederland
• De locatie als een meer (minder) gewilde locatie zou worden beschouwd
    • De inbaarheid van de gerelateerde vorderingen hoger (lager) zou worden ingeschat

2.2.6.5 22. Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'- methode

Onderstaande tabel geeft het belang in deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode weer:

In duizenden euro 2019 2018
 
Belang in joint venture 27.206 25.392
 

Onderstaande tabel geeft aandeel in het resultaat deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode, na belastingen weer:

In duizenden euro 2019 2018
 
Joint venture 2.773 2.847
Afwikkeling deelneming - 60
  2.773 2.907

Joint venture

HaBeMa Futtermittel Produktions- und Umschlagsgesellschaft GmbH & Co. KG (HaBeMa) is de enige joint venture waarin de Groep participeert. HaBeMa is een van de leveranciers van de Groep en is hoofdzakelijk actief in de handel, op- en overslag van grondstoffen en productie van mengvoer in Hamburg, Duitsland.

HaBeMa is gestructureerd als een separate juridische entiteit en de Groep heeft een belang in de netto-activa van de entiteit. Op basis daarvan heeft de Groep haar participatie geclassificeerd als joint venture. De Groep heeft geen contractuele verplichtingen of voorwaardelijke verplichtingen naar HaBeMa, anders dan uit hoofde van inkopen van goederen als onderdeel van de normale bedrijfsvoering. 

Vennootschapsbelasting op de resultaten van HaBeMa met betrekking tot het belang van de Groep wordt met de belastingautoriteiten afgerekend door ForFarmers GmbH, Duitsland (indirect aandeelhouder).

De resultaten van HaBeMa worden verantwoord op basis van de ‘equity’-methode en worden gepresenteerd in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening na aftrek van winstbelastingen. Deze lasten uit hoofde van winstbelasting worden in mindering gebracht op het aandeel in het resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de ‘equity’-methode en bedroegen in 2019 €651 duizend (2018: €662 duizend). Handelsbelastingen met betrekking tot HaBeMa (‘Gewerbesteuer’) worden gedragen door HaBeMa zelf.

In onderstaande tabel wordt de financiële informatie van HaBeMa weergegeven die is verwerkt in haar jaarrekening en aangepast voor verschillen in waarderingsgrondslagen. De tabel laat ook de aansluiting zien tussen de samengevatte financiële informatie en de boekwaarde van het belang van de Groep in HaBeMa.

 

De vaste activa, leningen en overige financieringsverplichtingen, afschrijvingen en amortisatie en netto financieringsresultaat zijn allen gestegen door de toepassing van IFRS 16. Op 1 januari 2019 zijn activa met gebruiksrecht en leaseverplichtingen opgenomen ter hoogte van €10,7 miljoen.

Change layout to 1 column

In duizenden euro   31 december 2019 31 december 2018
 
Percentage eigendomsbelang   50% 50%
 
Vaste activa   56.255 48.299
Geldmiddelen en kasequivalenten   71 103
Overige vlottende activa   32.141 31.763
Vlottende activa   32.212 31.866
Leningen en overige financieringsverplichtingen   -10.748 -3.629
Overige langlopende verplichtingen   -10.090 -9.191
Langlopende verplichtingen   -20.838 -12.820
Leningen en overige financieringsverplichtingen   -8.212 -11.683
Overige kortlopende verplichtingen   -5.005 -4.878
Kortlopende verplichtingen   -13.217 -16.561
 
Netto-activa (100%)   54.412 50.784
 
Aandeel Groep in de netto-activa (50%)   27.206 25.392
 
Boekwaarde belang joint venture   27.206 25.392

In duizenden euro noot 31 december 2019 31 december 2018
 
Omzet   190.972 165.327
Afschrijvingen en amortisatie   -6.069 -4.285
Netto financieringsresultaat   -965 -322
Belastinglast   -1.383 -1.367
 
Gerealiseerd resultaat (100%)   6.848 7.018
Niet-gerealiseerd resultaat (100%)   -36 -22
Totale gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (100%)   6.812 6.996
 
Gerealiseerd resultaat (50%)   3.424 3.509
Aandeel Groep in belastinglast van de deelneming verwerkt volgens de 'equity'-methode 16A -651 -662
Aandeel Groep in totale gerealiseerde resultaten, na belasting   2.773 2.847
 
Niet-gerealiseerd resultaat, na belasting (50%) 16B -18 -11
 
Aandeel Groep in totale gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, na belasting   2.755 2.836
 
Door Groep ontvangen dividenden   1.593 2.124

2.2.6.6 23. Handels- en overige vorderingen

In duizenden euro noot 31 december 2019 31 december 2018
 
Vorderingen op handelsdebiteuren   184.691 217.621
Vordering op verbonden partijen 38 8.948 5.853
Leningen aan medewerkers   280 266
Overige beleggingen   28 28
Derivaten 33 114 -
Belastingen (anders dan vennootschapsbelasting) en sociale lasten   11.137 9.598
Vooruitbetalingen   4.524 2.825
Overlopende activa   29.520 28.117
 
Totaal   239.242 264.308
 
Langlopend   10.462 13.690
Kortlopend   228.780 250.618
 
Totaal   239.242 264.308

2.2.6.6.1

De langlopende handels- en overige vorderingen bestaan uit:

  • Vorderingen die vervallen na meer dan een jaar, die grotendeels rentedragend zijn en hoofdzakelijk leningen betreffen aan afnemers. Indien mogelijk, zijn zekerheden afgegeven in de vorm van voerequivalenten, participatierekeningen en/of onroerend goed.

  • Leningen aan Nederlandse medewerkers, waarop het niveau van de rente gelijk is aan de rente op Nederlandse staatsleningen en tenminste gelijk aan de rente als bedoeld in Artikel 59 Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 2001. De terugbetaling van de leningen bedraagt minimaal 7,5% per jaar van het oorspronkelijke bedrag, met ingang van 2015. Als zekerheid voor nakoming van de verplichtingen is pandrecht gevestigd op de certificaten van aandelen die met deze leningen zijn verworven. De marktwaarde van deze certificaten van aandelen is per de balansdatum groter dan de waarde van de leningen. Deze leningen zijn verstrekt als onderdeel van het medewerkersparticipatieplan 2007-2009. Er worden geen nieuwe leningen meer verstrekt aan medewerkers als onderdeel van medewerkersparticipatieplannen. Het beleid is om in principe geen leningen aan medewerkers te verstrekken.  

 

De overlopende activa en vooruitbetalingen bestaan hoofdzakelijk uit nog te factureren bedragen aan afnemers en vooruitbetalingen aan leveranciers.

Informatie over de blootstelling van de Groep aan kredietrisico’s en marktrisico’s en bijzondere waardeverminderingen op handels- en overige vorderingen is weergegeven in noot 33.

2.2.6.7 24. Voorraden

In duizenden euro 31 december 2019 31 december 2018
 
Grond- en hulpstoffen 70.717 72.646
Gereed product 10.525 11.282
Overige voorraden 8.774 9.627
 
Totaal 90.016 93.555

De daling van de voorraad wordt voornamelijk veroorzaakt door de daling van de grondstofprijzen.

De overige voorraden betreffen de handelsvoorraden die onderdeel uitmaken van de 'Total Feed activiteiten' van de Groep en betreffen vooral specialty handelsartikelen, meststoffen en zaden. De afname van deze voorraad wordt tevens veroorzaakt door de daling van de grondstofprijzen.

In 2019 is op voorraden een bedrag van €30 duizend voorzien (2018: €30 duizend).

Voor wat betreft belangrijke inkoopverplichtingen wordt verwezen naar de toelichting over verplichtingen onder noot 37.

2.2.6.8 25. Biologische activa

A. Aansluiting van de boekwaarde

In duizenden euro 2019 2018
 
Stand op 1 januari 4.314 4.714
 
Aankopen pluimvee, voer en verzorging 31.129 28.654
Verkopen van pluimvee -30.947 -30.366
Wijziging in reële waarde 1.435 1.312
 
Stand op 31 december 5.931 4.314

Per de balansdatum bestaat de pluimveestapel uit 998.820 dieren (2018: 902.756 dieren) met een waarde van €5,9 miljoen (2018: €4,3 miljoen). De pluimveestapel bevat hennen en een aantal hanen, die worden opgefokt tot een leeftijd variërend tussen 16 en 20 weken, en daarna worden verkocht aan vermeerderaars. De gehele voorraad betreft vlottende activa.

 

B. Vaststelling van reële waarden

Reële waarde hiërarchie

De vaststelling van de reële waarde van de hennen en hanen is gebaseerd op de productiekosten plus een proportioneel deel van de marge die zal worden gerealiseerd bij verkoop. Er bestaat geen actieve markt met publieke marktprijzen voor deze dieren en daarom beschouwt de Directie de prijs van de meest recente markttransacties als de meest betrouwbare schatting voor de reële waarde resulterend in een Niveau 3 reële waarde hiërarchie.

Niveau 3 reële waarden

Onderstaande tabel geeft een specificatie van de totale winsten (verliezen) verantwoord in de kosten van grond- en hulpstoffen met betrekking tot Niveau 3 reële waarden (pluimveestapel). Het niet-gerealiseerde deel van de wijziging in reële waarde vormt onderdeel van de waardering van de biologische activa per balansdatum.

In duizenden euro 2019 2018
Bedragen verwerkt in de winst-en-verliesrekening
 
Wijziging in reële waarde (gerealiseerd) 1.402 1.299
Wijziging in reële waarde (niet-gerealiseerd) 33 13
 
Totaal 1.435 1.312
 
Bedragen verwerkt in de balans
Wijziging in reële waarde (niet-gerealiseerd) 230 198

Waarderingsmethoden en belangrijke niet waarneembare input

De volgende tabel geeft de gebruikte waarderingsmethoden weer die zijn gebruikt bij vaststelling van de Niveau 3 reële waarden, evenals de belangrijke niet-waarneembare input die is gebruikt.

2.2.6.8.1

Type Waarderingstechniek Significante niet-waarneembare input Onderlinge relatie tussen significante niet-waarneembare input en de bepaling van de reële waarde
Vee Waarderingstechniek en transactieprijs De geschatte referentieprijs is gebaseerd op de meest recente markttransacties De geschatte reële waarde zou toenemen (afnemen) als:
Vee bestaat uit hanen en hennen De reële waarde van de hennen en hanen wordt vastgesteld op basis van de productiekosten plus een proportioneel deel van de marge die zal worden gerealiseerd bij verkoop. De marge wordt proportioneel gealloceerd aan de verschillende fasen van volgroeidheid (0% - 91%), uitvalpercentage inclusief sterfte (7,0%) · het aantal dieren toeneemt (afneemt)
      · het percentage van volgroeidheid toeneemt (afneemt)
      · het uitvalpercentage inclusief sterftecijfer afneemt (toeneemt)

2.2.6.8.2

C. Risicobeheer van biologische activa

De Groep is onderhevig aan de volgende risico’s met betrekking tot haar veestapel.

Risico’s op het gebied van regelgeving en milieu

De Groep is onderworpen aan wetten en regels in de verschillende landen waarin zij actief is. De Groep heeft milieubeleid en procedures ingevoerd gericht op het voldoen aan lokale milieu- en overige wetten.

Risico van vraag en aanbod

De Groep is blootgesteld aan de risico’s die het gevolg zijn van variaties in de prijs en het verkoopvolume van haar veestapel. De Directie voert regelmatig trendanalyses uit met betrekking tot de ontwikkeling van de volumes en prijzen van hennen en hanen.

 
Risico's met betrekking tot dierziekten

De Groep is blootgesteld aan reguliere risico’s gerelateerd aan agrarische activiteiten, onder andere de risico’s gerelateerd aan dierziekten. De Groep volgt de ontwikkelingen in de markt op de voet en past waar nodig haar beleid aan.

2.2.6.9 26. Geldmiddelen en kasequivalenten

De uitstaande deposito’s betreffen spaarrekeningen die direct kunnen worden aangewend zonder kosten. Op basis hiervan worden de deposito’s als onderdeel van de geldmiddelen en kasequivalenten gezien.

De geldmiddelen en kasequivalenten staan ter vrije beschikking van de Groep. De bankschulden zijn gestegen door een groter aandeel van korte termijn financiering binnen de faciliteit (zie noot 30).

In duizenden euro 31 december 2019 31 december 2018
 
Deposito's 4.647 611
Banksaldi 58.114 51.145
 
Geldmiddelen en kasequivalenten in de balans 62.761 51.756
 
Bankschulden -47.402 -13.307
 
Geldmiddelen en kasequivalenten in het kasstroomoverzicht 15.359 38.449
 

 

2.2.6.10 27. Activa aangehouden voor verkoop

Aansluiting van de boekwaarde
In duizenden euro 2019 2018
 
Stand op 1 januari - 1.737
Verworven via bedrijfscombinaties - 187
Herclassificatie van vaste activa 1.701 -
Afgestoten - -1.924
Aanpassing voor koersverschillen 36 -
 
Stand op 31 december 1.737 -

De activa van twee fabrieken in het Verenigd Koninkrijk en één fabriek in Nederland zijn geherclassificeerd van materiële vaste activa naar activa aangehouden voor verkoop. Inspanningen om de activa te verkopen zijn inmiddels gestart en een verkoop wordt verwacht in 2020.

De activa verworven via bedrijfscombinaties in 2018 heeft betrekking op een aantal vrachtwagens die overgenomen is als gevolg van de acquisitie van Maatman. Deze vrachtwagens zijn gedurende 2018 verkocht. Tevens is in 2018 een stuk grond in Doetinchem (Nederland) geclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop. Deze grond heeft een boekwaarde van nihil en een reële waarde van €0,9 miljoen. De grond is in 2019 verkocht met een boekwinst van €0,9 miljoen.

 

2.2.7 Eigen vermogen en verplichtingen

2.2.7.1 28. Eigen vermogen

A. Aandelenkapitaal en agio

In duizenden euro Gewone aandelen (aantal) Bedrag
  31 december 2019 31 december 2018 31 december 2019 31 december 2018
 
Gewone aandelen - nominale waarde €0,01 106.261.040 106.261.040 144.617 144.617
Prioriteitsaandeel - nominale waarde €0,01 1 1 - -
 
Uitstaand op 31 december - volgestort 106.261.041 106.261.041 144.617 144.617

Op 15 april 2016 is besloten de statuten van de Vennootschap te wijzigen en de juridische vorm van de Vennootschap om te zetten in een naamloze vennootschap en de nominale waarde van de aandelen verlaagd van €1,00 tot €0,01 per aandeel, met een ingangsdatum van 23 mei 2016. Op 31 december 2019, bestaat het aandelenkapitaal uit 106.261.040 gewone aandelen en 1 prioriteitsaandeel. Per balansdatum waren alle aandelen uitgegeven en volgestort. Het agio bestaat uit het positieve verschil tussen de uitgifteprijs en de nominale waarde van uitgegeven aandelen.

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft op 26 april 2019 machtiging verleend aan de Raad van Bestuur - onder goedkeuring van de Raad van Commissarissen - tot verkrijging van ForFarmers eigen aandelen (ongeacht de soort) tot een maximum van 10% van het geplaatste kapitaal van ForFarmers (bepaald ten tijde van de Algemene Vergadering). Op basis van die machtiging is ForFarmers op 3 mei 2019 gestart om, gedurende een periode van maximaal 18 maanden (de duur van de machtiging), eigen aandelen in te kopen voor (a) een bedrag van €30 miljoen en (b) voor de uitvoering van medewerkersparticipatieplannen in 2019. ForFarmers heeft in 2019, 2.734.250 aandelen (2018: 802.291) ingekocht voor een bedrag van €17,3 miljoen (2018: €8,1 miljoen) (inclusief kosten inkoop). Hiervan zijn 253.249 aandelen (2018: 179.579) voor een bedrag van €1,8 miljoen (2018: €1,8 miljoen) gecertificeerd ten behoeve van de medewerkersparticipatieplannen, waarmee het saldo inkoop eigen aandelen €75,5 miljoen (2018: €60,0 miljoen) (inclusief kosten inkoop) bedraagt.

 

(i) Gewone aandelen

Alle houders van gewone aandelen zijn gelijkgerechtigd. De houders van deze aandelen zijn gerechtigd tot het dividend dat wordt betaald en zijn gerechtigd tot het uitbrengen van een stem per aandeel in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de Vennootschap. Op de aandelen die door de Vennootschap zelf worden gehouden wordt geen dividend uitgekeerd en wordt geen stemrecht uitgeoefend.

(ii) Prioriteitsaandeel

Het prioriteitsaandeel wordt gehouden door Coöperatie FromFarmers U.A. Als gevolg van de aandelen in eigen bezit van de Vennootschap kon de Coöperatie FromFarmers U.A. op de meest recente peildatum van 1 januari 2020 voor 47,9% van de totaal op gewone aandelen uit te brengen stemmen het stemrecht uitoefenen (zie noot 1). Daarnaast kon de Coöperatie steminstructie geven met betrekking tot de door Stichting Beheer- en Administratiekantoor gehouden aandelen (8,2%), waarmee de Coöperatie FromFarmers U.A. in totaal een stembelang van 56,1% heeft. Als prioriteitsaandeelhouder geldt dat Coöperatie FromFarmers U.A.:
 (i)       een aanbevelingsrecht heeft voor vier van de zes leden van de Raad van Commissarissen;

(ii)      na overleg met de Raad van Commissarissen een commissaris als voorzitter kan benoemen;

(iii)     een goedkeuringsrecht heeft met betrekking tot de besluiten van de Raad van Bestuur omtrent:

  1. het verplaatsen van het hoofdkantoor van de Vennootschap buiten Oost-Nederland (Gelderland en Overijssel);

  2. een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de Vennootschap of onderneming ten gevolge van (1) overdracht van de onderneming of vrijwel de gehele onderneming aan een derde of (2) het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking van de Vennootschap of een dochtermaatschappij met een andere rechtspersoon of vennootschap dan wel als volledig aansprakelijke vennoot in een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma, indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de Vennootschap;

  3. het nemen of afstoten van een deelneming in het kapitaal van een vennootschap ter waarde van ten minste een derde van het eigen vermogen volgens de balans met toelichting of, indien de Vennootschap een geconsolideerde balans opstelt, volgens de geconsolideerde balans met toelichting volgens de laatst vastgestelde jaarrekening van de Vennootschap, door haar of een dochtermaatschappij;

  4. het wijzigen van de statuten van de Vennootschap;

  5. het aangaan van een fusie of splitsing.

Voor de voorwaarden voor het houden van het prioriteitsaandeel en de bijzondere zeggenschapsrechten die daaraan verbonden zijn in het geval dat stemrecht en/of steminstructie voor minder dan 50% kan worden uitgeoefend of gegeven, wordt verwezen naar de Verklaring inzake Corporate Governance.

Het prioriteitsaandeel is geclassificeerd als eigen vermogen, omdat aan het aandeel geen verplichting is verbonden om geldmiddelen in te brengen en geen verrekening vereist in een variabel aantal van de eigenvermogensinstrumenten van de Vennootschap.

B. Aard en doel van reserves

(i) Reserve eigen aandelen

De reserve voor de (certificaten van) aandelen die de Vennootschap in haar eigen kapitaal houdt bestaat uit de kosten van verwerving van deze (certificaten van) aandelen. De (certificaten van) aandelen in eigen bezit worden in mindering gebracht op het eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders.

De (certificaten van) aandelen in eigen bezit worden verantwoord tegen kostprijs, welke wordt gevormd door de marktprijs op de dag van verwerving, waarbij de nominale waarde van de aangekochte (certificaten van) aandelen wordt gedebiteerd ten laste van de reserve eigen aandelen. Indien (certificaten van) aandelen in eigen beheer weer worden verkocht wordt de nominale waarde van de aandelen gecrediteerd ten gunste van de reserve eigen aandelen. Ieder verschil tussen de nominale waarde en de marktprijs wordt verantwoord als een correctie op de reserve ingehouden winsten.

Gedurende het boekjaar verwierf de Vennootschap 2.734.250 van haar eigen aandelen als onderdeel van het inkoopprogramma eigen aandelen en in het kader van het medewerkersparticipatieplan. 

 

Per 31 december 2019, hield de Groep 8.573.005 van de (certificaten van) aandelen in de Vennootschap in eigendom.

In 2018 verwierf de Vennootschap 802.291 van haar eigen aandelen als onderdeel van het inkoopprogramma eigen aandelen en in het kader van het medewerkersparticipatieplan. Per 31 december 2018, hield de Groep 6.092.004 van de (certificaten van) aandelen in de Vennootschap in eigendom.

De mutatie in de aandelen in eigen bezit kan als volgt worden samengevat:

De mutatie in de reserve eigen aandelen
  Aantal aandelen Nominale waarde in duizend euro
  2019 2018 2019 2018
 
Stand op 1 januari 6.092.004 5.469.292 61 55
Terugkoop werknemersparticipatieplan 251.852 186.502 3 2
Heruitgifte werknemersparticiptatieplan -253.249 -179.579 -3 -2
Inkoop eigen aandelen 2.482.398 615.789 25 6
 
Stand op 31 december 8.573.005 6.092.004 86 61

(ii) Reserve omrekeningsverschillen

De reserve omrekeningsverschillen omvat alle valutaverschillen op vreemde valuta die ontstaan door activiteiten van buitenlandse deelnemingen. De toename van deze reserve per 31 december 2019 is het gevolg van de revaluatie van zowel het Britse pond als van de Poolse zloty.

(iii) Reserve kasstroomafdekkingen

De reserve kasstroomafdekkingen omvat het effectieve deel van de cumulatieve nettomutatie in de reële waarde van kasstroomafdekkingsinstrumenten, in afwachting van latere verwerking in het resultaat op het moment dat de afgedekte kasstromen het resultaat raken. Dit betreft het resultaat op derivaten voor de aankoop van Tasomix en dieselhedges.

(iv) Overige reserves en ingehouden winsten

De overige reserves worden aangehouden door de Vennootschap op grond van statutaire bepalingen. De ingehouden winsten worden gevormd door het saldo van winsten die niet zijn uitgekeerd aan de aandeelhouders.

Ten aanzien van dividendbesluiten wordt verwezen naar de statutaire resultaatbestemmingsregeling in de overige gegevens.

Voor een verdere detaillering van de overige reserves en ingehouden winsten wordt verwezen naar noot 49, eigen vermogen bij de toelichting van de enkelvoudige jaarrekening.

C. Dividend

De Vennootschap heeft de volgende dividenden vastgesteld en uitgekeerd:

Uitbetaald in het jaar
In duizenden euro 2019 2018
 
€0,30 per in aanmerking komend gewoon aandeel (2018: €0,30) 30.051 30.053
 
  30.051 30.053

Het dividend wordt bepaald op basis van het per jaareinde aantal aandelen in omloop ter hoogte van 97,7 miljoen (2018: 100,2 miljoen). In overeenstemming met de dividendprocedure wordt het te betalen dividend verrekend (indien van toepassing) met uitstaande debiteuren en vorderingen op de Coöperatie FromFarmers U.A. (€1,0 miljoen in 2019), waardoor het in 2019 betaalde dividend uitkomt op €29,4 miljoen (inclusief €0,4 miljoen dividend aan de minderheidsaandeelhouder van ForFarmers Thesing Mischfutter GmbH & Co. KG). De ingekochte aandelen zijn niet dividend gerechtigd.

 

Na de balansdatum heeft de Directie de volgende dividenden voorgesteld. Het dividend wordt uitgekeerd op 8 mei 2020. Voor de dividenden is geen verplichting opgenomen en er zijn geen fiscale gevolgen voor de Vennootschap.

Voorgesteld over het jaar
In duizenden euro noot 2019 2018
 
€0,28 per in aanmerking komend gewoon aandeel (2018: totaal dividend van €0,30) 49 27.353 30.051
 
    27.353 30.051

Het totale dividend van €27.353 duizend bestaat uit een dividend van €18.216 duizend en een speciaal dividend van €9.137 duizend.

Het totale dividend in 2018 van €30.051 duizend bestaat uit een dividend van €28.360 duizend en een speciaal dividend van €1.691 duizend.

Change layout to 1 column

D. Niet-gerealiseerde resultaten geaccumuleerd in de reserves, na belasting

    Toe te rekenen aan aandeelhouders van de Vennootschap    
In duizenden euro noot Reserve omrekenings- verschillen Reserve kasstroom- afdekkingen Overige reserves en ingehouden winsten Totaal Minder- heids- belangen Totaal niet-gerealiseerde resultaten
2019              
Herwaardering van toegezegd-pensioenverplichtingen 15B , 16B - - -16 -16 - -16
Buitenlandse activiteiten - valuta omrekeningsverschillen 16B 5.122 - - 5.122 - 5.122
Kasstroomafdekkingen - effectieve deel van reële waardeveranderingen 16B - 417 - 417 - 417
Kasstroomafdekkingen - geherclassificeerd naar de winst-en-verliesrekening / balans 16B - - - - - -
Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode - aandeel in niet-gerealiseerde resultaten 16B - - -18 -18 - -18
Totaal   5.122 417 -34 5.505 - 5.505
 
 
2018              
Herwaardering van toegezegd-pensioenverplichtingen 15B , 16B - - 9.864 9.864 - 9.864
Buitenlandse activiteiten - valuta omrekeningsverschillen 16B -961 - - -961 - -961
Kasstroomafdekkingen - effectieve deel van reële waardeveranderingen 16B - -330 - -330 - -330
Kasstroomafdekkingen - geherclassificeerd naar de winst-en-verliesrekening / balans 16B - -566 - -566 - -566
Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode - aandeel in niet-gerealiseerde resultaten 16B - - -11 -11 - -11
Totaal   -961 -896 9.853 7.996 - 7.996

Change layout to 2 columns

2.2.7.2 29. Kapitaalmanagement

ForFarmers maakt bij de bewaking van haar vermogenspositie gebruik van het rendementscijfer rendement op het gemiddeld geïnvesteerd vermogen. Dit rendementscijfer is gedefinieerd als de onderliggende EBIT(DA) in verhouding tot het gemiddeld geïnvesteerd vermogen (het 12-maands gemiddelde van de som van het eigen vermogen en langlopende verplichtingen gecorrigeerd voor geldmiddelen en kasequivalenten, bankschulden, activa aangehouden voor verkoop en deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode). Het gemiddeld geïnvesteerd vermogen bedraagt in 2019 €547,0 miljoen (2018: €434,5 miljoen) en het EBITDA rendement op het gemiddeld geïnvesteerd vermogen bedroeg 16,2% (2018: 23,0%). Deze ratio wordt per cluster berekend en maakt de clusters beter vergelijkbaar. Het EBIT rendement op het gemiddeld geïnvesteerd vermogen bedroeg 8,8% (2018: 16,4%).

 
Financiering

De lange termijn doelstelling van ForFarmers is om de verhouding netto schuld ten opzichte van de genorma­liseerde EBITDA maximaal 2,5 te laten bedragen. De genormaliseerde EBITDA wordt gedefinieerd conform de convenantbepalingen in de financieringsovereenkomst met de banken, waarvoor wordt verwezen naar noot 30. De netto schuld-genormaliseerde EBITDA ratio per 31 december 2019 en 31 december 2018 wordt weergegeven in onderstaande tabel.

De lange termijn doelstelling is lager dan de in het financieringsarrangement vereiste maximaal toegestane ratio, zie noot 30. ForFarmers heeft in het boekjaar voldaan aan alle financieringsconvenanten.

Change layout to 1 column

In duizenden euro noot 2019 2018
 
Leningen en overige financieringsverplichtingen 30 22.367 54.917
Leaseverplichtingen   24.102 586
Bankschulden 26 47.402 13.307
Minus: geldmiddelen en kasequivalenten 26 -62.761 -51.756
 
Netto schuld   31.110 17.054
 
Exclusief IFRS 16 leaseverplichtingen zoals vastgelegd in de financieringsovereenkomst   -24.102 -
 
Netto schuld in overeenstemming met financieringsovereenkomst   7.008 17.054
 
Bedrijfsresultaat voor afschrijving, amortisatie en bijzondere waardevermindering (EBITDA)   85.180 103.920
Exclusief impact IFRS 16 zoals vastgelegd in de financieringsovereenkomst 2 -5.818 -
Overige aanpassingen zoals vastgelegd in de financieringsovereenkomst   185 7.137
 
Genormaliseerde EBITDA   79.547 111.057
 
Leverage ratio (verhouding netto schuld - genormaliseerde EBITDA)   0,09 0,15
Interest coverage ratio (verhouding genormaliseerde EBITDA - netto rentelasten op leningen)   58,53 105,47

Change layout to 2 columns

Inkoopprogramma eigen aandelen

Het totaal aantal aandelen dat volgens het inkoopprogramma eigen aandelen is ingekocht bedraagt 2.482.398 aandelen (exclusief inkoop ten behoeve van de participatieplannen), voor een totaalbedrag van €15,5 miljoen, zie noot 28A voor meer informatie.

2.2.7.3 30. Leningen en overige financieringsverplichtingen

In duizenden euro noot 31 december 2019 31 december 2018
 
Bankleningen zonder zekerheden   19.287 39.083
Bankleningen met zekerheden 30C - 10.220
Leningen van verbonden partijen   3.080 3.051
 
Totaal langlopend   22.367 52.354
 
Bankleningen zonder zekerheden   - 131
Bankleningen met zekerheden 30C - 2.432
 
Totaal kortlopend   - 2.563

 

De financieringsovereenkomst heeft geen kortlopende aflossingsverplichtingen per 31 december 2019 (31 december 2018: €2.563 duizend). Voor informatie inzake de financieringsovereenkomst wordt verwezen naar noot 30B.

Informatie over de blootstelling van de Groep aan rente-, vreemde valuta- en liquiditeitsrisico's is toegelicht in noot 32.

Change layout to 1 column

A. Voorwaarden en aflossingsschema

De voorwaarden voor de uitstaande leningen kunnen als volgt worden weergegeven:

  Valuta Nominale rente Jaar van afloop Nominale waarde 31 december 2019 Boekwaarde 31 december 2019 Nominale waarde 31 december 2018 Boekwaarde 31 december 2018
In duizenden euro   %          
 
Bankleningen zonder zekerheden (variabele rente) EUR EURIBOR + 0.55% 2024 20.000 19.287 - -
Bankleningen zonder zekerheden (variabele rente) GBP     - - 39.456 39.214
Bankleningen met zekerheden (variabele rente)1 PLN     - - 12.286 12.285
Bankleningen met zekerheden (variabele rente)1 EUR     - - 367 367
Leningen van verbonden partijen PLN 3.8% 2021 3.080 3.080 3.051 3.051
 
Totaal rentedragende verplichtingen       23.080 22.367 55.160 54.917
 
(1) De lokale bankleningen met zekerheden zijn gedurende 2019 volledig afgelost door middel van de nieuwe financiering

Change layout to 2 columns

B. Bankleningen zonder zekerheden

(i) Herfinanciering

Op 25 juni 2019 heeft ForFarmers een nieuwe kredietfaciliteit ondertekend ter waarde van €300 miljoen met een internationaal bankensyndicaat. Deze faciliteit vervangt de vorige financieringsovereenkomst, die eveneens €300 miljoen bedroeg. De voormalige financieringsovereenkomst was getekend in 2014 en had een looptijd tot 31 januari 2020. De nieuwe faciliteit heeft een looptijd tot 25 juli 2024 en heeft de mogelijkheid om twee keer met een jaar te worden verlengd. De faciliteit is verstrekt door een internationaal syndicaat van banken bestaande uit ABN AMRO, HSBC, ING, KBC en Rabobank. Per 31 december 2019 werd nominaal €20,0 miljoen (31 december 2018: £35,0 miljoen (€39,1 miljoen) onder de oude faciliteit) van deze nieuwe faciliteit gebruikt. Het rentepercentage op de financiering is gebaseerd op Euribor en/of Libor of Wibor (afhankelijk van de valuta waarin bedragen zijn getrokken onder de faciliteit) plus een marge tussen 0,5% en 1,55% (2018: tussen 0,7% en 1,6%). De marge hangt af van de leverage ratio; op basis van de ratio in 2019 bedraagt de Euro funding 0,55% (2018: 0,7%).

Convenantrichtlijnen

Bestaande richtlijnen voor de financiële ratio’s:

  • Leverage ratio, die wordt bepaald door de netto schuld gedeeld door genormaliseerde EBITDA. De leverage ratio mag niet meer bedragen dan 3,5.
  • Interest coverage ratio, die wordt bepaald door het resultaat uit genormaliseerde EBITDA te delen door de netto-financieringslasten en niet minder dan 4,0 mag zijn.

Netto schuld betekent het totale bedrag van alle schulden aan kredietinstellingen en andere financiers (exclusief financiële leaseovereenkomsten) minus geldmiddelen en kasequivalenten.

EBITDA betekent het bedrijfsresultaat (EBIT) vermeerderd met het bedrag van de amortisatie en afschrijvingen op activa, gecorrigeerd voor de IFRS 16 lease impact.

Genormaliseerde EBITDA betekent, met betrekking tot een bepaalde periode, de EBITDA in die periode:

  • inclusief EBITDA van een verworven onderneming gedurende de desbetreffende periode voor het deel van die periode voorafgaand aan het moment van acquisitie;
  • exclusief EBITDA toerekenbaar aan een Groepsmaatschappij (of enig onderdeel van de Groep) verkocht tijdens de desbetreffende periode voor het deel voorafgaand aan de datum van verkoop tenzij de verkoopprijs met betrekking tot deze verkoop nog niet in de desbetreffende periode is ontvangen, in welk geval de EBITDA van de verkochte onderneming of activiteit in de genormaliseerde EBITDA zal worden opgenomen, met dien verstande dat wanneer de verkoopprijs deels is ontvangen in de relevante periode een proportioneel deel van de EBITDA van de verkochte onderneming of activiteit zal worden opgenomen in de genormaliseerde EBITDA;
  • exclusief buitengewone kosten, zoals herstructurering, desinvesteringen, herwaarderingen, (terugneming van) bijzondere waardeverminderingen en desinvesteringen als gevolg van niet voortgezette bedrijfsactiviteiten met dien verstande dat het totale bedrag van zulke kosten het bedrag van 10% van EBITDA niet overschrijdt.
  • inclusief kostenbesparingen en synergiën welke de Groep voornemens is te realiseren binnen 18 maanden samenhangend met een verworven onderneming, herstructurering, reorganisatie of vergelijkbaar initiatief waarbij het totale bedrag van deze kosten niet meer dan 15% van EBITDA bedragen. Wanneer de kosten hoger zijn dan 7,5% van EBITDA dan dient de Groep een externe partij opdracht te geven tot certificeren van deze kosten.

Netto rentelasten betekent het netto bedrag van de financiële baten minus rente, commissie, fees, kortingen en andere financiële lasten verantwoord in de relevante periode in overeenstemming met de van toepassing zijnde verslaggevingsregels.

Per 31 december 2019 waren de leverage ratio en de interest coverage ratio positief conform de van toepassing zijnde verslaggevingsregels. Hiermee voldoet ForFarmers per 31 december 2019 volledig aan de voorwaarden en condities van de convenanten (2018: idem).

(ii) Overige leningen zonder zekerheden

ForFarmers Thesing, Duitsland, heeft een financieringsovereenkomst met de Bremer Landesbank, vrij van zekerheden, met een maximum bedrag van €6 miljoen. Van deze faciliteit wordt per balansdatum voor €0,9 miljoen gebruik gemaakt (2018: €1,8 miljoen).

 

C. Bankleningen met zekerheden

2019

De lokale bankleningen met zekerheden met betrekking tot de in 2018 geacquireerde entiteiten Voeders Algoet (België) en Tasomix (Polen) zijn gedurende 2019 volledig afgelost door middel van de hiervoor beschreven nieuwe financiering.

2018

De bankleningen met zekerheden ter hoogte van €12,7 miljoen hebben betrekking op de in 2018 geacquireerde entiteiten Voeders Algoet (België) en Tasomix (Polen). Ten behoeve van deze leningen waren de volgende zekerheden verstrekt:

Voeders Algoet -  ING Bank

  • Mandaat pandrecht op roerende goederen.

Tasomix  - Credit Agricole, PKO BP S.A.

  • Stille verpanding op de vorderingen voor een totaalbedrag van €3,5 miljoen (PLN 15 miljoen).

  • Hypothecaire zekerheid op vastgoed voor een totaalbedrag van €20,9 miljoen (PLN 89,7 miljoen).

  • Pandrecht op de bedrijfsinventaris en voorraden.

 
Overige financieringsverplichtingen met zekerheden

Over de leaseverplichtingen wordt effectief ook zekerheid gegeven, omdat de rechten inzake het geleasede actief naar de lessor terugkeren in het geval van in gebreke zijn.

Change layout to 1 column

D. Aansluiting van mutaties in verplichtingen met kasstromen uit financieringsactiviteiten

In duizenden euro noot Leningen en overige financierings- verplichtingen Leasever- plichtingen Reserves Overige reserves en ingehouden winsten Onverdeeld resultaat Minder- heids- belangen Totaal
Stand op 31 december 2018   54.917 586 -7.610 239.990 58.590 5.166  
Additionele IFRS 16 leaseverplichtingen   - 24.987 - - - -  
Stand op 1 januari 2019   54.917 25.573 -7.610 239.990 58.590 5.166  
Mutaties in kasstroom uit financieringsactiviteiten
Inkoop van eigen aandelen 30 - - -25 -15.481 - - -15.506
Opbrengst uit verkoop van eigen aandelen met betrekking tot het medewerkersparticipatieplan 30 - - - 1.339 - - 1.339
Terugkoop van eigen aandelen met betrekking tot het medewerkersparticipatieplan 30 - - - -1.805 - - -1.805
Leasebetalingen   - -6.260 - - - - -6.260
Opname leningen 30 45.000 - - - - - 45.000
Terugbetaling banklening 30 -77.128 - - - - - -77.128
Transactiekosten in verband met leningen   -1.135 - - - - - -1.135
Betaling van afwikkeling derivaten 30 - - -115 - - - -115
Betaald dividend 28 , 30 - - - -29.007 - -401 -29.408
Totaal mutaties in kasstroom uit financieringsactiviteiten   -33.263 -6.260 -140 -44.954 - -401 -85.018
 
Verwerving dochteronderneming   - - - - - -  
Mutaties in reële waarde   385 -470 - - - -  
Effect van wijzigingen in wisselkoersen   19 474 - - - -  
Overige mutaties1   309 4.785 5.654 57.959 -40.885 367  
 
Stand op 31 december 2019   22.367 24.102 -2.096 252.995 17.705 5.132  
 
In duizenden euro noot Leningen en overige financierings- verplichtingen Leasever- plichtingen Reserves Overige reserves en ingehouden winsten Onverdeeld resultaat Minder- heids- belangen Totaal
Stand op 1 januari 2018   44.429 107 -5.747 207.781 58.554 4.629  
Mutaties in kasstroom uit financieringsactiviteiten
Inkoop van eigen aandelen 30 - - -6 -5.873 - - -5.879
Opbrengst uit verkoop van eigen aandelen met betrekking tot het medewerkersparticipatieplan 30 - - - 1.503 - - 1.503
Terugkoop van eigen aandelen met betrekking tot het medewerkersparticipatieplan 30 - - - -2.192 - - -2.192
Leasebetalingen   - -1.115 - - - - -1.115
Opname leningen 30 1.608 - - - - - 1.608
Terugbetaling banklening 30 -5.928 - - - - - -5.928
Betaling van afwikkeling derivaten 30 - - - -81 - - -81
Betaald dividend 28 , 30 - - - -29.077 - -400 -29.477
Totaal mutaties in kasstroom uit financieringsactiviteiten   -4.320 -1.115 -6 -35.720 - -400 -41.561
 
Verwerving dochteronderneming   14.468 1.439 - - - -  
Mutaties in reële waarde   460 - - - - -  
Effect van wijzigingen in wisselkoersen   -120 30 - - - -  
Overige mutaties1   - 125 -1.857 67.929 36 937  
 
Stand op 31 december 2018   54.917 586 -7.610 239.990 58.590 5.166  
(1) De overige mutaties bevatten onder meer niet kas mutaties en eigen vermogen gerelateerde mutaties

2.2.7.4 31. Voorzieningen

2019
In duizenden euro Bodemsanering Sloopkosten Herstructurering Verlieslatende contracten Overig Totaal
 
Stand op 1 januari 2019 784 205 204 661 1.542 3.396
Verworven via bedrijfscombinaties - - - - - -
In boekjaar getroffen voorzieningen - 969 3.679 609 724 5.981
In boekjaar vrijgevallen voorzieningen -18 - -367 -106 -233 -724
In boekjaar gebruikte voorzieningen - - -2.008 -793 -566 -3.367
Effect van discontering 7 - - - 8 15
Overige mutatie - - -100 - - -100
Translatie verschillen 1 31 43 - 14 89
 
Stand op 31 december 2019 774 1.205 1.451 371 1.489 5.290
 
Langlopend 774 1.172 - - 1.069 3.015
Kortlopend - 33 1.451 371 420 2.275
 
Stand op 31 december 2019 774 1.205 1.451 371 1.489 5.290

2018
In duizenden euro Bodemsanering Sloopkosten Herstructurering Verlieslatende contracten Overig Totaal
 
Stand op 1 januari 2018 684 383 398 572 1.344 3.381
Verworven via bedrijfscombinaties 150 - - - 180 330
In boekjaar getroffen voorzieningen 32 39 227 1.137 297 1.732
In boekjaar vrijgevallen voorzieningen -88 -220 -134 -453 -213 -1.108
In boekjaar gebruikte voorzieningen - - -285 -597 -270 -1.152
Effect van discontering 6 3 - 2 8 19
Overige mutatie - - - - 199 199
Translatie verschillen - - -2 - -3 -5
 
Stand op 31 december 2018 784 205 204 661 1.542 3.396
 
Langlopend 784 129 - - 1.111 2.024
Kortlopend - 76 204 661 431 1.372
 
Stand op 31 december 2018 784 205 204 661 1.542 3.396

2.2.7.4.1

A. Bodemsanering

De voorziening voor bodemsanering heeft betrekking op verwachte onvermijdbare kosten voor het reinigen van vervuilde terreinen. De Groep voert periodiek beoordelingen uit om vast te stellen of terreinen zijn vervuild. Op het moment dat vervuiling wordt geconstateerd worden de onvermijdbare kosten om te saneren ingeschat en voorzien.

 

B. Sloopkosten

De in het boekjaar getroffen voorzieningen heeft met name betrekking op activa die aan het eind van de economische levensduur verwijderd dienen te worden.

In voorgaande jaren is een voorziening getroffen voor sloopkosten die het gevolg zijn van de sluiting van een locatie in Nederland. De langlopende voorziening voor sloopkosten is in voorgaande jaren getroffen voor een in gebruik zijnde activa en wordt naar verwachting aan het einde van de economische levensduur aangewend. 

C. Herstructurering

De mutaties in de herstructureringsvoorziening zijn met name het gevolg van de sluiting van bepaalde fabriekslocaties en het aangekondigde efficiency programma.

D. Verlieslatende contracten

De in het boekjaar getroffen voorzieningen en het gebruik van de voorziening voor verlieslatende contracten heeft voornamelijk betrekking op een aantal verlieslatende termijncontracten.

E. Overig

De overige voorzieningen hebben met name betrekking op juridische geschillen en claims. 

Daarnaast is ForFarmers betrokken bij verschillende disputen waarvan de Groep van mening is dat de impact niet materieel is, hoogstwaarschijnlijk geen financiële impact als resultaat heeft of waarvan de omvang van de potentiële impact niet betrouwbaar is in te schatten (zie ook noot 37 betreffende niet in de balans opgenomen verplichtingen).

 

2.2.7.5 32. Handelsschulden en overige verplichtingen

In duizenden euro   31 december 2019 31 december 2018
 
Handelsschulden aan verbonden partijen 38 2.520 2.847
Overige handelsschulden   210.759 198.935
Overlopende passiva   44.394 49.014
Belastingen (anders dan vennootschapsbelasting) en sociale lasten   9.127 6.206
Voorwaardelijke vergoedingen 6 9.755 19.211
Derivaten 33 - 461
Put optie verplichting 6 26.665 32.279
 
Totaal   303.220 308.953
 
Langlopend   26.664 41.258
Kortlopend   276.556 267.695
 
Totaal   303.220 308.953

De afname van de voorwaardelijke vergoeding heeft met name betrekking op de afwikkeling van Maatman en Van Gorp en de vrijgevallen vergoedingen. De put optie verplichting heeft betrekking op de overname van Tasomix en betreft een langetermijnverplichting die contant is gemaakt met een discontovoet hoger dan 10%. De afname van deze verplichting is het gevolg van de verwachting omtrent de realisatie van operationele doelen. Zie noot 6 en 17 voor meer informatie inzake de voorwaardelijke vergoedingen en de put optie verplichting.

De overlopende passiva hebben onder andere betrekking op nog te ontvangen facturen en nog te betalen personeelskosten.

Informatie over de voor de Groep relevante valuta- en liquiditeitsrisico's is toegelicht in noot 33C.
  
 

2.2.8 Financiële instrumenten

2.2.8.1 33. Financiële instrumenten – Reële waarden en risico management

A. Verwerkingscategorieën en reële waarden

De volgende tabel geeft de boekwaarden en reële waarden weer van de financiële activa en financiële verplichtingen, inclusief hun niveaus in de reële waarde hiërarchie. De tabel bevat geen reële waarde informatie voor financiële activa en financiële verplichtingen niet gewaardeerd op reële waarde indien de boekwaarde een redelijke benadering is van de reële waarde.

31 december 2019
    Boekwaarde Reële waarde
In duizenden euro noot Verplicht tegen FVTPL - overig(1) Afdekkingsinstrumenten tegen reële waarde Geamortiseerde kostprijs Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde
Voor afdekking gebruikte brandstof swaps (derivaten) 23 - 114 - 114 - 114 - 114
    - 114 - 114 - 114 - 114
 
Financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde
Eigenvermogensinstrumenten (overige beleggingen) 23 - - 28 28 - - - -
Handels- en overige vorderingen(2) 23 - - 239.100 239.100 - - - -
Geldmiddelen en kasequivalenten 26 - - 62.761 62.761 - - - -
    - - 301.889 301.889 - - - -
 
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde
Voorwaardelijke vergoeding 33 -9.755 - - -9.755 - - -9.755 -9.755
Put optie verplichting 33 -26.665 - - -26.665 - - -26.665 -26.665
Voor afdekking gebruikte valutatermijncontracten (derivaten) 33 - - - - - - - -
Voor afdekking gebruikte brandstof swaps (derivaten) 33 - - - - - - - -
    -36.420 - - -36.420 - - -36.420 -36.420
 
Financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde
Bankschulden 26 - - -47.402 -47.402 - - - -
Leningen en overige financieringsverplichtingen 30 - - -19.286 -19.286 - - - -
Leaseverplichtingen   - - -24.102 -24.102 - - - -
Handelsschulden en overige verplichtingen(3) 32 - - -266.800 -266.800 - - - -
    - - -357.590 -357.590 - - - -
 
(1) Reële waarde door winst en verlies
(2) Exclusief derivaten en overige beleggingen
(3) Exclusief voorwaardelijke vergoedingen en de put optie verplichting

31 december 2018
    Boekwaarde Reële waarde
In duizenden euro noot Verplicht tegen FVTPL - overig(1) Afdekkingsinstrumenten tegen reële waarde Geamortiseerde kostprijs Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde
Voor afdekking gebruikte brandstof swaps (derivaten) 23 - - - - - - - -
    - - - - - - - -
 
Financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde
Eigenvermogensinstrumenten (overige beleggingen) 23 - - 28 28 - - - -
Handels- en overige vorderingen(2) 23 - - 264.280 264.280 - - - -
Geldmiddelen en kasequivalenten 26 - - 51.756 51.756 - - - -
    - - 316.064 316.064 - - - -
 
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde
Voorwaardelijke vergoeding 33 -19.211 - - -19.211 - - -19.211 -19.211
Put optie verplichting 33 -32.279 - - -32.279 - - -32.279 -32.279
Voor afdekking gebruikte valutatermijncontracten (derivaten) 33 - -36 - -36 - -36 - -36
Voor afdekking gebruikte brandstof swaps (derivaten) 33 - -425 - -425 - -425 - -425
    -51.490 -461 - -51.951 - -461 -51.490 -51.951
 
Financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde
Bankschulden 26 - - -13.307 -13.307 - - - -
Leningen en overige financieringsverplichtingen 30 - - -51.866 -51.866 - - - -
Leaseverplichtingen   - - -586 -586 - - - -
Handelsschulden en overige verplichtingen(3) 32 - - -257.002 -257.002 - - - -
    - - -322.761 -322.761 - - - -
 
(1) Reële waarde door winst en verlies
(2) Exclusief derivaten en overige beleggingen
(3) Exclusief voorwaardelijke vergoedingen en de put optie verplichting

Change layout to 2 columns

B. Bepaling van de reële waarden

Waarderingstechnieken en belangrijke niet-waarneembare input

In de volgende tabellen worden de waarderingstechnieken uiteengezet die worden gebruikt voor het bepalen van reële waarden van Niveau 2 en Niveau 3, voor financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde in de balans, evenals de belangrijke niet-waarneembare inputs die daarbij zijn gebruikt. Gerelateerde waarderingsprocessen zijn beschreven in noot 4.

Change layout to 1 column

Financiële instrumenten gewaardeerd op reële waarde
Type Waarderingstechniek Belangrijke niet-waarneembare input
Valutatermijncontracten De reële waarde is bepaald op basis van genoteerde termijnkoersen op de rapportagedatum en contante-waardeberekeningen gebaseerd op hoge kredietkwaliteit rendementscurves van de respectievelijke valuta's. Niet van toepassing
Rente swaps en brandstof swaps De Groep sluit derivaten af met financiële instituten met een hoge credit-rating, Derivaten worden gewaardeerd gebaseerd op waarderingstechnieken die gebruikmaken van waarneembare marktinput, De meest gebruikte waarderingstechnieken zijn swapmodellen die gebruik maken van contante waarde berekeningen. Niet van toepassing
Voorwaardelijke vergoeding en put optie verplichting Het waarderingsmodel gaat uit van de contante waarde van de verwachte betaling, contant gemaakt met behulp van een voor risico’s gecorrigeerde disconteringsvoet. De verwachte betaling wordt bepaald op basis van mogelijke scenario’s over de verwachte afzetvolume / EBITDA ontwikkeling, de inbaarheid bruto handelsvorderingen en de verwachte netto schuld positie, het bedrag dat bij elk van de scenario’s moet worden betaald en de waarschijnlijkheid van elk scenario. • Prognose van de jaarlijkse groeivoet van het afzetvolume.
• Prognose ontvangsten bruto handelsvorderingen.
• Prognose netto schuld positie.
• Voor risico’s gecorrigeerde disconteringsvoet.
De geschatte reële waarde zal toenemen (afnemen) naargelang:
• de jaarlijkse groeivoet van het afzetvolume hoger (lager) uitvalt.
• de ontvangsten van de bruto handelsvorderingen van de standaardbetaaltermijn positief (negatief) afwijken.
• de werkelijke netto schuld positie positief (negatief) van de verwachte netto schuld positie afwijkt.
• de voor risico’s gecorrigeerde disconteringsvoet lager (hoger) uitvalt.
 
Financiële instrumenten niet gewaardeerd op reële waarde
Type Waarderingstechniek Belangrijke niet-waarneembare input
Eigenvermogensinstrumenten (langlopend) Voor investeringen in eigenvermogensinstrumenten die geen genoteerde marktprijs hebben in een actieve markt voor een identiek instrument (dat wil zeggen een Level 1 input) zijn toelichtingen van de reële waarde niet vereist. Niet van toepassing
Leningen en vorderingen (langlopend) Contant gemaakte kasstromen. Niet van toepassing
Geldmiddelen, handels- en overige vorderingen en overige financiële verplichtingen (kortlopend) Gezien de korte termijn van deze instrumenten benadert de boekwaarde de marktwaarde. Niet van toepassing
Overige financiële verplichtingen (langlopend) Contant gemaakte kasstromen. De reële waarde van langetermijnsverplichtingen is gelijk aan de boekwaarde omdat ingevolge de financieringsovereenkomst variabele marktrentetarieven van toepassing zijn. Niet van toepassing

Change layout to 2 columns

C. Financieel risicomanagement

(i) Risk management raamwerk

De Directie heeft de eindverantwoordelijkheid en het overzicht over het risico raamwerk van de Groep. De Directie heeft een 'Risk Advisory Board' ingesteld, welke verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en bewaking van het risicobeheer van de Groep. De Risk Advisory Board rapporteert regelmatig aan de Directie, de Audit Committee en de Raad van Commissarissen over haar activiteiten. De Groep beschouwt de acceptatie van risico’s en het onderkennen van mogelijkheden als een onmisbaar onderdeel om haar strategische doelstellingen te kunnen realiseren. Risicobeheer draagt bij aan de realisatie van de strategische doelstellingen en zorgt dat kan worden voldaan aan de vereisten van goed ondernemingsbestuur. Via een actieve bewaking van het risicobeheer richt de Groep zich op het creëren van een hoog niveau van bewustzijn in termen van risicobeheer. De opzet en coördinatie van risicobeheer vindt plaats vanuit het team Corporate Governance & Compliance.

De Groep is blootgesteld aan de volgende risico’s voortvloeiend uit financiële instrumenten:

  • kredietrisico;
  • liquiditeitsrisico;
  • marktrisico.

(ii) Kredietrisico

Kredietrisico is het risico van financieel verlies voor de Groep indien een afnemer of tegenpartij van een financieel instrument de aangegane contractuele verplichtingen niet nakomt. Kredietrisico’s vloeien met name voort uit vorderingen op klanten en uit beleggingen in schuldpapier.

De bruto boekwaarde van de financiële activa vertegenwoordigt het maximale kredietrisico.  

Handels- en overige vorderingen

De blootstelling aan kredietrisico van de Groep wordt hoofdzakelijk bepaald door de individuele kenmerken van de afzonderlijke afnemers. Daarnaast houdt het management ook rekening met het risico op wanbetaling in de bedrijfstak en/of het land waarin de afnemers actief zijn. Zie noot 5 en 8 voor nadere informatie over de concentratie van de opbrengsten.

De Groep handelt met kredietwaardige partijen en heeft procedures opgezet om de kredietwaardigheid vast te stellen. Daarnaast heeft de Groep richtlijnen gedefinieerd om de omvang van het kredietrisico van elke partij te limiteren. Bovendien bewaakt de Groep de vorderingen continu en past zij een strikte kredietprocedure toe. Op basis van deze procedure worden klanten gecategoriseerd en afhankelijk van hun kredietprofiel worden de volgende risicomitigerende maatregelen genomen:

  • betaling in overeenstemming met de betalingscondities per land;
  • vooruitbetaling, betaling bij aflevering van de goederen of levering tegen verstrekking van zekerheden;
  • hedging via letter of credit of bankgarantie;
  • verzekering van het kredietrisico.

Vorderingen die vervallen na meer dan een jaar, zijn grotendeels rentedragend, en betreffen voornamelijk leningen aan klanten waarvoor indien mogelijk, zekerheden zijn afgegeven in de vorm van voerequivalenten, participatierekeningen en/of onroerend goed.

Als een gevolg van de spreiding van de omzet over verschillende geografische gebieden en productgroepen is er geen significante concentratie van kredietrisico in de handelsvorderingen (geen enkele afnemer is in 2019 individueel verantwoordelijk voor meer dan 2,5% (2018: 2,7%) van de omzet. Voor een verdere toelichting op de handels- en overige vorderingen wordt verwezen naar noot 23.

Per 31 december 2019 kan de voorziening voor bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot handels- en overige vorderingen, als volgt worden weergegeven: 

In duizenden euro 31 december 2019 31 december 2018
 
Bruto handels- en overige vorderingen 254.870 281.217
Voorziening voor bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot handels- en overige vorderingen -15.628 -16.909
 
Totaal 239.242 264.308
 
Langlopend (waaronder leningen) 10.462 13.690
Kortlopend 228.780 250.618
 
Totaal 239.242 264.308

Per 31 december 2019 kan de ouderdom van de handels- en overige vorderingen als volgt worden weergegeven: 

In duizenden euro Rekeningen zonder bijzondere waardever- minderingen Rekeningen met bijzondere waardever- minderingen Totaal
 
Binnen betalingstermijn 209.500 4.223 213.723
Overschrijding < 30 dagen 15.513 1.617 17.130
Overschrijding 31 - 60 dagen 3.653 1.279 4.932
Overschrijding 61 - 90 dagen 1.052 972 2.024
Overschrijding > 90 dagen 3.114 13.947 17.061
 
Bruto bedrag 232.832 22.038 254.870
 
Voorziening voor bijzondere waardeverminderingen - -15.628 -15.628
Totaal 232.832 6.410 239.242
 
Achterstallige vorderingen 10,0% 80,8% 16,1%

Het percentage achterstallige vorderingen (totaal van 16,1%) is afgenomen, onder meer als gevolg de integratie van groepsbrede debiteurenbewaking bij overgenomen ondernemingen.

Per 31 december 2018 kan de ouderdom van de handels- en overige vorderingen als volgt worden weergegeven: